‘Samen maken we iets groters dan onszelf’

Avond van Hoop door Jong Gewei (Kloppend Hert)

In tijden van polarisatie wil Lucas De Man zoveel mogelijk mensen met ‘goeie moed en energie’ injecteren. Daarom riep hij De Avonden van Hoopin het leven. Vijf gezelschappen – Het Zuidelijk Toneel, Kloppend Hert, Arsenaal/Lazarus, Het nieuwstedelijk en Victoria Deluxe/Kopergietery – nodigde hij uit om telkens een avond aan hoop te wijden.

Ik bezoek een van die wegbereiders van de hoop. Jong Gewei is een initiatief van het Gentse theatergezelschap Kloppend Hert, in samenwerking met de Vooruit, sociaal-artistiek huis De Vieze Gasten en de opleiding KASK Drama. “Wij willen een veilige haven zijn voor jongeren die vandaag ondervertegenwoordigd zijn in het Vlaamse theater, op het podium en in de zaal”, zegt Elise De Vos, productieleider van Kloppend Hert. “Vaak denken ze dat cultuurhuizen niets voor hen zijn, maar voor een gegoede elite. Bovendien hebben ze niet alleen angst om op een podium te staan, maar kortweg angst om te zijn. Ze denken dat er voor hen geen plaats is in de wereld. Door een plek te creëren waar ze kunnen experimenteren, kweken ze zelfvertrouwen en leren ze zichzelf en de theaterwereld kennen.”

Door de muren heen hoor ik de jongeren een bekende leuze scanderen: “On est plus chaud, plus chaud que le climat.” Het wordt een toonmoment vol jeugdig activisme, zoveel is zeker.

Hoopvol pessimistisch

Ik ontmoet hen aan het einde van hun eerste repetitiedag. Haider Al Timimi, regisseur en artistiek leider van Kloppend Hert, probeert de vrolijk drukke bende aan een lange tafel te krijgen. “Guys, guys,welk beeld gaan we maken?” Ze nemen plaats in een soort laatste avondmaal en houden een strakke pose aan. Al Timimi sleutelt aan hun armen en gelaatsuitdrukkingen. Aan dezelfde tafel wil ik later van hen weten wat ze onder hoop verstaan.

“De hoop waarmee wij werken, vertrekt vanuit pessimisme,” zegt Suzanne, tweeëntwintig jaar. “Uit pessimisme groeit een woede die superkrachtig is,” zegt de zeventienjarige Yaël. “Zeker als die woede gedeeld wordt, krijg je een yes-gevoel: ‘We gaan de handen in elkaar gaan slaan!’” Loreis vijfentwintig jaar en al een van de ouderen van Jong Gewei: “Niet de woede per se geeft hoop, maar het collectief.” “Als je jouw woede samen met anderen uit”, zegt Shushanik, vierentwintig, “dan creëer je hoop en kan activisme ontstaan. Denk maar aan de klimaatmarsen.”

“Als je woede deelt met anderen, creëer je hoop” (Yaël, 17)     

De jongeren van Jong Gewei behoren tot de klimaatgeneratie. Bijna allemaal liepen ze al mee in de klimaatmarsen. Maar de wetenschappelijke vooruitzichten over de klimaatcrisis zijn wel erg pessimistisch. Is dat geen hoop tegen beter weten in? Ze aarzelen: “Tricky question.” “Maar uit de kleinste kans ontstaat hoop,” zegt de negentienjarige Diego. Malik, ook negentien, gaat nog verder: “Er moet zelfs geen kans zijn om te hopen. Hoop hoeft voor mij niet reëel te zijn. Soms kan uit niets iets nieuws ontstaan, dat we nog niet verwachten.” Suzanne: “Ik denk ook dat er iets aan het veranderen is, zo geven winkels geen plastic zakjes meer. Dat wordt gedragen door die marsen.”

“Intens pessimisme kan ook verlammen. Hoe zorg je er dan voor dat je blijft hopen?” vraagt Lore zich af. “Ik denk dat je altijd een vertrouwenspersoon nodig hebt,” zegt Shushanik. “Iemand met wie je kunt babbelen.” “Krachtige figuren spelen een belangrijke rol,” vult Suzanne aan. “Zoals Greta Thunberg. Je kunt op hen vertrouwen en het zelf een beetje loslaten.” Maar loslaten associeert Yaël vooral met ongebreideld optimisme. “Alsof alles automatisch goed komt en je het aan andere mensen kan overlaten. Pessimisme impliceert ook dat je zelf iets moet doen. We moeten allemaal actievoeren.” “Wij willen in de voorstelling tonen dat je vanuit pessimisme hoop kunt creëren,” zegt de achttienjarige Juliette. “Verandering is mogelijk.”

Vriendelijke revolutie

Theater en activisme liggen voor hen duidelijk dicht bij elkaar. Zijn ze allemaal jonge revolutionairen? “Af en toe,” lacht Diego. “Vanbinnen ben ik revolutionair, maar vanbuiten blijf ik altijd rustig.” Yaël: “Ik geloof dat wat wij doen op het podium, iets in beweging kan zetten. De beste theaterstukken zijn voor mij de stukken die me doen nadenken op een manier zoals ik er nog niet over had nagedacht.” Suzanne: “Mijn meest revolutionaire kant is volgens mij dat ik in discussies, als ik het niet eens ben met iemand, supervriendelijk blijf uitleggen wat ik denk. Dat probeer ik consequent te doen.” “Je moet altijd open blijven voor wat die ander zegt,” voegt Yaël daar nog aan toe. “Een van de dingen die ik het hoopvolst vind, is dat je in discussies van elkaar bijleert, ook al was je het niet eens.”

De jongeren van Jong Gewei beginnen bij woede en pessimisme, maar hun energieke revolutie is er in de eerste plaats een van de vriendelijkheid. Ze zijn zelf een groep van diverse afkomst en overtuigingen. “Als we tonen dat wij kunnen samenwerken”, zegt Suzanne, “kunnen we zelf een voorbeeld zijn.’‘ “Wij zijn een titaan,” schetst Diego. “Zij is de voet, hij het hoofd, daar de arm. Wij maken samen iets groters dan onszelf.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.