‘Het moet vooral een schone show worden’

Interview met Emma Lesuis over haar laatavondprogramma 

De Nederlandse Emma Lesuis studeerde woordkunst in Antwerpen, verhuisde voor de liefde naar Amsterdam en zou mét liefde ook wel weer willen terugkeren naar Vlaanderen. Op logies in Oostende neemt ze een bont kunstenaarscollectief mee de nacht in. ‘Wat ik hoop? Dat mensen openstaan voor nieuwe gezichten. Niet voor een zoveelste talkshow met BV’s, maar voor artiesten die vanuit een ander perspectief iets te vertellen hebben.’ 

We bellen de storyteller als ze net is teruggekeerd uit het Oerolfestival in Terschelling. Ze bracht er haar live documentaire Aardappelbloed, waarvan het concept vorig jaar bekroond werd met de Roel Verniers Prijs voor jong podiumtalent. “We deden meer dan twintig voorstellingen. Het was nogal intens,” vat Lesuis nuchter samen. “Op TAZ doe ik weer iets helemaal anders. Lucas De Man vroeg of ik niet een club van kunstenaars met me mee wou brengen: nieuwe, interessante stemmen. En of we er dan niet gelijk een laatavondshow van konden maken? Zodoende ben ik nu een programma aan het maken voor vier dagen met talenten waarvan ik vind dat ze getoond moeten worden, als een soort afsluiter van de festivaldag.” 

Wie staat er allemaal op jouw lijst van geïnviteerden? 

“Ik noem ze woordkunstenaars, maar ze komen uit heel verschillende hoek: slam poets, schrijvers, dichters, singer-songwriters… Elke dag laten ze hun kunsten zien. En er zijn ook een paar vaste items in de show. Zo schrijft er telkens iemand een brief, bestemmeling vrij te kiezen. Briefschrijvers met dienst zijn onder andere Belgisch kampioene poetry slam Lisette Ma Nesa en historicus Heleen Debeuckelaere. In de rubriek ‘Handje Debutantje’ komt dan weer een debuterend schrijver langs.” 

“Elke show komt ook dichteres Astrid Haerens op mijn sofa zitten. Astrid vertolkt de stem van de Oostendenaar. Ze gaat iedere dag de stad in om een inwoner te interviewen of te portretteren via dichtvorm. Ik vind dat belangrijk, om die sense of place mee te geven met het publiek en de artiesten.” 

Waar heb je al die kunstenaars gevonden? 

“Ik ken heel wat mensen in Vlaanderen omdat ik zelf in Antwerpen gewoond en gestudeerd heb. Ik krijg ook hulp van Keltoum Belorf, die als dj MissyK plaatjes bij me komt draaien na elke show. En ik ben een samenwerking aangegaan met het Rotterdamse festival Motel Mozaïque. Dat is een tof, heel divers stadsfestival dat ook zijn thuis heeft in een havenstad. Die uitwisseling leek me hoe dan ook een fijn plan omdat deze editie van TAZ de culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland graag wil aanmoedigen.” 

Gaat de nadruk in jouw show liggen op amusement of engagement? 

“Oh, ik praat het allemaal aan elkaar en ik kan best fun zijn. (lacht) Maar er zit altijd wel een laagje onder. In elk geval maken we het op z’n Hollands gezellig. En verder moet het vooral mooi worden, een schone show, zoals jullie dat zeggen.” 

Het wordt sowieso een editie met veel engagement, toch? 

“Ja, maar ik probeer er niet óver te gaan in wat ik doe, het mag geen strijd worden. Het is gewoon zo dat er heel veel geëngageerde kunstenaars zijn, die verhalen hebben die echt verteld móeten worden. De danser Gil The Grid komt bijvoorbeeld bij me langs. Hij heeft een psychose gehad en verwerkt dat op een heel bijzondere manier in beweging. Die drive om echt iets kwijt te willen aan de wereld vind ik heel erg mooi bij een kunstenaar. De artiesten die ik meeneem, hebben dat allemaal wel in zich.” 

Heb je zelf nog een ei dat je graag kwijt zou willen? 

“Jawel, dat er volgens mij iets misgaat met het respect in de culturele sector. Hoeveel ben je waard als kunstenaar? Die vraag stel ik me regelmatig. En dan heb ik het niet enkel over wat je als artiest blijkbaar maar mag kosten aan een organisator of een overheid, maar ook over machtsverhouding. Soms lijk je als kunstenaar dankbaar te moeten zijn alleen al maar omdat je een podium krijgt. Dat is niet helemaal fair.” 

“En als ik nog iets anders wil tonen met mijn show, zonder het daarom zelfs expliciet te willen benoemen, dan is het dat de kunstsector nog altijd veel te wit en te homogeen is. Ik had vandaag nog een festival aan de lijn en hoorde dat alle sprekers die daar komen wit zijn. Dat kán gewoon niet meer. Die discussie wil ik zelfs niet meer voeren.” 

De docu’s die je draaide voor in Search of Democracy 3.0 – ook te zien op TAZ – hebben een duidelijk positieve toon. Moeten kunstenaars positief zijn? 

“Nee, dat vind ik niet. Ik denk dat juist uit negativiteit heel sterke dingen kunnen voortkomen. Veel jong werk dat op TAZ geprogrammeerd staat, is heel kritisch en niet zo vrolijk, maar wel erg boeiend en goed dat het verteld wordt.” 

In Search of Democracy is vooral een heel mooi, liefdevol project waarin de makers op zoek gaan naar ideeën om de rechtstaat op een andere manier vorm te geven. Dat positieve geluid heb ik in beeld willen vatten. Ik noem het trouwens zelf geen documentaires, maar afleveringen. Omdat ze echt mijn stempel dragen: het is mijn verhaal, door mijn ogen bekeken en met mijn stem verteld. Ik weet dat beeld heel manipulerend kan zijn, maar ook heel krachtig. En ik wil proberen die macht zo eerlijk mogelijk te gebruiken.” 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.