‘In een fantasie mag alles, ook grenzen overschrijden’

Gesprek over schaamte in en rond Yes, please! LIVE 

Het geschuif van een stoel, een onbehaaglijke stilte: als het over seks gaat, wordt het al gauw ongemakkelijk. Maar waarover fantaseren we als we in bed liggen? Dat mag niemand weten. Stichting Nieuwe Helden maakte de liveshow Yes, please! LIVE over erotische fantasieën. We gingen in gesprek met talkshow hosts Charlot van der Meer en Rashif El Kaoui over erotiek, schaamte en een kat een kat noemen. 

Wat houdt Yes, please! LIVE precies in? 

Charlot van der Meer: “Yes, please! LIVE is een liveshow van het onderzoek naar erotische fantasieën waar Stichting Nieuwe Helden nu al bijna twee jaar mee bezig is. Er is een tegenstrijdige beweging bezig in de samenleving: aan de ene kant heb je porno en ben je in één muisklik waar je wilt zijn, aan de andere kant heb je een enorme verpreutsing en vinden we het heel moeilijk om over seks te praten. We zijn met Stichting Nieuwe Helden een onderzoek gestart naar wat daartussen kan bestaan. En we kwamen uit bij erotiek en de fantasie.” 

Rashif El Kaoui: “We hebben gemerkt dat daar maar heel weinig onderzoek naar is gedaan. Het werd heel lang afgedaan als onbelangrijk, ook in de wetenschap. Dat is zonde. De liveshow is een voortzetting van interviews die we hebben gedaan in een caravan, het ‘Bolleke’, dat we hebben omgebouwd tot geluidsstudio. In de liveshow geven we uitleg over erotische fantasieën doorheen de tijd en het belang daarvan; vervolgens gaan we live, één op één, met een gast in gesprek. Het gaat in dat gesprek zowel over erotiek als wat die fantasie over ons vertelt.” 

Van der Meer: “Als je het hebt over porno, dan kun je dat zien als fast food. Niets mis mee en soms best lekker, maar dan is erotiek slow cooking. Erotiek is waar je de tijd voor neemt. Het heeft veel meer te maken met je identiteit.” 

Illustratie: Janice Feryn
Wat viel er op tijdens jullie onderzoek? 

Van der Meer: “Het intrigeerde me dat bijna alle mensen fantaseren en velen zich daar ook voor schamen. We stonden bijvoorbeeld in Nederland met onze caravan op een huishoudbeurs en daar werd ik zelfs walgelijk genoemd, omdat ik het over erotiek durfde te hebben! Mensen schamen zich ook om verschillende redenen: soms is dat omdat ze dingen denken waarvan ze het gevoel hebben dat ze die niet mogen denken. Terwijl in je fantasie toch alles mag. Soms is dat omdat mensen denken dat hun fantasie niet wild genoeg is, of hun partner er niet in voorkomt.” 

El Kaoui: “Het is natuurlijk niet altijd evident om mensen daarover te doen spreken.” 

Hoe pak je dat aan? 

El Kaoui: “Vooral luisteren! Het is misschien heel gemakkelijk om toe te geven dat je fantaseert, maar eenmaal je daar woorden aan moet geven, blijkt het vaak de eerste keer te zijn dat mensen dat doen. Het mooie aan de liveshow is dat het zo eerlijk is. Heel vaak ontdekken mensen iets bij zichzelf en het publiek ontdekt dat met hen mee. Heb jij trouwens geen zin?” 

Dat vind ik te spannend, vrees ik. Hoe ga je in de liveshow om met die schroom? 

Van der Meer: “Volgens mij moet je de ongemakkelijkheid zeker niet ontkennen! Ik heb me ook heel lang ongemakkelijk gevoeld bij dit onderwerp – daarom ben ik dit project misschien juist gaan doen. Ik heb heel lang niet willen toegeven dat ik fantasieën had en wat dat juist over mij zei. Ik denk echt dat er nog wel een lans te breken valt. We proberen de mensen echt op hun gemak te stellen en een intieme setting creëren. Het liefst zou je degene die geïnterviewd wordt laten vergeten dat er publiek bij zit. Alle mensen die interviewen hebben overigens zelf ook op die kruk gezeten! We zijn zelf ook allemaal geïnterviewd, dus we weten hoe het is om daar te zitten.” 

El Kaoui: “Je moet het natuurlijk eerst zelf doen, voordat je het kan vragen van anderen. Ik dacht eigenlijk dat ik het heel makkelijk zou vinden, maar ik ontdekte dus dat ik het heel lastig vond, omdat ik er nog nooit over had gesproken.” 

Welk verhaal is jullie het meest bijgebleven? 

Van der Meer: “Van de fantasieën? Ik voeg er geregeld een toe aan mijn repertoire! (lacht) Onlangs interviewden we een aseksueel meisje, ze had geen verlangen naar penetratie, maar fantaseerde wel. Ze vertelde over een fantasie waarin een figuur, half man half slang of octopus, haar omhelst en allemaal lieve dingen zegt. Dat vond ik mooi.” 

El Kaoui: “Op de Parade in Nederland interviewde ik een ex-telefoonsekswerker. Ze heeft de documentaire Hallo met Kyoko gemaakt, over haar werk. Ze moet fantasieën verkopen, maar zelf had ze nog nooit over haar eigen fantasieën gesproken! Doordat ze in haar job van alles tegenkomt, waren haar eigen fantasieën – zo ontdekten we samen tijdens het gesprek – helemaal niet zo ‘wild’! Het ging bij haar vooral over een oprechte menselijke interactie en het herbeleven van vroegere seksuele ervaringen.” 

Zijn er dingen onbespreekbaar? 

Van der Meer: “Dat denk ik niet, maar het wordt wel lastig als mensen dingen vertellen die ze allemaal nog willen doen. Fantasie hoeft niet te kunnen! Je mag dingen fantaseren die een grens overschrijden die je in het echt niet wilt overschrijden. In liveshows gebeurt dat meestal niet, omdat er dan toch publiek bij zit. Maar in de caravan hebben we al een aantal interviews gehad waarin extreme dingen werden gezegd.” 

El Kaoui: “Lucas De Man vertelde dat iemand fantasieën had over jongetjes. Dat is natuurlijk super tricky! Dan moet je de grens tussen fantasie en verlangen om in de realiteit te brengen heel goed in de gaten houden. Dan kan een publiek heel ontwricht reageren.” 

Illustratie: Janice Feryn

Van der Meer: “Dat kaarten we dan aan. We vragen bijvoorbeeld waar de grens ligt. Of die persoon de fantasie ook daadwerkelijk wilt uitvoeren of niet.” 

El Kaoui: “Heel veel van onze fantasieën zitten in een taboesfeer. Zo is een verkrachtingsfantasie bij vrouwen best wel vaak voorkomend, maar dat zijn ook wat ze zijn: fantasieën. Een kwaadwillend sujet kan daar dingen in lezen, dat het misschien een werkelijk verlangen is, maar natuurlijk is dat het niet. Meestal gaat het om iets anders. Dat is iets wat je moet blijven kaderen, dat het gaat om een fantasie.” 

Hoe kader je dat? 

El Kaoui: “Als het over een verkrachtingsscène gaat, vraag ik bijvoorbeeld hoe iemand zich daarbij voelt. Is het fijn? Wat is er juist fijn aan? Meestal kom je dan op een vorm van overgave. Hetzelfde geldt bij bondage. Dat gaat over machtsdynamiek, maar net zozeer over warmte en geborgenheid.” 

Van der Meer: “Ik denk dat het echt belangrijk is om te onthouden dat in een fantasie alles mag. In een fantasie mag je vrij zijn.” 

De gast bevindt zich in een kwetsbare positie. Worden jullie zelf ook in verlegenheid gebracht? 

El Kaoui: “Dat is grappig! Ik ben zelf een ongelooflijk preutse mens, dat heb ik echt wel ontdekt. Ik voel schroom om een kat een kat te noemen. In Nederland vond ik het bijvoorbeeld allesbehalve evident om een penis een ‘pik’ te noemen. Dat kan ik helemaal niet! Maar natuurlijk als je iemand aan het interviewen bent, moet je meegaan in het vocabulaire van de geïnterviewde. Daar word ik voornamelijk mee geconfronteerd. Nee, een kat een kat noemen, dat vind ik echt moeilijk.” 

Heb je het gevoel dat je erotische identiteit veranderd is door dit onderzoek? 

Van der Meer: “Ja, ik ben mijn erotische fantasieën echt gaan accepteren. Fantasie had voorheen geen grote rol in mijn leven of in mijn relatie. Door dit project wel. Niet alleen omdat ik bij mezelf meer ben gaan accepteren en bewust ben geworden van wat daar zit, maar ook omdat ik talloze fantasieën heb gehoord en ben gaan delen. Dat kun je meenemen in je eigen archief en daar kun je dan weer uit putten.” (lacht) 

Try-out van een leven

Vooruitblik met Arne Sierens over Stuk van mijn leven

Eind vorig jaar verliet Arne Sierens zijn vaste stek bij Compagnie Cecilia, na er twaalf jaar artistiek leider te zijn geweest. De solo die hij nu op de planken brengt, ziet hij zelf als een scharnier naar een nieuwe fase in zijn theater. “Voor mij is ‘Stuk van mijn leven’ gewoon leuk nu, anders. Het is geen toneel, ik ben er ook geen acteur in, alleen maar mezelf.”

We hebben afgesproken na een try-out in Lokeren, enkele weken voor zijn komst naar TAZ. Hij wil me zichtbaar niet teleurstellen met mijn lijstje met vragen, maar zijn hoofd staat al naar zijn mensen op het terras. Of ik hem niet liever zou bellen, opper ik een paar keer, terwijl hij zijn materiaal op het podium bijeen raapt en terloops wat antwoorden geeft.

Hij zegt dan toch maar ja. “Het is wel maf”, bedenkt hij nog, een trede voor me uit de trap aflopend, “ik schrik me altijd te pletter hoeveel mensen in het publiek er al werk van mij gezien hebben. Laatst in Astene had twee derde zelfs al een stuk van mij gespeeld. Nadien hebben we nog uren zitten nababbelen. Daar kijk ik ook naar uit in Oostende.”

Twee weken later horen we elkaar terug. Hij is druk bezig met een nieuw project – iets over de brandweer – maar nu heeft hij tijd voor mij. Echt. Ik begin dat ik het mooi vond om te zien, hoe hij zelf nog zoekende was in dat Stuk van zijn leven. En of het ‘af’ gaat zijn in Oostende. “Nee, nooit”, klinkt het geamuseerd. “Elke keer verbeter ik dingen, ik kan blijven herschrijven. Daar in Lokeren ben ik ook weer van alles beginnen vertellen. Dat was niet voorzien, maar ik wil dat blijven doen: dingen spontaan naar boven laten komen. Ik vind dat grappig.”

Een tekst maken over jezelf geeft al snel iets van frustratie.


‘Stuk van mijn leven’ mist niet voor niets een lidwoord. Het is geen biografie op scène, eerder een vertelling van een reeks voetnoten. Beslissend wel, voor een leven en een carrière. “Ik kreeg altijd maar die vraag waarom ik nu eigenlijk theater ben beginnen maken”, vertelt Sierens. “Dit stuk, of noem het een performance, is daar zowat een antwoord op. Al kwam het idee eigenlijk niet van mij. Ik zat een tijd geleden met een vriend van me, de componist Jean-Yves Evrard, op café. Ik was maar aan het vertellen, de ene anekdote na de andere, en toen begon hij zo’n beetje te lachen en zei: doe dat een keer op scène. En ik: maar ik ben toch geen acteur. Daar moet je toch geen acteur voor zijn, zei hij. Vertel dat nu gewoon eens.”

“Ik heb dat dan op papier gezet”, luidt het eenvoudig. “Maar natuurlijk, ik heb dat gedaan zoals ik dat normaal gezien doe, voor het theater. Dat klopte niet, ik ben in dit stuk geen personage. Dus ik heb daar wreed mee zitten sukkelen. Een tekst maken over jezelf geeft al snel iets van frustratie. Ik heb dan Steven Mahieu gevraagd om mij wat te coachen, dat heb ik destijds ook voor zijn show gedaan. Hij heeft mij dan een doorloop laten doen. Toen ik klaar was, zei hij: vree goed, maar de helft mag je schrappen hoor (lacht).”

In de herziene versie 17.0 speelt, hoe kan het ook anders, de neergetrapte mens een hoofdrol. “Daar heb ik altijd een boontje voor gehad. Zelf ben ik het niet geworden, al hebben ze het wel geprobeerd. Ik kom uit een arbeiderswijk in Gent. Die achtergrond heeft mij gigantisch getekend, als mens en als artiest. Het heeft heel veel tijd gekost voor ik wist hoe ik er theater van kon maken. Daarover gaat mijn solo ook: hoe kom je als artiest op je spoor? Waarover ga je kunst maken? Uiteindelijk ben ik mijn invloeden ver gaan zoeken, tot in Japan. En dan toch ook heel dicht bij huis, bij Louis Paul Boon en bij theater Magie in Gent. Dat poppentoneel heeft me van mijn sokken geblazen toen ik zes jaar was. Ik ben thuisgekomen en heb gezegd: ik wil regisseur worden. Een paar jaar geleden heb ik er mijn dochter, ze was toen zeven, mee naartoe genomen. Na tien seconden wist ik: dit is wereldtheater, van het beste in zijn soort. Ik was als kind dan toch niet zo naïef.”

Een partituur van Stuk van mijn leven staat in het boek dat Sierens – vers van de drukpers – meebrengt naar Oostende, met foto’s van Kurt Van der Elst.

‘Het gaat er niet om wat ík wil vertellen.’

Interview met Kapinga Gysel – My Gift To You

“Dit ben ik. Dit is hoe ik mijn hart op tafel leg.” Toen de half Congolese Kapinga Gysel voorgoed in België kwam wonen, bracht ze iets van Afrika met zich mee: een voorstel van zichzelf dat ze zowat beschouwt als te nemen of te laten. De vrouwen die ze ontmoette in sociale kunstpraktijk kleinVerhaal kwamen met een soortgelijk geschenk. “Als passant ben je vrij om eraan voorbij te wandelen, of je kan het oprapen en in gesprek gaan.”

Aan podiumervaring geen gebrek bij Kapinga Gysel: ze was veertien jaar zangeres bij Zita Swoon, bracht een reeks sociaal artistieke jongerenprojecten op de planken en richtte in het Gentse het koor Mais quelle chanson op met kwetsbare kinderen. Onder een ‘volwassen’ theaterproductie had ze haar schouders nog niet gezet, maar “toen kleinVerhaal me vroeg of ik iets wou doen met een groep vrouwen die ze in hun werking ontmoetten, ben ik daar meteen op gesprongen”, klinkt het vanzelfsprekend. “Regisseren, dramaturgie en theater maken: het was allemaal een geweldig experiment voor mij.”

Hoe ben je aan dat experiment begonnen?

“Ik heb vooral heel veel gekeken, geluisterd en vragen gesteld. Dat is volgens mij de beste leerschool. De eerst twee maanden heb ik gewoon de deuren opengezet en iedereen vrij binnen en buiten laten lopen. Ik heb vrouwen ontmoet uit Syrië, Egypte, Peru, Marokko, Rusland en ook enkele Oostendse vrouwen. Ik wilde eerst de verhalen horen en zien wat er leefde. Voor mij ging het niet zozeer over wat ík wou vertellen, wel over het verhaal van die vrouwen zelf: dat verwoorden en al die verschillende identiteiten een stem geven, vond ik een heel boeiende kans.”

(c) Kathie Danneels

Wanneer kreeg het idee vaste vorm?

“Ik heb helemaal zelf mogen beslissen wat het zou worden en hoe ik het precies wou doen. Dat is gegaan met veel vallen en opstaan, maar de richting was wel al vrij snel duidelijk. De getuigenissen die in de groep werden gedeeld, grepen telkens weer terug naar wat de vrouwen in hun kinderjaren hadden meegemaakt. Die reflex zit blijkbaar in ieder van ons: onze herinneringen maken ons de mens die we vandaag zijn. Sommige verhalen waren vrolijk, andere heel pijnlijk. Niet iedereen vindt het bovendien even makkelijk om ze onder woorden te brengen, zeker niet op scène. Daarom heb ik ervoor gekozen om van My Gift To You een soundtrack van een kindertijd te maken.”

Wat moeten we begrijpen onder ‘soundtrack’?

“Moeilijke vraag, je moet vooral komen kijken (lacht)! We hebben geprobeerd om elke emotie ofwel in beelden, beweging of in liedjes te brengen en daar een vloeiend geheel van te maken. Trouwens, ik heb ervoor gekozen om niets te vertalen: het gaat er niet om of je een verhaal verstaat, wel over het gevoel dat het bij je losweekt. Tijdens de repetities was er een Russische vrouw die voor de groep een kindergedicht had voorbereid. Niemand verstond Russisch maar na het luisteren had iedereen tranen in de ogen. Dat gevoel heb ik willen vasthouden. Dat is ook wat we op scène willen brengen.”

Wat is ieders taak op het podium?

“Ikzelf ben er alleen om te ondersteunen en om de voorstelling leven in te blazen, samen met de muzikanten. We zijn met veel op het podium, in totaal doen er achttien vrouwen mee. Ik vind dat een mooie spiegel van de maatschappij. Het is ook dáár soms moeilijk om elkaar aan te voelen en terug te vinden. Dat vind ik een interessant aspect aan het samenleven, dat we elkaar niet altijd verstaan. Dat ongemak zit ook in de voorstelling. Juist omdat het zo dringend naar voren kwam in alle verhalen en bij al die vrouwen.”

Comedy & cameraderie

Steven Mahieu over zijn comedy bootcamp aan zee

Comedian Steven Mahieu sluit zich voor een week op in een man cave: een appartement aan zee waar hij afwisselend met twee duo’s van bevriende collegae iedere dag aan een nieuwe voorstelling werkt. Een comedy-bootcamp, zo je wil. Toch even vragen wat hij precies van zins is.

Mahieu: “Vorig jaar sprak ik met Luc Muylaert (artistiek leider TAZ, red.) over het verdwijnen van comedy op TAZ. Ik heb daar urenlang met hem over gediscussieerd en heb hem toen blijkbaar kunnen overhalen om comedy terug op de kaart te zetten tijdens het festival in Oostende. Het idee van de bootcamp zelf komt dan weer voort uit iets dat ik een tijd geleden met Wouter Deprez deed. Hij nodigde andere comedians en artiesten uit, waaronder mijzelf, uit om samen met hem het podium te delen op de Avond van de luistervink. De bedoeling was dat je met iets volledigs nieuws kwam, nooit gespeeld materiaal. Het zijn altijd superspannende avonden omdat iedereen risico’s kwam nemen. Dat schepte een onderlinge band. Je voelde dat. Het enige jammere was dat iedereen na de show naar huis ging en was het bij wijze van spreken weer ieder voor zich. Vandaar kwam mijn idee van de bootcamp, dat een antwoord zou kunnen bieden op deze professionele isolatie. Ik dacht: waarom sluit ik mij niet op in een Oostends appartement samen met andere comedians om aan onze shows te werken? Uit dat intense samenzijn kan dan iets voortkomen. Ik hoop althans dat er op zijn minst een dynamiek ontstaat waarbij we elkaar wederzijds inspireren en kunnen voorthelpen.”

‘De avond is een uitgelezen moment voor humor’


Als eerste duo nodig je Thomas Smith en Jeroen Leenders uit, als tweede David Galle en Bas Birker; waarom heb je precies voor hen gekozen?

“Ik heb ervoor gekozen om duo’s samen te stellen, bestaande uit mensen die elkaar op voorhand al kennen en tussen wie het onderling goed klikt. Ik ken deze mensen best goed en wij hebben in het algemeen een lekkere vibe samen. Zet mij met deze mensen in een situatie en er is gegarandeerd sfeer. Het is dus enerzijds een kwestie van persoonlijke affiniteit en camaraderie en dat is, omdat er weinig institutionele ruimte voor is, een aspect dat ik mis in het huidige comedylandschap. Anderzijds is het uiteraard ook een kwestie van smaak en stijl. Daarmee wil ik zeggen dat ik het werk dat deze collega’s maken mij genegen is. Ik hou van hun stijl, van de manier waarop ze performen en hun shows opbouwen. Met de samenstellingen van comedians beoogde ik een gezonde en gevarieerde mix van verschillende stijlen te verzorgen, die op de een of andere manier toch met elkaar resoneren. Al weet ik uiteraard niet waar dit alles op zal uitdraaien. Er is geen groot vooropgezet plan of een vooraf bepaald format voor het werkproces. Zeker is wel dat ieder aan zijn eigen SET werkt, maar wie weet komt er zelfs een samenwerking uit voort. Het kan allemaal. Dat maakt deze bootcamp dan ook tot een spannend gegeven: ik ben hier zeven dagen en het kan binnen die afzienbare tijd eigenlijk nog alle kanten uitgaan.”

Wat verwacht – of hoop – je van de shows zelf?

“Ik hoop dat de bezoekers van TAZ blij zullen zijn met de keuze van de organisatoren om comedy opnieuw een duidelijke plaats te geven in het programma. Daarnaast is het uiteraard vooral de bedoeling dat we een goeie sfeer neerzetten. We performen ’s avonds laat, sluiten het festival af en dat is op zich al plezierig. De avond is een uitgelezen moment voor comedy. Mensen komen hopelijk naar ons kijken om op het eind van de dag nog even te ontspannen en goed te lachen. Voor mij is humor daarnaast een vorm van verwerking en heling: de donkerte licht kleuren, de dingen waar ik zelf mee worstel in de ogen kijken. Dat is wat ik nu probeer te doen in mijn shows, terwijl ik dat vroeger bijvoorbeeld minder belangrijk vond. Ik ben daarin veel geëvolueerd. Er zijn andere comedians die de pijn echt opzoeken, maar dat is niet wat mij drijft. Ik wil het publiek niet choqueren; dat is niet wat me interesseert. Ik vind het spannender om een show te maken die constructief bijdraagt, dat is mijn streefdoel. Volgens mij worstelt iedereen wel met dingen in het leven en ik vind het op zich niet verkeerd om die doosjes open te trekken. Uiteindelijk, als je in zulke doosjes durft te kijken, valt wat erin zit misschien nog mee. De angst voor wat er in de doos zit, is dikwijls groter dan wat er effectief in de doos zit. Dat is iets wat humor zichtbaar en voelbaar kan maken. Als mensen dit voelen en herkennen is dat zeer leuk. Dat is waarom ik comedy maak: om dingen te snappen, licht en leefbaar te maken. Hopelijk lukt dat hier ook op TAZ.”

Alle Oostendenaars zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen

Meewandelen in ‘The Village’ 

Terwijl ik in een stevige zeewind op de Baelskaai wandel met ‘Summer’s Here’ van Magnus in de koptelefoon, laat ik de Oostendse Vuurtorenwijk op me inwerken. De oude vissersbuurt, waar vroeger vanaf zes uur ’s ochtends verse vis werd verhandeld en de vissersnetten op de kade lagen, is vandaag een toonbeeld van gentrificatie. Naast oude vissershuizen en kleine bruine kroegen rijzen hoge modieuze appartementsblokken op. Ik passeer een chique en stijlvol Italiaans restaurant waar opgeklede mensen op dit middaguur een lunch nuttigen. 

De muziek komt van de interactieve app The Village, die me rondleidt op een wandeling door de buurt. “Oostende verkoopt zijn maritieme ziel aan projectontwikkelaars,” kopte VRT NWS naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2018. De Vuurtorenwijk symboliseert in het klein waar de theatrale tentoonstelling en audiowandeling om gaat: de ongelijkheid neemt wereldwijd toe en gentrificatie en technologische vooruitgang komen slechts ten goede van een bepaald segment van de samenleving. 

Geen dokter Brandon 

De wandeling begint met een doolhof door krantenknipsels over ongelijkheid. “Om een eerste indruk te krijgen van het onderzoek” word je geworpen in een ontzettende en verwarrende veelheid aan informatie. “Wat Vlaanderen niet gelukt is, kreeg Canada wel voor elkaar: in tien jaar tijd is het aantal kinderen in armoede gehalveerd (DS 28 februari 2019).” Maar ook: “VN: wereldwijde armoede gehalveerd (Trouw 2 juli 2012).” 

Stichting Nieuwe Helden kiest ervoor om niet te focussen op één soort ongelijkheid, zoals inkomensongelijkheid. Een van de verdiensten van de tentoonstelling is dat ze toont dat ongelijkheid breder gaat dan economische factoren. Er is veel aandacht voor emotionele stabiliteit, zoals het opgroeien in een stresssituatie of met een aandoening als autisme, of voor het belang van een goed sociaal netwerk. 

© Marcia van der Zwan

In verschillende nagebouwde houten huizen op een grasveld aan de kade, maak je kennis met Oostendske kinderen. Je hoort in welke omstandigheden ze opgroeien en welke dromen ze hebben. Genadeloos breekt dan de statistiek binnen: een econome berekent aan de hand van de stabiliteit thuis en op school, de financiële spankracht van de ouders, afkomst en andere factoren, de kans om zijn of haar dromen waar te maken. 

Brandon, elf jaar, wil graag dokter worden, maar heeft een grote taalachterstand omdat zijn ouders migreerden vanuit Libië en het Nederlands niet machtig zijn. Op school heeft hij veel vriendjes, maar onder meer omdat er niet genoeg geld is om hobby’s te nemen, blijven die vriendschappen oppervlakkig. Helaas, Brandon heeft een schamele veertien procent kans om zijn droom te bereiken. 

Vriendelijke vossen 

De Nieuwe Helden vragen zich daarop af of ongelijkheid genetisch ingebakken zit in de mens. Een expositie over Darwins evolutieleer toont een boeiend onderzoek waarbij wetenschappers vossen probeerden te domesticeren zoals honden. De wetenschappers ontdekten dat dit mogelijk was als je elke generatie de minst agressieve of vriendelijkste vossen selecteert om voort te planten. Net zoals de vossen, citeren de Nieuwe Helden evolutionair antropoloog Brian Hare, heeft de mens zich kunnen ontwikkelen dankzij zijn empathisch vermogen. De meest empathische lieden brachten de soort waar ze nu is. Het is de survival of the friendliest. 

De conclusie lijkt dat de welvaart op aarde steeds ongelijker verdeeld wordt door economische en politieke systemen, ondanks een oorspronkelijke menselijke empathie. We hebben dus nood aan empathische individuen, vriendelijke vossen, die zich met burgerlijke ongehoorzaamheid verzetten tegen de systemen. 

In een pikzwarte loods mondt die denkpiste uit in een persoonlijke aansporing. “Geloof jij dat er oplossingen zijn?” vraagt de app en somber als ik ben, gaf ik te kennen dat ik dat niet wist. Daarop valt een programma van politieke voorstellen — van de verhoging van de kinderbijslag voor de laagste inkomens tot het versterken van de vakbonden — letterlijk op een hoopje. Of dit me aanzet tot directe actie en burgerlijke ongehoorzaamheid, of me net overrompelt door de veelheid, weet ik niet. 

© Marcia van der Zwan

De tentoonstelling zoomt erg in op hoe ongelijkheid de onderlaag van de samenleving treft. Maar waarom moeten we ook als het muntje wel de goede kant uitvalt tegen ongelijkheid strijden, waarom is een gelijkere samenlevingen op zich wenselijk? Er zijn goede onderzoeken om die stelling te staven, zoals het boek The Spirit Level: Why More Equal Societies Almost Always Do Better van epidemiologen Richard Wilkinson en Kate Pickett, maar Stichting Nieuwe Helden lijkt vooral te appelleren aan een oorspronkelijke empathie. 

The Village promoveert een brede opvatting van ongelijkheid naar het hoogste schap van de politieke agenda en verschaft ankerpunten (in het bijzonder de huisjes van kinderdromen) om op een concrete en betrokken manier over ongelijkheid na te denken. Maar net doordat ze het thema opentrekken, is het niet altijd duidelijk welke politieke stappen nu prioriteit hebben, waarop we de strijd moeten richten. Dat hoeft geen probleem te zijn. Het is (nog net) geen politiek pamflet, het is theater. Ambiguïteit is geen ondeugd. 

HET IS AAN… Julie Cafmeyer

HET IS AAN…
JULIE CAFMEYER

Ik ben op reis in Myanmar. Ik zit op een roze plastic stoel en drink een green-tea. Er komt een man naast me zitten, ik schat dat hij 92 jaar is. Hij vraagt me hoe oud ik ben. 
“30.” 
“Wat ben je hier aan het doen?” 
“Aan het reizen.” 
“Heb je een man?” 
“Nee.” 
“Heb je kinderen?” 
“Nee.” 
“Je bent dus alleen?” 
“Ja.” 
You should get married and have children. You are wasting your life.” 

Ik zit nog steeds op een roze plastic stoel. En vraag me af: 
Wat wordt er vandaag geacht van de vrouw? 

Eerst moet je – uiteraard – een koppel vormen. Zo lang je alleen bent, draag je een raar soort eenzaam, falend aura over je. Je doet yoga en blijft jezelf toefluisteren dat je happy bent. Je bent verslaafd aan peper- en zoutchips. Je bent te lui om te stofzuigen, maar dat is misschien niet erg want je verwacht toch bijna nooit bezoek. Je bent er nog altijd niet in geslaagd om de juiste aan de haak te slaan. Je zult je charmanter moeten gedragen. En vooral rustig blijven in het begin. Bewijs dat je psyche evenwichtig genoeg is om een goede, stabiele man te vinden. 

Je hebt nu een relatie. Je vindt dat zijn adem stinkt. Is je instinct je iets aan het vertellen? Je kunt beter naar je verstand luisteren. Als hij het niet is, wie dan wel? Bijna iedereen is al bezet. Als je met je vriend praat over de wereld, kun je je niet vinden in zijn wereldbeeld. Ga toch maar door. Dit is een goede man. Je kan niet alles in de liefde hebben. Doorgaan. ‘s Nachts in bed voel je soms een connectie als je tegen hem aan ligt en denk je: misschien komt het nog wel goed. 

Je bent al enkele jaren samen en denkt nu aan het kopen van een huis. Wie geen huis koopt, gooit zijn geld weg. Wie geen huis koopt, kiest voor een onzekere toekomst. Je spaart. Niet alleen voor je pensioen, maar ook voor je droomhuis. 

Na het huis maak je een kind. De echte vrouw maakt een kind. Vrouwen die geen kinderen willen zijn te wantrouwen. Want als vrouwen geen kind maken, waar gaan ze dan hun tijd aan spenderen? Je bent nu een aantrekkelijke vrouw die met plezier stofzuigt en tweewekelijks etentjes organiseert op haar terras. Met veel elegantie tover je een vegetarisch vijfgangendiner op tafel (geïnspireerd door Ottolenghi). Het zuchten hou je wel voor achter de schermen. Je bent gelukkig. Jullie zijn gelukkig. Je serveert suikervrije cheesecake. Altijd biologisch. Je bent gedisciplineerd genoeg om vervolgens maar een bescheiden stukje te nemen. Ook je chipsverslaving is – zo goed als – onder controle. Je kunt genieten van het leven! Met mate. Vannacht zal je misschien bemind worden. Hou de moed erin. En zo blijf je je gezin en je beroep managen. Met stijl. Je hebt geen zenuwinzinking. Wie blijft glimlachen zal beloond worden. En hopelijk ook bemind. Misschien. Misschien zal je op een dag bemind worden. 

Credits
Illustratie: Janice Feryn

De goden zijn nog altijd kwetsbaar

Ode aan de zee in de woorden van Hugo Claus 

Vandaag vindt in KAAP/Vrijstaat O. de tweede aflevering van ApéroPoëzie plaats. Met als gasten Jan Decleir en dichter Delphine Lecompte, maar ook illustratror Gerda Dendooven, schrijver David Nolens en blueslegende Roland Van Campenhout. Veel schoon volk alweer, kortom, in het onvolprezen programma van het Poëziecentrum en deAuteurs. De reeks wordt dinsdag voortgezet met o.a. Warre Borgmans en Lies Van Gasse; later in de week volgen nog Roos Van Acker, Stijn Meuris en hun gasten. 

Omdat de zee – het eeuwenoude cliché blijft van toepassing – dagelijks inspireert tot een overpeinzing, al dan niet met dichterlijke bravoure of allure, citeren we hier graag nog eens de Meester zelve. Met zijn gedicht getiteld ‘Zeezicht’, een ode waarin de stad Oostende ook een rol speelt, zij het tussen de regels. 

Zeezucht

De goden zijn kwetsbaar
Zij sterven uit
Al zijn ze nog zo vruchtbaar
Wij zien het gebeuren

Er rest ons nog de herinnering
aan rozen, aan Ensor zijn baard
de geur van seringen
het gerucht van de ransuil
de lucht van frambozen

de bloemencorso
een litho van Spilliaert
de IJslandvaart

Sehnsucht?

Zeezucht


Hugo Claus