‘Ik denk niet dat de Fransen durven wat wij doen’

Comp. Marius speelt Les enfants du paradis 

In de creatieve werkplaats De Blikfabriek in Hoboken, op de site van een voormalige verpakkingsfabriek, zoek ik de leden van het Antwerpse theatergezelschap Comp. Marius. Ze repeteren er voor Les enfants du paradis, hun nieuwe voorstelling die op Theater Aan Zee in première gaat, maar ik kan hen niet meteen vinden. Tot ik door de kier van een zware metalen schuifdeur een groot magazijn inkijk. Ik zie de bekende, zelfgemaakte tribune van Comp. Marius en acteurs die door elkaar lopen. Op een bankje geven compagnieoprichters Waas Gramser en Kris Van Trier aanwijzingen. 

Les enfants du paradis is gebaseerd op de gelijknamige Franse film uit 1945. Daarin dingen vier minnaars uit de Parijse theaterwereld naar de hand van de beeldschone Garance. Franse filmrecensenten verkozen Les enfants tot de beste Franse film ooit, maar Gramser en Van Trier zijn niet overtuigd. “Ik vind het een oubollige film,” begint Gramser. “Je ziet dat er de hele tijd een regisseur voor gezeten heeft. Maar één scène vonden we heel modern: een acteur verschijnt in het theater en weigert de tekst van de regisseurs te spelen, omdat hij die te slecht vindt. We voelden ons verwant voelden met die autonome houding, dus zijn we het scenario gaan lezen. Pas toen ontdekten we hoe fantastisch de tekst is. Maar hij staat vol regieaanwijzingen, zo kan niemand op intuïtie spelen. Wij willen net uitgaan van de intelligentie van de acteurs.” 

“Ik heb geen theorie over wie mijn personage is,” zegt Bert Haelvoet, die de eigenwijze acteur speelt. “Ik probeer dat nu te ontdekken. De film heb ik niet gezien en misschien ga ik dat ook niet doen. Daardoor is het in mijn ogen geen film, maar een toneelstuk.” 

Gramser: “In maart en april hebben we het script doorgenomen en dan visualiseren we alles. Wat hebben we nodig om te spelen? Dat is de enige vraag die er dan toe doet. Nu hebben we twintig dagen om uit te proberen of het werkt wat we hebben bedacht. Als je weinig repetitietijd hebt, moet je supergoed voorbereid zijn.” 

Haelvoet: “Anders zijn er, denk ik, minimum acht weken nodig. Ik vind die snelheid een fijne manier van werken, want ik repeteer eigenlijk niet graag. Dus ik vind het heel goed dat dat maar twintig dagen duurt.” 

Gramser: “Wat we nu doen vind ik het vervelendste deel van het maakproces. Je zit de hele tijd met dat logge apparaat van negen mensen die allemaal iets moeten drinken, naar het wc gaan, op hun tenen getrapt zijn…” 

Haelvoet begint luid te lachen. Terwijl hij aan zijn elektronische sigaret lurkt, raakt Gramser nog meer op dreef: “Een veelkoppig monster dat je de hele tijd moet temmen – ik beperk dat liefst tot het minimum. Als je goed voorbereid bent, kan dat. De deal is duidelijk als je met ons werkt: wij verwachten een grote vorm van zelforganisatie en opperste concentratie bij spelers. Of je bent geïnspireerd, of niet. Ik ga in twee maanden niet meer inspiratie geven dan je al hebt. Voor mij gaat het om de autonomie en vrijheid in het moment van spelen. Het theater is een van de zeldzame plaatsen waar dat kan en als je repeteert, dan hypothekeer je de interactie met het publiek.” 

Comp. Marius staat bekend om zijn locatietheater. Op Theater Aan Zee spelen jullie op het dak van de Koninklijke Villa, nu een zorghotel en revalidatiecentrum. Waarom net daar? 

Haelvoet: “Je ziet niet dat het een dak is, het is een gigantisch grasveld op het dak en in de verte zie je de zee. Als het goed weer is en niet te veel waait, is dat ongelooflijk.” 

Gramser: “Als het stormt, wordt het vechten. We wilden graag in Oostende zelf spelen en niet ergens afgelegen. Het leuke aan Theater Aan Zee is net dat je deel uitmaakt van een geheel.” 

Door te spelen op locatie, is Comp. Marius zichzelf steeds meer als gastheer gaan zien. Ze ontvangen zelf hun publiek en voorzien een buffet van worsten en eieren op een toog achter de tribune. Gramser: “We wilden alleen eten in eigen afval. De worst in een darm, eieren in schil.” 

Ongeveer een jaar na de première op Theater Aan Zee volgt de Franse première in Lyon. Hoe denken jullie dat het Franse publiek zal reageren op jullie bewerking van hun cultureel erfgoed? 

Gramser: “Meestal worden we in Frankrijk beter ontvangen dan in België. Hier hebben we een beetje een abonnement op slechte recensies.” 

Haelvoet: “Ik denk niet dat de Fransen durven wat wij doen. Zij blijven trouwer aan hun traditie en pakken het klassieker aan. Maar als het lukt wat we doen, vinden ze het ongelooflijk.” 

© Joëlle Jolivet

Gramser: “Weinigen hebben het scenario van Jacques Prévert gelezen en dat eindigt helemaal anders dan de film. Er zitten bijvoorbeeld veel verwijzingen in naar Shakespeares Othello en een Joods personage is veel prominenter aanwezig. Het is een heel irritante figuur die voor een onverwachte wending zorgt. Maar die scène werd geschrapt.” 

Als ik later met de andere leden van Comp. Marius napraat op het terras van De Blikfabriek, gaat Kris Van Trier daar dieper op in: “De film was gedraaid tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar na de bevrijding zat regisseur Marcel Carné gewrongen met die eindscène die totaal niet paste in de euforische sfeer. Dat Joodse personage zou bijvoorbeeld ook andere Joden aan de Duitsers hebben verklikt. Heel wrang. Hij bleef de première maar uitstellen, tot hij de scène uiteindelijk geschrapt heeft.” 

Gramser: “Ik vat Les enfants du paradis graag samen als een tekst over liefde en spelen. Vier mannen reageren elk op hun eigen manier op Garance, bij ons Clara Cleymans. Allemaal handelen ze vanuit een gebrek uit liefde en trekken ze een muur op. Ieder heeft vanuit zijn of haar verleden een ander soort mechanisme ontwikkeld om intimiteit uit de weg te gaan. Elke lezing die een verrijking vormt van dit verhaal is welkom, maar ik wil niet te veel nadruk leggen op de Jood, want dan vereng je de interpretatie. Ik wil niet actueel gevonden worden op die manier. Ik ga niet naar toneel om een les moraal te krijgen, maar om verbeelding en schoonheid te zijn. Ik wil de mensen geen spiegel voorhouden, ik wil een raam openzetten. De enige actualiteit die me interesseert is die van het moment van spelen.” 

Dit is een langere versie dan de versie in de papieren TAZette.

‘In het begin waren we maar met vijf’

Ontmoeting tussen Rob en Heleen, vrijwilligers op TAZ 

Het is al vaker gezegd en geschreven, ook in deze kolommen: een festival als TAZ drijft op het grote enthousiasme van vrijwilligers. En ze zijn weer met velen dit jaar, meer dan vierhonderd and counting. Het is een community op zichzelf, zo lijkt het soms. Maar volgens Rob Storme (80), een van de veteranen op TAZ, is het juist belangrijk om “niet te veel samen te klitten”. Voor hem is het namelijk de ontmoeting die dit festival maakt tot wat het is. En dus brachten we Rob samen met Heleen (19), een studente geneeskunde en nu drie jaar TAZ-vrijwilliger. 

© Marcia van der Zwan

Heleen Ponette studeert in Leuven maar groeide op in Oostende. Ze leerde TAZ kennen als jonge deelnemer aan een workshop van Mu.ZEE, waarbij de deelnemers een prijs mochten uitreiken voor de mooiste voorstelling. Over de reden waarom ze zich drie jaar geleden, als 17-jarige, aanmeldde als vrijwilliger op dit festival, is ze kort en duidelijk: om theater te zien. Dus dat blijft een haalbare combinatie, werken en voorstellingen bekijken? Heleen: “Als je voldoende dagen opgeeft, is het zeker mogelijk om geregeld iets mee te pikken. Net als vorige jaren draai ik mee in het team voor de ticketing – tot en met het kaartjes scheuren aan de ingang. Dus ja, op die manier zit je als medewerker geregeld in een theaterzaal. Dat is fijn.” 

Rob luistert naar zijn jonge collega en laat direct zijn goedkeuring blijken. “Het is zó belangrijk om vroeg genoeg met kunst en cultuur in aanraking te komen. Ik heb zelf drie kinderen (een van zijn zonen is Klaas Storme, alias Zaza, de cartoonist, SH) en mijn vrouw en ik hebben altijd geprobeerd om die goesting en nieuwsgierigheid aan hen door te geven. Ik zal nooit vergeten dat we, toen ze nog heel klein waren, naar het Kröller-Müller Museum gingen in Nederland. Daar liepen toen ook heel kleine kinderen rond, maar spelenderwijs kregen zij wel mee wie welk schilderij had gemaakt. Dat levert op, he, op latere leeftijd. Jong geleerd is oud gedaan.” 

‘Het is zo belangrijk om vroeg met kunst in aanraking te komen’ (Rob)

Niet toevallig is Rob ook vrijwilliger bij De Grote Post. En was hij, als man met een missie inzake kunst en cultuur, jarenlang actief in het onderwijs. Met name in zijn thuisstad Oostende was hij een van de pioniers in het ontwikkelen van buitengewoon onderwijs. Maar hoe was het op TAZ in de woeste beginjaren, met name in 1997 en 1998? Rob was er immers bij vanaf de allereerste editie. “Toen waren we met vijf vrijwilligers, kun je je dat voorstellen? Indertijd waren er nog veel meer straatartiesten en parades, soms uit Frankrijk of Australië. Die eerste edities werden ook gefinancierd met budget van Toerisme, he, niet van Cultuur. Ik herinner me dat ik zo’n kleurrijke karavaan moest begeleiden op straat, van De Drie Gapers naar het Kursaal. Dat waren echt andere tijden. Luc Muylaert (artistiek leider van TAZ, SH) was toen verantwoordelijk voor klank en geluid, als een van de steunpilaren in de entourage van Marc Lybaert. Marc was toen nog docent aan het RITCS en is de oprichter van Theater Aan Zee.” 

Er volgt nog een reeks anekdotes over vervlogen edities; over het belang van het Familiepark, als opstap voor de allerkleinsten naar de podiumkunsten; over de tijd dat er nog ‘levende standbeelden’ in de winkelstraten van Oostende te zien waren, als onderdeel van het festival. Dat laatste duurde trouwens niet lang, “want elke stad begon dat te programmeren”. Rob pleit trouwens, behalve voor een lage drempel en een brug met het onderwijs, ook voor kwaliteit als criterium. Hij richt zich tot Heleen: “Jij studeert voor dokter, begrijp ik? Mag ik daar iets over zeggen? Zelfs bij dokters is het soms pover gesteld met hun kennis of liefde voor de kunst. Ik begrijp dat niet. TAZ is vandaag opnieuw te gast in het Kursaal met voorstellingen, maar het cultuuraanbod in deze stad is lange tijd heel laag geweest, he. Het enige wat volle zalen lokte was zoiets als de Chippendales. Toen zaten er ook dokters in de zaal, vermoed ik. Gelukkig is er nu De Grote Post met een interessant aanbod voor en na de festivalzomer.” 

Heeft Rob, als ancien, nog een gouden tip voor Heleen? Hij aarzelt geen seconde: “Blijven komen naar TAZ. Voortdoen. Volhouden! Het houdt een mens jong, alles wat er hier gebeurt. Ook die dagelijkse ontmoeting tussen generaties is gezond, mentaal en fysiek.” Ze glimlacht. “Beloofd. Dit jaar kan ik maar vier dagen meewerken, want ik organiseer ook een atletiekkamp in de zomer. Maar ik wil blijven komen, ja.” Wat? Cultuur én sport? Beter wordt het niet… 

Morbide reis naar het verleden

Over The Journey van Anna Luka da Silva 

De zaal zit nog druk te keuvelen als er vanachter een zwart doek traag een hand verschijnt. De hand draait zich en grijpt in het luchtledige: hij lijkt zijn weg te zoeken. In The Journey neemt theatermaker Anna Luka da Silva het publiek mee op een morbide reis naar het verleden, naar een herinnering dat het lichaam maar niet lijkt te kunnen vergeten. 

In de festivalbrochure staat naast de tekst over de voorstelling een hert dat met oplichtende ogen in de koplampen van een auto lijkt te kijken. De aanvankelijk onopvallende foto blijkt betekenisvol: Anna Luka da Silva, een tengere blonde verschijning in een sober grijs kleedje, houdt haar ogen tijdens de hele voorstelling gesloten; in plaats daarvan zijn op haar oogleden grote, helderblauwe ogen getekend die het publiek niet loslaten. 

In The Journey keert Luka da Silva terug naar haar kindertijd en blaast het stof figuurlijk van haar dagboek. Als ze keelgeluiden uitstoot en haar lichaam zich verwrongen over het podium beweegt, voel je onbewust de zenuwknoop achter je maag samentrekken. Als bij een marionet lijkt haar lichaam niet door zichzelf, maar door een ander te worden aangestuurd. Via een onafgebroken stroom van een taal, geïnspireerd door de lyriek van Faust, maakt ze een duistere trip down memory lane

Maar dan transformeert het gekwetste kinderlichaam, dat doet denken aan de verminkte wassenbeelden van beeldend kunstenaar Berlinde de Bruyckere, in Uncle Jimmy. Er ontstaat een spel waarin de actrice schakelt tussen de perverse oom, die haar manipulatieve vader blijkt te zijn, en het kind zelf. The Journey, waarvan Nora Ramakers de eindregie deed, is nietsontziend en ontneemt ons de adem. 

Dan opent Luka da Silva plots haar ogen, héél kort, alsof je even bij haar naar binnen mag kijken om te zien wat er zich in het verwrongen lichaam genesteld heeft. Voorzichtig maakt het verminkte plaats voor acceptatie. Zo toont Luka da Silva, zichtbaar geamuseerd, haar tatoeages aan het publiek. Alsof de tekeningen op het lichaam, het lichaam hebben teruggevorderd. Er is weer plaats voor plezier. Tussen het puin is het toch vooral een zoektocht om het lijden af te leggen: om geen slachtoffer meer te zijn. 

HET IS AAN… Brik Tu-Tok

HET IS AAN… BRIK TU-TOK

dear friends

I HAD A GOOD LAUGH!



but now it’s over

….trusty trusty friends…
w h e r e   a r e   y o u ?  


door opens – everbody faints

will we pick up the trouble before it blows?
will it be trick or treat? – (nobody knows) –
I felt something moving behind my back
must be a new chapter – (that’s a fact) –
but I don’t know why I’m still walking around this shit
I must admit the mask I bought – it just don’t fit
T H E   G O A L   A I N ‘ T   C L E A R !
all I collect so far are lonely fears
so maybe I realise this paradise ain’t no surprise
It is full of lies and dark skies

whisper voice:
I tried to avoid them but they make children
and they are waving at me while I’m making love
with thieves

BRIDGE

a few doubts I have to swallow today:

– what about the do’s and the don’t’s?
– did they do or did they do nothing at all?
– why would we glow deep down under?
– didn’t you receive my pounding crumble?

I’m afraid to say
things will get

WORSE WORSE WORSE WORSE WORSE WORSE
WORSE WORSE WORSE WORSE WORSE WORSE
WORSE WORSE WORSE WORSE WORSE WORSE

Robert:
(…) but I didn’t made up my mind!  
my     mind      made     up        me!

an angel repeats without voice:
WORSE? WORSE? WORSE? WORSE? WORSE? WORSE?
WORSE? WORSE? WORSE? WORSE? WORSE? WORSE?

‘Hush a Bye Bye’ we say 
look what the world has done today
it’s important that we stay
please believe the hidden wonder
why would we glow deep down under?

(outro: ONLY ONE OF US IS SWAN!!)

pray for them –  we’ll pray for you
stay close to what you’ve lost
the vow will bring no happy end

but wouldn’t you like to see
us on the rivers of revery?
TAKE A GENTLE SWIM INTO
THE DEEP BLUE SEA OF DISAGREE!


LET’S RAISE OUR FLOWERS WHILE
FLIRTING THE FEVER AWAY

Robert:
but I’m not Madonna
miss Donna didn’t come

(curtain falls – dog barks – children wave bye bye)

Credits
Illustratie: Janice Feryn