Eenheid in de verscheidenheid

Terugblik op tien dagen Jong Theater 

Programmatoren Mats Van Herreweghe en Oshin Albrecht toetsten afgelopen jaar voortdurend af wat Jong Werk op Theater Aan Zee is of kan zijn. Ze kozen elf stukken. Het is geen lijstje, geen best of, het zijn geen tips. De voorstellingen zijn gekozen omdat ze iets urgents te zeggen hebben, omdat er interessante vormkeuzes zijn gemaakt, omdat de stem van een bijzondere artiest doorklinkt. Het zijn verschillende stemmen en perspectieven die in het theater resoneren. 

In de TAZette van 8 augustus schreef programmator Mats Van Herreweghe een column waarin hij een aantal vragen opwerpt – vragen die zich aandienen bij het programmeren van Jong Werk en “het verbeelden van hoe kunst er in de toekomst kan uitzien”. Het zijn open vragen, waarbij we in onze bespreking van de voorstellingen van Jong Werk #2019 hierbij alvast een aanzet tot dialoog willen geven. Van Herreweghe vroeg zich in de eerste plaats immers af hoe we een plaats kunnen creëren waarbij niet alleen het resultaat maar ook het gesprek belangrijk is, met de bijkomende vraag: hoe we dat gesprek kunnen delen met een breed publiek. 

Twee voorstellingen die inhoudelijk hetzelfde thema aansnijden zijn Anne meets Jeffrey van theatermaker Emma Berendsen in samenwerking met Tiffany Murphy, en The Journey van Anna Luka da Silva. Beide gaan over verkrachting(en) die zij zelf meemaakten. Dat doen ze echter op een radicaal verschillende manier. Anne meets Jeffrey doet het via representatie, reconstructie en research van die traumatische ervaring. Op een vernuftige manier behelst de voorstelling een onderzoek naar hoe je een voorstelling kunt maken over je eigen verkrachting. The Journey vertrekt juist vanuit het fysieke. In de solo deelt Luka da Silva een herinnering die haar hoofd maar al te graag zou willen vergeten, iets wat haar lichaam echter niet lijkt te kunnen. Het laat niets aan de verbeelding over en juist dat doet de zenuwknoop achter de maag samentrekken. Beide theatermakers schuwden dit loodzware onderwerp niet en toonden in cultuurcentrum De Grote Post hun werk. Het zijn voorstellingen waarbij het publiek stil achterblijft. En het zich niet eens de vraag durft te stellen of het ene werk beter is dan het andere, omdat dit werk duidelijk moest gemaakt worden. Onontkoombaar en nietsontziend. 

En dan heb je de hete hangijzers. Nachten/Ballet De La Nuit van Benjamin Abel Meirhaeghe, Shiraz, tell me about the revolution? van Farbod Fathinejadfard en Against the wall van Paula Chaves zijn drie voorstellingen die interveniëren met de wereld om zich heen. In Nachten/Ballet De La Nuit is dat op een abstracte manier. Door het gelijknamige ballet van Louis XIV uit 1653 als inspiratiebron te nemen, doet Meirhaeghe een uitspraak over de huidige samenleving: de koning is de nar geworden. Door het weelderige spektakel doet hij indirect een uitspraak over Berlusconi of Trump. Farbod Fathinejadfard pakt het in Shiraz, tell me about the revolution? helemaal anders aan. Door een autobiografische zoektocht illustreert hij op complexe wijze hoe discoursen onze identiteit op een dwingende manier beïnvloeden. In 2018, op het moment dat Farbod de voorstelling maakte, had hij een aanvraag lopen om Belg te worden. Hij schotelt het publiek de vragen voor die hem vaak gesteld worden en toont op pertinente wijze zijn zoektocht naar de manier waarop iemands identiteit gevormd wordt. En ten slotte Against the wall van Paula Chaves. Het is een guerrilla-performance op zoek naar alternatieven. Ze wil de relatie tussen kunst, propaganda en het neoliberalisme in het Westen onthullen. Het is een sociaal spel met het publiek en bloedspannend. Het lijkt een strijd op leven en dood: een politiek manifest waarin journalistiek, activisme en dans met elkaar verbonden zijn. Theater als kunstvorm die zich bij uitstek verhoudt tot de context waarin ze gemaakt wordt. Niet als in een mal gegoten, maar in de zoektocht naar een manier om stelling in te nemen. 

Tussen al dat jonge geweld vonden we ook rasecht spelers- en teksttheater terug. Verbazingwekkend genoeg komen deze makers voornamelijk uit KASK Gent, een school die er nochtans minder om bekendstaat teksttheatermakers voort te brengen, want veeleer inzet op fysiek theater. Het gaat in dit geval om twee jonge bendes die met hun voorstellingen mikken op de kunst van het acteren mét tekst. Aan de ene kant waren daar Mats Vandroogenbroeck, Nona Demey Gallagher en Timo Sterckx die met Through the looking glass (and what we found there) voortborduren op het gelijknamige werk van de Britse schrijver Lewis Carroll. De absurdistische dialogen, die geschreven zijn in een soort bastaardtaal, worden gevoerd door bastardi in een soort bastaardwereld. De bastardi weten niet in welke wereld ze terechtgekomen zijn, waarom ze daar überhaupt zijn of hoe ze daar zijn beland. Mats Vandroogenbroeck, die de tekst verzorgde, toont zich hier weer (net zoals bij FAUST, een mechanische komedie) een schrijver die zich weet te verhouden tot literaire klassiekers. Bovendien zijn zijn schrijfsels telkens weer geïnformeerd door de postmoderne literatuur en cinema: zijn personages blijken zich elke keer in een soort huis clos of mise en abyme te bevinden, iets waaruit ze geen uitweg vinden. Hij creëert werelden die eeuwig naar zichzelf verwijzen. Zijn dialogen bezitten ook ontegensprekelijk een hilariteit zonder weerga. Diezelfde hilariteit keert terug in het spel. Het trio speelt voortreffelijk in die overtreffende trap: grootst. 

Aan de andere kant waren daar Imke Mol, Naomi van der Horst, Flor Van Severen en Mitch Van Landeghem, eveneens een groep van jonge spelers die zich verenigde rond een klassieke tekst. Bij deze kliek gaat het niet om een roman, maar wel om een theatertekst: Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee, een drama waarin het ideaalbeeld van het gelukkige gezin compleet aan diggelen wordt geslagen. Zij kozen er echter niet voor om in de overtreffende trap te spelen, maar zorgen er wel voor dat zij op een heel subtiele manier ‘in hun rollen glijden’. Waar hun KASK-collega’s constant op het gaspedaal duwen, zet deze club in op een geraffineerde opbouw van hun stuk die erop gericht is slechts gradueel te verglijden in een compleet fictieve wereld. Daardoor slaagt deze bende erin om het ingeleefde acteerspel als theatervorm opnieuw geloofwaardig te maken. Dat is echt een bijzondere prestatie. Wie had ooit gedacht dat iemand vandaag de dag zou zeggen: “Lang leve repertoire! Leve teksttheater!”? Beide acteursgroepen slaagden er alleszins in om het enthousiasme aan te wakkeren bij de redactie van de TAZette

Ook dansliefhebbers konden zich dit jaar verlustigen in de programmatie van Jong Werk, maar evengoed fans van circus en fysiek theater konden hun gading vinden. De twee dansvoorstellingen die deel uitmaakten van deze programmatie, À travers l’autre en Farmer Train Swirl – Étude, van respectievelijk de zussen van Les Mybalés en Cassiel Gaube, delen beide een grote affiniteit met de dansstijl house. Waar Gaube uitpakt met een choreografie waarin hij deze dansstijl met een scherpe, analytische blik benadert en dit onderzoek tot onderwerp van zijn voorstelling verheft, maakt deze dansstijl een subtieler deel uit van het rijke bewegingsregister van Les Mybalés. In À travers l’autre ligt de nadruk meer op het narratief van deze voorstelling: een verbeelding van wat het betekent om deel te zijn van een identieke tweeling (zie elders in deze TAZette). Deze dans was dus veeleer een uitdrukking van een zoektocht naar identiteit. 

Diezelfde thematiek kwamen we overigens ook tegen in Physical Proof, de voorstelling van Rino Sokol en Hernán Mancebo Martinez. De identiteit die in dit stukje fysiek theater centraal staat, is die van zichzelf ontplooiende man. Via beweging en improvisatie trachten Sokol en Mancebo Martinez hun onderlinge relatie als speler op scherp te stellen voor het publiek. Maar het gaat ook over de man tout court, als onderwerp, over de man in de bloei van zijn leven. 

Een buitenbeentje dit jaar was de in situ voorstelling The Hangman Radioshow van The Hangman Radioshow. Deze circus-radio-performance speelde zich buiten af, bij zonsondergang op het domein Raversijde. Maar niet alleen dat feit maakte dit collectief tot een buitenbeentje: de combinatie van verschillende media, alsook de poëtische insteek, was ongezien in andere voorstellingen. In deze hybride performance luisterden we naar een radio waarop iemand vertelde een fascinatie te koesteren voor ‘obsolete technologie’. Via technologie werd gezocht naar verbinding met de hemel, de kosmos en de verre toekomst. The Hangman Radioshow bracht ons in vervoering en maakte verbindingen die we nooit eerder hadden gemaakt. 

Elke Huybrechts & Xandry van den Besselaar

Het verhaal van een tweeling

Les Mybalés danst zich een weg naar elkander 

Les Mybalés is een jong Brussels dansduo bestaande uit de tweelingzussen Doris en Nathalie Bokongo Nkumu. Eerder waren zij te zien in de succesvolle KVS-productie Malcolm X en dit jaar speelden ze in De Living, een stuk van de Duitse regisseur Ersan Mondtag bij NTGent. Op TAZ brengen ze hun eigen creatie À travers l’autre, een voorstelling waarin ze hun onderlinge band als tweelingzussen dansend exploreren. 

Bij binnenkomst in de zaal is de ruimte gevuld met mistige rook. Op de stoelen van het publiek zijn blaadjes neergelegd. Er staat een tekst op over een Congolese moeder die vertelt dat ze bang is wat er met haar en met de tweeling die ze in haar buik draagt zal gebeuren. Tweelingen, zo wordt immers gezegd, brengen ongeluk. Het zou dus goed kunnen dat haar dochters na hun geboorte geofferd worden. Niet toevallig hebben de zussen Bokongo Nkumu ook Congolese roots. Zou de tekst over hen gaan? Wat de precieze relatie is tussen de tekst en de dansers, blijft een open vraag. Maar wel zeker is dat die tekst een relatie aangaat met de dans die ze brengen in de voorstelling – het relaas van de moeder schept het verhalende kader waardoor we naar hun bewegingen kijken. Sterker nog: het blijkt zeer moeilijk te zijn om de choreografie die volgt niet door dat kader te bekijken. Want het effect van de tekst is dat je elke beweging die de twee danseressen maken, probeert te vatten in een narratief over hun onderlinge relatie. Daardoor wordt de dansvoorstelling À travers l’autre bijna een letterlijke uitbeelding van wat het betekent om een tweeling te zijn. 

Tederheid wordt afgewisseld met een lichte agressie, een zeker sérieux met spelplezier, hoop met wanhoop, gelijkheid met hiërarchie. Zo dansen ze zich beiden een weg naar de ander. Bij momenten is dat uiterst aangenaam, want mooi en zelfs ontroerend om te zien. Maar het verhalende blijft soms op een eerste niveau steken. Zo maakte Les Mybalés de keuze om een lint, dat ter hoogte van hun navel is bevestigd, tussen hun twee in te spannen om hun innige band te verbeelden, een beeld dat toch net iets te veel voor de hand ligt. 

Dat is jammer omdat onder dat – zeg maar: tamelijk eenduidige – narratief een bijzonder lovenswaardige techniciteit en complexiteit van de dans zelf schuilgaan. De tweeling is namelijk geschoold in house. Dat is te zien aan hun choreografie en de danspassen die ze overtuigend en krachtig uitvoeren. De energie die van À travers l’autre uitgaat, is dan ook enorm. En dat komt niet alleen door de dans, maar evengoed door de muziek, die eigenlijk een verhaal op zich vertelt: één over het mixen van verschillende stijlen, tot daar een nieuw harmonisch geheel uit voortkomt. De dans en de muziek spreken, kortom, eigenlijk voor zich. Les Mybalés heeft die verhalende laag niet nodig. En dat zegt veel over hun kwaliteiten als danser. 

‘Hier op TAZ durven ze uit hun comfortzone te treden’

Interview met jury Jong Muziek 

TAZ is natuurlijk theater, maar ook muziek. Negen dagen lang gaven acht jonge acts het beste van zichzelf. Aan het einde van de rit gaan er twee met een prijs naar huis, maar ook de zes andere bands nemen meer mee dan zand in hun schoenen. Zo klinkt het overtuigd bij juryleden Lieselotte Deforce (AMPLO), Niels Commeyne (De Grote Post) en Jade Corbey (PILAR/VUB-KultuurKaffee). 

Jong Muziek, een zoveelste muziekwedstrijd? 

Commeyne: “Nee, absoluut niet. Het grote verschil is dat ze hier allemaal vier keer spelen op heel diverse locaties. Zo worden ze uitgedaagd om iedere keer iets anders doen. Zo zie je hen ook groeien tijdens dat traject.” 

Deforce: “We hebben inderdaad al acts gezien die gaandeweg sterker worden – omdat ze uit hun comfortzone durven te treden.” 

Corbey: “Ze geven dat zelf ook aan: dat het voor hen echt aanvoelt als een bootcamp en een kans om veel bij te leren. De locatie ‘in de stad’ (dit jaar het stationsplein, red.) is daarbij een belangrijke factor. Muzikanten die bijvoorbeeld normaal elektronica spelen in een donkere setting moeten plots op klaarlichte dag, en met heel weinig middelen, toch iets klaar zien te spelen. Er is ook veel omgevingslawaai waar ze al dan niet op kunnen inspelen. Tegelijk vormt dat ook een afleiding, dus ze moeten echt wel focussen. Het mag ook eens mislukken, hé. Het gaat echt om het proces en wat ze doen met de omstandigheden van het moment.” 

Commeyne: “Het is ook al vaak gebeurd dat de combinatie tussen een locatie en een artiest echt verrast. Soms heb je een vermoeden: die band gaat daar tot zijn recht komen, of juist niet. En plots is het dan toch helemaal anders en verandert je kijk op een artiest compleet.” 

Deforce: “Als jonge muzikant heb je niet zoveel speelkansen en dan leef je des te meer toe naar dat ene optreden. Je bent zenuwachtig en maakt er op het moment zelf dan maar het beste van. Hier hoeven ze niet zenuwachtig te zijn voor dat ene moment en kunnen ze dus des te meer op hun muziek en creativiteit focussen.” 

Het is dus veeleer een traject dan een wedstrijd, maar wat nadien? Zelfs het winnen van een prijs betekent soms weinig voor een band, zeker op langere termijn. 

Deforce: “Iedere deelnemer krijgt sowieso twee opnames mee naar huis. In het Fort Napoleon nemen we hun hele set op en die plaatsen we online. Daarnaast krijgen ze opnametijd in De Grote Post die ze zelf mogen invullen. Er zijn groepen die zo een single overhouden aan TAZ. We organiseren ook samen met Poppunt een ‘sectordag’, bij ons is dat de ‘poppitchdag’. Daar kunnen ze zichzelf voorstellen en hebben we een panel met mensen van Poppunt, SABAM, een externe manager, AMPLO en wijzelf, om al hun vragen te beantwoorden.” 

En wat met de eigenlijk winnaars? 

Corbey: “De eerste prijs is de opname van een videoclip, gesponsord door SABAM, en een optreden op het muziekfestival Leffingeleuren. Daarnaast heb je nog de residentieprijs: zij krijgen een week studiotijd in De Grote Post en intensieve coaching.” 

Het zijn acht totaal verschillende bands, hoe kies je daar een winnaar uit? 

Commeyne: “Dat is weer een voordeel van het concept: ze spelen vier keer en dus kijken we echt naar het parcours. Mochten ze allemaal maar één keer spelen, zou ik het te moeilijk vinden. We hebben dat vorige jaren trouwens ook al gemerkt aan de reactie van het publiek bij het bekendmaken van de winnaar. Zij hebben de bands vaak maar één keer gezien, misschien juist een minder goed optreden, en hebben dan commentaar op onze keuze. Maar wij hebben ze wel vier keer én in de studio gezien.” 

Deforce: “Zoals gezegd, het is niet zozeer een wedstrijd als wel een parcours. En we beslissen ook echt pas op het einde. Dan wegen we af: kwaliteit, waar ze nu staan, potentieel, hoe gaan ze om met de opdrachten… Maar er is geen enkele act bij die slecht is, hé.” 

Corbey: “Inderdaad, we willen echt benadrukken dat het een heel goeie selectie is die Lode Pauwels en Wouter Vanmeenen van Muziekclub De Zwerver (Leffinge) gemaakt hebben. Zij houden echt wel vinger aan de pols: ze weten wat er in de muziekscene bezig is en proberen een mooi evenwicht tussen verschillende genres en achtergronden te vinden. Een voor een zijn het groepen waarvan je gelooft dat ze kans maken om door te stoten.” 

Zijn er groepen voor wie TAZ achteraf gezien een belangrijke springplank is geweest? 

Commeyne: “Susobrino stond hier bijvoorbeeld vorig jaar als vreemde eend in de bijt, als ik dat zo mag zeggen. Op de sectordag zei hij letterlijk: “Mijn droom is om ooit op Dour Festival te staan.” We zijn nog geen jaar verder en het is hem gelukt. Dat is de max.” 

‘I used to feel so sad’

Jong Muziek: Ellen Steegen en BOLT RUIN 

Ze verschijnt helemaal in het zwart, tot haar gitaar toe. De 25-jarige Ellen Steegen verzamelde de afgelopen twee jaar een band rond zich, doopte die Homegirl, om onlangs de band en die naam weer los te laten. Ze stond er donderdagavond dus alleen voor in Café Manuscript, maar: ze stond er. Traag tokkelend begon ze aan haar set, om er dan meer vette grooves aan toe te voegen. “I used to feel so sad, but now it’s gone,” zo gaf ze ons mee. Vol kracht schudde ze haar zorgen van zich af, gedecideerd naar het publiek kijkend. Steegen laat haar gitaar graag de vrije teugels en legt stevige accenten. Nu weer open en incasserend, dan weer recht vooruit. Halverwege de set schakelde ze over op rustiger nummers. Maar zelfs op die meer kwetsbare momenten is haar présence onmiskenbaar. En vooral: wat een stem. Een man uit het publiek trok voor de laatste twee nummers zijn vrouw vanop het terras het café in. “Dit is fantastisch.” Inderdaad. 

God op het slagveld 

We zijn halverwege de set van BOLT RUIN en Café De Crayon heeft veel weg van een slagveld waarop alles aan flarden wordt geschoten. Slechts af en toe krijgen we een ‘staakt-het-vuren’ om de gewonden te tellen en even op adem te komen. De ruimte hangt vol rook en de stroboscoop flitst dreigend. Brecht Linden laat een spervuur van moddervette beats op ons los. Vol overgave hangt hij over de knoppen van zijn sample pads waarmee hij een duistere wereld creëert waarin alles verschroeid wordt. Met zijn gitaar scheurt hij er vervolgens nog eens meedogenloos doorheen. Laag na laag raast Linden zo in een ongenadig tempo voort, tot hij zich ineens abrupt, terugtrekt uit de strijd. “Merci,” zegt hij bescheiden. Zijn set had gerust wat langer mogen duren. BOLT RUIN? Een muzikale god op een slagveld waar het, jawel, fijn vertoeven was. 

Tussen Pride, koningsdrama en bordeel

Over NACHTEN/Ballet De La Nuit van Benjamin Abel Meirhaeghe 

Vorig jaar studeerde theatermaker Benjamin Abel Meirhaeghe met The Ballet, geïnspireerd door de opera Manon van Jules Massenet, af aan de opleiding Performing Arts in Maastricht. Hij ging voor een volle zaal in première in de Gentse Vooruit. Het kan Meirhaeghe niet groots en rijkelijk genoeg zijn, en dat is ook duidelijk te zien in zijn nieuwe productie Nachten/Ballet De La Nuit. 

Samen met performer Arne Luiting, vormgever Sietske Van Aerde, muzikant Laurens Mariën en tekstschrijver Louise van den Eede liet Meirhaeghe zich inspireren door het gelijknamige ballet van Louis XIV uit 1653. Dit ruim twaalf uur durende massaspektakel, dat zich voltrok aan het hof van de Franse zonnekoning, was een extravagant schouwspel, bedoeld ter meerdere glorie van de toen slechts vijftienjarige koning. Het operateske ballet van Meirhaeghe grijpt Ballet De La Nuit opnieuw aan als inhoudelijk gegeven, dit keer in een flamboyante poging om van de koning een nar te maken. 

Het weelderige spektakel van zelfverklaard operavernieuwer Meirhaeghe begint met een monoloog van Van den Eede. In de prelude pleit ze voor een totale overgave aan irrationaliteit en de nacht. Die overgave blijkt nodig. De polymorfe voorstelling, die geplaatst is in een gymzaal, laat een bonte stoet van boeren, bandieten, hoeren, kreupelen, goden en monsters passeren. Hun kostuums zijn een kleurrijk patchwork van veren, vilt, tule, latex, glitter, neppanty’s en velvet. De rookmachines spuiten gretig rook. Uit de dikke wolken mist verschijnen dan weer vlaggendragers, die een enkele keer met hun vlag in het grit van de techniek blijven steken, dan weer geometrische, bordkartonnen figuren die een mysterieuze choreografie in het duister dansen. De enige constanten zijn twee kleine figuren van gespoten isolatieschuim. Zij doen nog het meest denken aan twee tuinkabouters die het geheel vanop het achtertoneel gadeslaan. 

(c) Koen Broos

Britney Spears klinkt in dit buitensporige allegaartje naast Schuberts Der Wanderer. De tenorstem van Meirhaeghe zingt “Wo bist du, mein geliebtes Land?”. Dat blijkt de sleutel te zijn tot de inhoudelijke boodschap. Deze voorstelling wil een statement maken over de huidige politiek, waarin de koning de hofnar blijkt. Het doet denken aan de feestjes van Berlusconi of Trump. Toch is de voorstelling voor mij niet echt politiek, weinig ernstig of sober. Vraag is natuurlijk of een boodschap in deze veelheid wel overkomt. 

Voor wie vanaf het begin scepsis koestert, is NACHTEN/Ballet De La Nuit een idiosyncratisch gegeven waarbij de ingang zich moeilijk laat vinden. Voor wie de voorstelling met openheid tegemoet treedt, lijkt het op een lsd-trip die het midden houdt tussen een Pride Parade, een Shakespeareaans koningsdrama, een bordeel en het Hof van Louis XIV. Halverwege de voorstelling wordt er luid “You lost me there!” gekrijst in de microfoon. Dat gebeurt niet. Integendeel. Want de beelden en de overdaad blijven fascineren. Benieuwd naar wat deze jeugdige bombast nog gaat voortbrengen. 

HET WAS AAN… Oshin Albrecht

HET WAS AAN…
OSHIN ALBRECHT


Dear all,

It’s almost time
to say goodbye to my glamourous hotel life.

‘Hollywood’ engraved in a facade
is the first word I see when I look out of my window.

Glory and decay.

And, finally, the rain has come, after days of many false weather forecasts.

Drops falling on the pavement forming circles. My head is a sieve, filtering thoughts on ‘now’ and possible futures.

Where am I? Who am I? Who and what constitutes a ‘we’? Where do I/we wish to go?

We don’t have to go in the same direction, you see.

Artist, curator, performer, co-creator, painter, person, lover, friend.

Acting in my name.
A name which sounds more exotic than I can possibly be. A merchant’s daughter. I have been.
Inscribing my name in an environment, structure, ideology and by doing so finding ideas and ways to create space within it.
A moment and place that is certainly not ‘ideal’ has the power to set us in motion. To create an openness, a possibility to transform.

Who supports who and how to be many? Not at once, but in different moments in time.

Giving space and taking up space. Atoms crystallize and fall apart.

I wish for us all and for all of us to wish

for a later that is just beginning

all of the time

Oshin



Oshin Albrecht was gastprogrammator Jong Theater op deze editie.

Credits
Illustratie: Janice Feryn

HET WAS AAN… Jos GEysels

HET WAS AAN…
JOS GEYSELS

Het is stil op de schoongeveegde Café Koer als wij de door de koks versgebakken croissants afhalen voor de Leesclub van 9 uur. Dat is vroeg, maar sommige lezers groeten graag ’s morgens de dingen.
Enkele uren geleden was de Koer nog de town of the talk: voorstellingen worden geëvalueerd en optredens druk besproken. Het weer wordt unaniem goedgekeurd en honderden kussen, drankjetons en berichten uitgewisseld. Er ruist van alles door het struikgewas.  
Nu zwijgen de nachtbrakers en praten de nachtwakers. Het publiek in ’t Leeshuus is klaarwakker.  Toch is het er rustig, vroege lezers praten zacht.

“Soms is het beter afstand te nemen van het lawaai in de wereld om het geluid van de samenleving beter te horen,” zei de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen ooit. Ik kan hem volgen. Een mens heeft pauzes nodig. Rustige plaatsen. Niet elke actie vraagt om een onmiddellijke reactie. “Verwar reflex niet met reflectie,” zei schrijver Walter van den Broeck me eens. Het ene is een onwillekeurige reactie waarbij het ruggenmerg belangrijk is; bij de andere zijn de hersenen aan het werk. Goeie reflexen zorgen ervoor dat we onze hand niet verbranden, een goeie reflectie dat we bedachtzaam reageren. Rustpunten geven onze hersencellen zuurstof.
Als mens gaan zitten zonder je verstand buiten werking te zetten. Even tot stilstand te komen, terwijl je geest volop fantaseert. Dat is wat lezen met je doet.
En de lezer, die kon de voorbije tien dagen in allerlei vormen en op allerlei plekken praten met en luisteren naar auteurs en andere lezers, op en naast het podium.

Toch blijft het moeilijk om ‘s avonds op tijd van Café Koer te verdwijnen. Drukte kan voor een uitmuntende vorm van sfeerbeheer zorgen. Drukte kan deugd doen. En uiteraard is de nacht nog jong. Maar morgenvroeg knetteren de letteren weer. En daar heeft een mens met te veel geruis in zijn hoofd het de volgende dag wel eens moeilijk mee.


Jos Geysels is Minister van Staat, lettervreter, bestuurder van TAZ en nog veel meer. Deze editie was hij programmator van het (non-)fictieprogramma, samen met Luc Muylaert.

Credits
Illustratie: Janice Feryn

HET WAS AAN… Heleen Driesen

HET WAS AAN…
Heleen Driesen


Ze starten hun dispuut omstreeks 1.45 uur in de ochtend. Hij leunt achteruit op de motorkap van een kleine witte Citroën, zij staat druk gebarend voor hem. Ik heb het raam van mijn slaapkamer opengezet. Op het zevende verdiep telt luistervinken niet meer. Zesentwintig minuten lang hoor ik alleen maar haar stem. Hoge tonen reiken verder, denk ik ter verdediging. Het verhaal krijg ik niet helemaal mee, wel de intensiteit. Dat is wat telt, heb ik hier geleerd.

Morgen is de laatste dag van mijn eerste keer. Ik ben op zaterdag toegekomen, drie dagen na de officiële opening. De vacature had vermeld: redacteur voor de hele periode. Ach, die zucht naar volledigheid. Ik koester de prachtige voorstellingen die ik niet heb gezien, de heerlijke mensen die ik niet heb gesproken, de Dark ’n Carly’s die ik niet heb geledigd, de cheek to cheeks die ik niet heb gedanst. Hoewel – vanavond.

Ik was al eerder in deze stad, aan deze kust. Al kan ik me dat niet meer zo precies herinneren. Ik zie me nog een rolstoel voortduwen over de dijk en ijs eten in een verguld salon. De zee is weg uit het plaatje. Vandaag heb ik ze voor het eerst pas teruggezien. Het regende, ook voor het eerst. Ik heb de druppels in mijn nek gevoeld en me dat proberen in te prenten. Een lichaam onthoudt beter dan een geest, geloof ik heilig. En goddank, sommige eerste keren mag een mens nog overdoen.

Ik had ooit een liefde. Hij zou hier later als theatermaker op scène staan. Dat was beslist. Op een onbewaakt moment liep ik hem tegen het lijf. We hebben niet echt gepraat na onze laatste keer. Dat deden we ook nu niet. Laatste keren moet je niet willen overdoen.

Om 02.30 uur is het stil. Ik heb het moment gemist waarop ze uiteen zijn gegaan. Misschien hebben ze het bijgelegd. Misschien maken ze dadelijk samen hun eerste keer, of herbeleven ze die. Ik hoop dat het intens mag zijn. Nagenoeg onvergetelijk.


Heleen Driesen is redacteur bij de TAZette en was de afgelopen week voor het eerst op TAZ en in De Grote Post.


Credits
Illustratie: Janice Feryn

HET WAS AAN… Lucas De Man

HET WAS AAN…
LUCAS DE MAN


Toen ik vorig jaar rondliep op TAZ, tijdens de sterke editie met Barbara Raes als centrale gast, had ik twee doelstellingen voor mezelf geformuleerd.

  1. Ik wou meer inhoudelijke pers. Daarmee bedoel ik dat ik wou dat het thema meer inhoudelijk besproken zou worden in de media.
  2. Ik wou nog meer diversiteit in bezoekers, artiesten, vormen, plekken en invalshoeken. Ik wou laten zien dat er veel meer soorten theater en podium bestaan dan enkel toneel, dans en de traditionele labels. Ik wou graag meer mensen uit zowel het bedrijfsleven als het middenveld als de welzijnssector tussen het reeds bestaande publiek. En ik wou dat er veel meer artiesten met een niet typische Vlaamse naam waren zonder dat dat een onderwerp hoefde te zijn.

Nu, vlak voor het einde van het festival kan ik met trots zeggen dat de inspanningen van het hele TAZ-team, de gastcuratoren Emma Lesuis en Oshin Albrecht, alle leden van Stichting Nieuwe Helden en de vele, vele organisaties en vrijwilligers die met ons meewerken, hun vruchten hebben afgeworpen. De slogan het is aan jou, mij, ons hebben we met 650 mensen gevormd op het strand van Oostende. Het filmpje werd massaal gedeeld op sociale media, met meer dan 40.000 views, en was op regionaal en nationaal nieuws te zien. Daarnaast hebben we onze eigen Knack gemaakt en hebben alle kranten mooie, inhoudelijke artikels en interviews gepubliceerd. Dank aan de media.

Daarnaast ben ik ontzettend blij dat er zo ontzettend veel mensen waren, en dat uit alle geledingen van de samenleving. TAZ is een plek van ontmoeting, bezinning, verdieping en beroering en dat hebben we dit jaar meer dan ooit uitgedragen.

Tien dagen lang hebben we met alle medewerkers, makers, vrijwilligers, sponsors en steuners geprobeerd het publiek te raken, te laten nadenken, te activeren, hoop, troost en energie te geven… Het grootst mogelijke compliment dat we kunnen krijgen, is dat dat gelukt is. En dat is het.

Dank aan iedereen.

En al mijn liefs en steun aan de volgende curator, Caroline.

Lucas De Man was inspirator en gastcurator voor deze editie van TAZ.

Credits
Illustratie: Janice Feryn

De vrouw van de herfst

FMDO presenteert gedichten van nieuwkomers in ‘DiVerzen’

I am a woman of autumn!

My books are flying in the wind.
I gather the maps of cities around myself…
I forget the serenity of flowers in my hands.
I search for a green tree to write a poem for it. The void is opening doors for me…
Only half an hour is ample for me to change my Borders.

I am a woman of soil!

My apron smells like apples.
All these trees and orchards
Are our mothers.
Just like a child, I fly from one dream to another.
I like the morning coffee and those pictures hanging On walls…

I swear to the old windows that I will decorate my Body with a new return.

I am a woman of pain!

I carve out my wail on a shut window… I close in a hanging mountain.
Closed doors don’t expect anybody.
I suffer from a fever caused by Random places. And places are getting Tighter on me.

Walls are collapsing before my eyes.
The veins of night are drying out
In my memory, one by one.
I am a woman from the Mediterranean! I flee the war of death.

I leave behind ancient roads…
And the way we knocked on doors, on Holiday mornings.
I leave behind children candies and empty houses…
I only take a net of dreams and four sides of my heart.
I drown in an inch of water…this water is washing off my voice. At the bottom of the sea, I count my breaths.

Evin Shikaki


Evin Shikaki is afkomstig uit Koerdistan en schreef dit gedicht in het kader van DiVerzen, een poëzieworkshop die plaatsvond in Oostende, Kortrijk en Brussel, voor deelnemers met diverse achtergronden. In een organisatie van FMDO, in samenwerking met Unie der Zorgelozen, kleinVerhaal, AFIIP, onder artistieke coördinatie van Bart Jaques. Met de steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren en de Koning Boudewijnstichting. Van de vele gedichten in meerdere talen wordt een selectie gemaakt die binnenkort als publicatie verschijnt: DiVerzen, Poezie en verhalen in alle talen. Meer info op www.FMDO.be