De computer als choreografische nijptang

Bryana Fritz over haar ‘desktop gedicht’/‘offline dans’

De Amerikaanse choreografe en danseres Bryana Fritz, die woont en werkt in Brussel, strijkt morgen voor het eerst neer op TAZ met eigen werk. Als onderdeel van De keuze van Oshin, vier voorstellingen die geselecteerd werden door gastprogrammator Oshin Albrecht, toont ze Indispensible Blue (offline), een choreografie die zich afspeelt op de desktop van haar Macbook. Haar voorstelling wordt dan ook beschreven als een ‘desktop gedicht’ en/of een ‘offline dans’. Wat mogen we van deze zonderlinge genres verwachten? Fritz licht het met plezier voor ons toe.

DESKTOP

Om dit interview af te nemen, ontmoet ik Bryana in een appartement in Wenen. Daar verblijft ze voor het dansfestival ImpulsTanz, waar ze een solo brengt en een workshop geeft. Ze weet mij te vertellen dat Indispensible Blue onder gelijkaardige omstandigheden tot stand kwam. Fritz: “Ik creëerde deze performance in de verschillende hotelkamers waar ik verbleef, terwijl ik op tour was met een andere voorstelling. Ik reis erg veel en het enige dat ik als een constante met me meeneem, is mijn computer. Mijn Macbook wordt daardoor een beetje zoals een huis; het is mijn meest persoonlijke ruimte, die ik in deze performance deel met het publiek. “ 

GEDICHT

“Aanvankelijk vertrok dit stuk vanuit een gedicht. Poëzie is voor mij onder andere een middel om dans beter te begrijpen, dat is ook één van de redenen waarom mijn gedichten meestal bol staan van lichamelijke metaforen. Dans en poëzie zijn erg nauw met elkaar verbonden in mijn werk. Indispensible Blue vertrok in het bijzonder vanuit een gedicht dat ik geschreven had toen ik nog aan P.A.R.T.S. studeerde. Ik deed experimenteerde indertijd met ‘constrained writing’, een vorm van schrijven waarbij je jezelf vormelijke beperkingen oplegt. Ik bedenk op voorhand een schrijfchoreografie en probeer binnen de beperking ruimte voor vrijheid en beweeglijkheid te creëren. Enerzijds schreef ik in roosters met als doel dat je mijn gedichten zowel horizontaal als verticaal kon lezen. Een ander experiment dat ik deed, was verzen produceren en in het volgende vers telkens één woord weglaten of veranderen. Dit waren zulke strakke vormelijke beperkingen dat mijn grammatica er automatisch door getransformeerd werd, waaruit een vorm van Engels voortkwam die veel vrijer en poëtischer aanvoelde. Later wilde ik dit gedicht omvormen tot een choreografie.” 

OFFLINE 

“Het offline aspect moet gezien worden in de context van het postinternettijdperk. Kunstenaars die zich hier bewust mee bezighouden, produceren vaak werk met een zeer sterke esthetiek die doet denken aan de esthetiek van het internet zelf. Door uitdrukkelijk offline te gaan, distantieer ik me eigenlijk van dit soort werk. Ik besloot me daarentegen toe te leggen op de digitale ruimte van de desktop, de personal computer en om me die esthetiek eigen te maken en om mijn aanwezigheid te versleutelen in deze ruimte. Alles wat het publiek op de desktop ziet verschijnen heb ik zelf gecreëerd: het geluid, de muziek, de tekst… Alles is door mij aangeraakt.” 

DANS 

“Op een bepaald moment begon ik dus te werken op mijn computer en ik begon me af te vragen wat het eigenlijk betekent om een gebruiker te zijn van een pc en geen eigenaar of programmeur. De positie van de gebruiker is er één van de onderworpene. De computer is een ruimte waarbinnen je als gebruiker strak gechoreografeerd wordt: elke beweging die je maakt, is voorgeprogrammeerd. Je bent niet de eigenaar van de bewegingen die je maakt op het scherm. Ik vroeg me af of het mogelijk zou zijn om dans te gebruiken als een verzetsmiddel om aan deze dwingende choreografie te ontsnappen. Voor mij is choreografie namelijk ook een soort van ‘constrained writing’: het beteugelt dans en steekt het in een keurslijf. De potentiële kracht van dans bestaat er dus uit om zich aan de grip van de choreografie te ontworstelen. Als je de computer beschouwt als een soort choreografische nijptang voor de gebruiker, kun je dans en poëzie zien als de instrumenten die de gebruiker kunnen helpen ontsnappen. Ik heb er daarom voor gekozen om mijn oorspronkelijke gedicht te laten versplinteren over mijn desktop. Daarvoor werd ik onder meer geïnspireerd door een boek van Franco Berardi The Uprising: On Poetry and Finance die stelt dat poëzie een taal is van ‘non-exchange’ (letterlijk: ‘die niet uitwisselt’, red.). Naar die taal ben ik op zoek gegaan.” 

Reconstructie wordt #NotMe

‘Anne meets Jeffrey’ zit vernuftig in elkaar 

Emma Berentsen maakte Anne meets Jeffrey, een voorstelling die geprogrammeerd is onder Jong Werk Theater. Samen met de Britse Tiffany Murphy reconstrueert ze op een doordachte manier ‘Annes’ ontmoeting met ‘Jeffrey’. 

© LUXXXER

Stel: je maakt iets mee dat zo traumatisch is, waardoor je elk perspectief eensklaps verliest. Een ervaring die dusdanig ingrijpend is dat het onmogelijk wordt om er afstand van te nemen. Hoe maak je een performance over deze ervaring, zonder dat het tot een therapiesessie verwordt? Hoe maak je deze ervaring toch communicatief voor een publiek? ‘How to make a performance about rape?’ is dan ook één van de eerste vragen die Berentsen googelt. Terwijl ze deze vraag typt in het balkje van de zoekmachine, kan het publiek volgen wat zij doet op haar computer: haar scherm en dat van haar co-performer Murphy worden namelijk geprojecteerd op twee doeken die achter de tafel, waaraan de twee actrices zitten, opgehangen zijn. Deze scenografische opstelling maakt het voor de toeschouwers mogelijk deel te worden van de reconstructie van gebeurtenissen in 2007. 

‘How to make a performance about rape?’

‘Anne’ ontmoet ‘Jeffrey’ ’s nachts in Zutphen langs een fietsersbaan, vlakbij het lokale zwembad. Hij sleurt haar van haar fiets, houdt haar vijf uur lang gegijzeld en verkracht haar meermaals. Zeven jaar later ontmoet Anne Jeffrey opnieuw en gaat met hem in gesprek over wat er gebeurd is. Dit is het trauma waar Berentsen de performance rond laat cirkelen. Zij, Emma, wordt ‘Anne’. Zij, Emma en Tiffany worden ‘Jeffrey’. Zij laten het publiek Anne en Jeffrey ontmoeten door ze te representeren, door de feiten minutieus te reconstrueren. Dat doen ze bijvoorbeeld wanneer ze de mediaberichten die verschenen rond de zaak voor lezen. Dat doen ze ook door een bijna literaire definitie van ‘verkrachting’ te projecteren en door te nemen en door vragen en het vooronderzoek deel te laten uitmaken van de voorstelling zelf. 

Zo, via representatie, reconstructie en research, wordt dit veel meer dan een performance over een verkrachting een voorstelling over het verlies van en de zoektocht naar perspectief. Anne meets Jeffrey overstijgt het incidentele – omdat het op een vernuftige manier reflecteert over hoe mensen en objecten zich in tijd en ruimte tegenover elkaar verhouden na een trauma. Het laat bijvoorbeeld op een zeer intelligente manier zien hoe schijnbare details, zoals een paard en een fiets, het trauma triggeren, waardoor het onderscheid tussen voor- en achtergrond in de beleving verdwijnt en op scène een geheel eigen leven beginnen leiden. Het fraaie duo Berentsen en Murphy doet dit alles met een heilzame combinatie van ernst en lichtheid want ook een oefening in ademen tijdens het lopen, een nogal kitscherig dansje op ‘Ride A White Horse’ en een zeer overtuigend gebrachte karaokeversie van ‘Eye Of The Tiger’ ontbreken er niet aan. Anne meets Jeffrey vecht terug en zegt zeer vastberaden: #NotMe. 

Ernstig, maar lang niet somber

Simone Milsdochter over haar ‘lecture performance’ 

2016, august. Flemish Belgian Dutch actor actress Simone Milsdochter. Photo: Johannes Vande Voorde

Als ik de koffiebar binnenloop waar ik met actrice Simone Milsdochter heb afgesproken, staat ze gezellig een praatje te maken met de barista. Het is hier haar buurt, vlakbij haar woonplaats. Nog net in de beslotenheid van haar intieme huiselijkheid, zou je kunnen zeggen en tot nu bleef haar nieuwste voorstelling daar ook. “What do you think of western civilization?” “I think it would be a good idea” – de titel is geleend van een apocriefe anekdote over het komische antwoord van Mahatma Ghandi op de weinig elegante vraag van een journalist – heeft ze tot nu één keer gespeeld. In een woonkamer, voor vrienden. Ze repeteert het dezer dagen luidop in de badkamer, in de keuken, terwijl ze de afwas doet. Haar vriend is haar klankbord. 

De voorstelling is dan ook de uitkomst van een uiterst persoonlijke denkoefening. Het begon bij de krant, de dagelijkse overvloed aan informatie over grote globale crisissen. “Ik merkte dat ik discussies vaak voerde op basis van talkshowclichés,” zegt Milsdochter. “Dat ergerde me. Want wat wist ik nu eigenlijk echt over het klimaat of over de islam of over ongelijkheid en armoede? Ik wilde mezelf opleggen om daar aandachtiger over na te denken. Niet voor een theoretisch traktaat, maar als een persoonlijke oefening. Ik ben in mijn eigen schoenen gaan staan.” 

Ze wilde met andere woorden haar eigen wortels ernstig nemen. “Wat betekent het die grote thema’s te benaderen als je bent opgegroeid in een mooi huis in Haarlem, in een liefdevol gezin, een culturele omgeving…? Ik ben gelukkig, maar ik heb vooral geluk gehad.” 

“Op een avond met veel wijn, ingezakt in de kussens, zei een vriend dat de westerse beschaving weleens een vergissing kon zijn geweest. Nu is heel mijn afkomst erop gericht dat de westerse cultuur en wetenschap staan voor alles wat goed is, maar ik begon dus weer in veronderstellingen te spreken. Toen dacht ik: nee, laat ik dit nu eens serieus nemen.” 

“Doorheen de geschiedenis waren er altijd beschavingen superieur aan andere en die vergaan ook weer, van het oude Egypte tot de Chinese dynastieën. Maar een superieure beschaving maakt van jou nog geen superieur mens. Bovendien is er een schaduwzijde aan onze welvaart: kolonisatie, uitbuiting, klimaatuitputting. Voor het eerst dreigt nu een beschaving niet ten onder te gaan door binnenlands gemor of buitenlands wapengekletter, de aarde zelf protesteert.” 

Soms verzucht Simone Mildochter lachend dat ze zoveel thema’s aanhaalt en dat ze geen idee heeft hoe ik er een verhaal van moet maken. “Dit zit allemaal niet letterlijk in het stuk,” verduidelijkt ze. “De voorstelling bestaat uit anekdotes, gesprekken die ik heb gehad, elementen uit mijn omgeving. Een vriend van me heeft bijvoorbeeld een nanny. Omdat hij haar werkgever is, zou je die relatie kunnen bekijken vanuit een hiërarchie. Maar ze spelen ook maar een rollenspelletje, ze weten dat hij niet écht superieur is aan haar. Dat genereert grotere vragen, die ik benader op mensenmaat.” 

Twee jaar geleden bracht je op Theater Aan Zee De wetten van de menselijke stupiditeit, naar het ironische essay van Carlo Cipolla. Dat heette toen ‘a kind of lecture performance’, nu laat je die ‘a kind of’ weg. Waarom? 

“Een lecture performance moet toch redelijk wetenschappelijk onderlegd zijn. En De wetten beroept zich op een soort semi-wetenschappelijkheid. Nu dacht ik: ik doe gewoon een echte lecture performance. Heel serieus. Toen was het nog met een grap en een grol, nu niet. Ik merkte dat het iets prettigs had om de mensen een uurtje terug te nemen naar het klaslokaal. Even indommelen, dat is niet erg. Het is een extra large TED talk.” 

Je meent het echt van die ernst, zie ik. 

“Ja, eigenlijk wel. Ik vreesde eerst dat er geen humor inzat, wel een paar herkenbare komische anekdotes, maar dat was het. Maar misschien was het wel tijd om deze denkoefening te maken. Dan ga ik de volgende keer wel weer op m’n hoofd staan en met zestien ballen jongleren. Zo’n lecture performance gaat terug naar de basis van wat ik ben: een verhalenverteller.” 

Alleen jij op het podium, met een mooie tafel en een mooie stoel. 

“Oh jawel, maar ik heb ook een groot doek gemaakt met kranten in papier-mâché en dat vervolgens met frescolithe wit geschilderd. Een wit vlak om opnieuw te kunnen beginnen. Dat doek hang ik achter me, ik word geruggensteund door het materiaal dat me aan het denken heeft gezet. Ik gebruik ook het vierde deel uit het zesde strijkkwartet van Beethoven omdat het zo’n mooi licht dansant stukje is. De componist Frederik Van de Moortel heeft dat op allerlei mogelijke manieren bewerkt en ik bedien met een controller die soundscape. Mijn vader zei altijd dat de hele westerse beschaving gerechtvaardigd werd door het simpele feit dat ze uiteindelijk Beethoven heeft voortgebracht.” 

Op welke reactie hoop je? 

Vastberaden en enthousiast stroopt Milsdochter haar mouwen op. “Zo…! Ik hoop dat ze gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan en dat ik empathie genereer.” 

Ze lacht. “Of het wordt helemaal niets! Nee, ondanks de zware thema’s, ben ik ben heel optimistisch van aard. Er zijn zoveel mensen oplossingen aan het bedenken voor de toekomst. Mijn petekindje werd onlangs geselecteerd door SpaceX van Elon Musk om met studenten wereldwijd een vacuüm koker te ontwerpen waardoor je in anderhalf uur van Londen naar Parijs kan reizen. Dat is toch geweldig? Ik kreeg tranen in de ogen van dat optimisme.”

HET IS AAN… Rashif

HET IS AAN… RASHIF

Ik ben malcontent, misnoegd en mistevreden.

Alles went behalve ne vent.
Ik kan bellen, sms’en, whatsappen, mailen, facetimen, skypen en een postduif te hemel laten stijgen,

Maar ik heb minder en minder te zeggen.
Want aan mij wordt niks gevraagd.

Ik ben bokkig, balorig en brommerig.

Ik leef langer en langer, maar het gaat slechter en slechter met mijn rug, mijn knieën en mijn geduld.
Ik moet dringend ontstressen, decompressen en mezelf gaan vinden tijdens een staycation van de 3e tot de 5e augustus.

Ik ben narrig, nors en nurks. 

Want vroeger was het beter.  Het is niet meer hoe het geweest is.  We moeten terug naar de tijd toen we er nog niet waren, toen was het beter, heb ik horen zeggen van mensen die er toen ook nog niet waren.

Ik ben zo kribbig, korzelig en knorrig. 

Bruine mensen voelen zich niet gezien en witte mensen hebben het gevoel dat ze net te veel bruine mensen zien.

Anderen klagen te veel en ik klaag nog te weinig.

Ik bestel guilt-free haribo-snoepjes online met mijn smartphone gesmeed uit bloedkobalt.

Ik moet nog gaan bosbrossen en ik ben knetter ‘woke’, maar ik voel mij niet uitgeslapen…

Ik voel mij zo gemelijk, gemélijk, gémélijk…. MALCONTENT!

______
In deze ‘vloeibare tijden’ tiert het menselijk onbehagen weelderig, zowel in de bovenlaag als in de onderlaag van onze samenleving, hetzij gefundeerd hetzij bij de haren getrokken. Laat ons op TAZ hierover praten met elkaar.  Laat ons elkaar ontmoeten in de tussenruimte, de ruimte tussen de polariteiten.  Laat ons elkaar de hals tonen, als honden in een roedel. Laat ons oprecht kwetsbaar zijn tegenover, naast, en bij elkaar. Laat ons het onbehagen erkennen, opdat het niet kan sluimeren onderhuids en zweren achterlaten op onze ziel.  Tot wij weder stiekem kraaien van contentement.


CREDITS
Illustratie: Janice Feryn