Hoe kaap je de goede hoop?

Drie lessen uit de ‘Avonden van Hoop’ 

‘Do we participate in a politics of cynicism or a politics of hope? (…) I’m not talking about blind optimism here (…). I’m talking about something more substantial. (…) It’s the hope of slaves sitting around a fire singing freedom songs, the hope of immigrants setting out for distant shores. (…) Hope in the face of difficulty. Hope in the face of uncertainty. The audacity of hope!’ 

Barack Obama beroerde de Verenigde Staten en de wereld toen hij in 2004 deze toespraak gaf. Sindsdien lijkt het alsof er van die dappere hoop nog maar weinig overblijft. “I don’t want you to be hopeful. I want you to panic,” sprak Greta Thunberg voor wereldleiders in Davos. Heeft de hoop in onze tijd van klimaatcrisis, globale ongelijkheid en populisme afgedaan? 

Vijf avonden lang nodigde curator Lucas De Man daarom telkens een theatergezelschap uit om een Avond van Hoop vorm te geven. Wij voeren erop uit om te kijken hoe Het Zuidelijk Toneel, Jong Gewei, ARSENAAL/LAZARUS & Nieuw Utrechts Toneel (NUT), Het nieuwstedelijk en Victoria Deluxe/Kopergietery hoop wilden opwekken en trokken drie lessen. 

Les 1: De jeugd ziet het somber in (maar is strijdvaardig) 

Twee avonden stonden in het teken van de jeugd. Jong Gewei, de jongerenwerking van het Gentse gezelschap Kloppend Hert, en de samenwerking tussen Victoria Deluxe, de Kopergietery en Eden-Charleroi creëerden beide een avond die ontstond uit pessimisme over ons tijdsgewricht. De uitdagingen zijn zo groot, de vooruitgang zo klein en de weerstand zo star dat hoop een wel erg naïeve houding lijkt. 

“Onze jonge spelers uit Gent, Brussel en Charleroi zijn vaak in moeilijke omstandigheden opgegroeid en ervaren zware discriminatie en ruw racisme als een dagelijkse realiteit,” duidt Dominique Willaert, artistiek leider van sociaal-artistieke werkplek Victoria Deluxe. Op scène vertelt de jonge Christian Makuta in plat West-Vlaams hoe hij naar de supermarkt in Poperinge gaat om een verjaardagstaart voor zijn moeder te kopen. Wanneer een oudere vrouw haar portefeuille niet meer vindt, beschuldigt ze meteen hem. Niemand die eraan twijfelt, ook de politie niet, die hem agressief verplicht zich uit te kleden. Als uiteindelijk blijkt dat de vergeetachtige dame haar portefeuille in de auto was vergeten, is er schaamte, maar geen verontschuldiging. 

Het is een scène die allesbehalve hoopvol stemt. Hoe vaak zijn we ons niet bewust van een probleem, maar moeten we vaststellen dat een collectief bewustzijn of een breed gedragen oplossing nog decennia op zich zal laten wachten? Het maakt hoopvol zijn tot een kwetsbaar en naïef gevoel. “De jongeren beleven een donkere tijd,” gaat Willaert verder. “Ze hebben weinig verbeelding over alternatieve samenlevingsmogelijkheden.” Maar dit pessimisme leidt wel tot activisme. “Uit pessimisme groeit een woede die superkrachtig is,” zegt Yaël weer. Ook de jongeren van Victoria Deluxe/Kopergietery roepen op tot strijdbaarheid. Zelfs als het lijkt alsof we te klein zijn om echte impact te maken, moeten we niet in doemdenken vervallen. Deze jongeren behoren tot de klimaatgeneratie, bijna allemaal kwamen ze voor het klimaat op straat. “Zie wat jij kan doen niet als een druppel op een hete plaat,” gaat de eindspeech van Victoria Deluxe, “maar als een druppel in een emmer die ooit zal overstromen.” 

Overigens sloot de net iets oudere Stefaan Van Brabandt van Het Zuidelijk Toneel zich aan bij de tijdsgeest van de jeugd: “Optimisme werkt uitstelgedrag in de hand, de kritische zin activeert meer,” verheft hij pessimisme tot een morele plicht. “Ik denk: het gaat slecht, maar het wordt beter.” We mogen ons aan een sombere, maar strijdvaardige tijd verwachten. 

Les 2: We willen zo graag hoop ervaren (maar het is vechten tegen de bierkaai) 

Het was elke avond drummen aan de ingang van de oude NMBS Loods waar de Avonden plaatsvonden. Vaak op zo’n nijdige manier dat je er hopeloos van werd. Maar blijkbaar willen we dus kost wat kost een greintje hoop ervaren. 

Dat is de paradox van de hoop: we willen graag hoop zien, maar we geven er bijna automatisch altijd een cynische draai aan. Als Greg Nottrot van het NUT aan de toeschouwers vraagt wat hen hoop geeft, antwoordt iemand: “De massale jongerenprotesten in Hong Kong!” “En ook hoe de politie ze neerslaat?” vraagt Nottrot ad rem en tot algemene hilariteit bij het publiek, betrapt in zijn naïviteit. Als Het nieuwstedelijk dan weer vraagt wie in het publiek zich schaamt om hoopvol te zijn, is de respons enorm. We hebben het verdomd moeilijk om ernstig en oprecht, en niet ironisch hoopvol te zijn. 

Is hopen vandaag vooral vechten tegen de bierkaai? Eigenlijk geloven we niet écht dat het goed komt, maar we willen wel doen alsof, ook al vervallen we dan in meligheid – of op z’n minst kwetsbaarheid en solidariteit. Tegelijkertijd ís dat ook precies hoop: net wanneer je denkt dat alles onmogelijk is, toch vastklampen aan de onzekerheid van de toekomst – het kan maar net wél goed komen. 

Met zijn ontroerende tekst nog in de hand speelt Günther Lesage (ARSENAAL/LAZARUS) de vrouw die tijdens de recente hittegolf zes dagen vastzat in een autowrak. In die situatie blijven volharden, wanneer alle redelijkheid is opgeschort: daar, dichtbij het ergste lijden, in het energetische gevoel dat het ondanks alle pijn tóch goed kan komen, daar ontstaat hoop. 

Les 3: De hoop zit naast je in de zaal 

Het publiek kreeg op de Avonden van Hoop dikwijls het eerste en laatste woord. Het Zuidelijk Toneel vroeg zijn toeschouwers om één vraag of inzicht over hoop op te schrijven (het grappigste voorbeeld: ‘Hoe kaap je de goede hoop?’) en bouwde daarop zijn voorstelling. Het nieuwstedelijk begon in samenzang en eindigde met een collectieve vragenronde. Bij ARSENAAL/LAZARUS en het NUT zetten drie schrijvers de hoop en het pessimisme van het publiek live in teksten om. De Avonden van Hoop draaiden om een gedeeld verlangen om hoopvol te zijn, een collectiviteit die misschien nog het meest tot hoop stemt. Zelfs als de Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck bij Het nieuwstedelijk een speech geeft over de ineenstorting van ons planetair ecosysteem, besluit hij nog met: “De hoop zit naast je in de zaal.” 

Bij Yaël van Jong Gewei klinkt het als volgt: “Als die pessimistische woede gedeeld wordt, krijg je een yes-gevoel.” “Niet de woede per se geeft hoop, maar het collectief,” zegt haar medespeelster Lore (25). Ook de jongeren van Victoria Deluxe/Kopergietery vinden steun bij elkaar, vertelt Willaert: “Er zijn geen grote ideologische verhalen meer, dus trekken ze zich op aan hun onmiddellijke leefwereld, aan elkaar. En aan humor, die ze gebruiken om zich van de realiteit af te zetten.” 

Het meest ontroerende moment valt aan het einde van de eerste avond, waarin elke toeschouwer anoniem één vraag of inzicht mag opschrijven. De spelers, onder wie Wim Helsen en Stefaan Van Brabandt, lezen ze op scène voor en proberen een antwoord te formuleren. Stand-up filosoof Laura van Dolron, die vaker dit soort liveconcepten opzoekt, voelt aan het eind van de avond dat ze de auteur van één anoniem briefje nog een antwoord verschuldigd is: “Hoe vind je veerkracht als je een kind hebt verloren?” Haar antwoord: “Dat je bent opgestaan en naar hier gekomen: veerkracht. Dat je deze vraag hebt opschreef: veerkracht. Dat je ze deelde met iedereen: veerkracht.” Terwijl het publiek na de voorstelling naar buiten druppelt, zien we hoe een vrouw en van Dolron elkaar omhelzen. 

Gilles Michiels & Simon J. Bellens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.