Dat geeft de burger moed

‘In Search of Democracy 3.0’ is een opwekkend spel 

De democratie roept ons vanuit een raam aan de overkant van de straat tegemoet als we de zaal buitenkomen: ‘Hé trut, hoe is ’t met jou? Theater Aan Zee, jawadde. ’t Is hier ál Theater Aan Zee.’ Gastheer Lucas De Man heeft zojuist de voorstelling afgesloten met de vraag: wie voelt zich vanavond niet gezien of gehoord? We hebben een kandidaat. 

Het schuurt wel meteen over de wonde: wie verzamelt er op een late dinsdagavond zoal bij de Kunstencampus om in gesprek te gaan over de democratie? We zien studenten en hoogbejaarde dames, ernstige veertigers naast montere zestigers en godzijdank ook een paar trosjes kleur. Een divers publiek dus. Ergens weten we natuurlijk beter: dit zijn mensen met een stem. Misschien twijfelen ze nog of ze die vanavond gaan gebruiken – ook mensen met een stem moeten nu en dan een drempel over. Maar ze hebben in het programmablaadje gelezen ‘interactieve liveperformance’ en ze zijn hier. Dat zegt genoeg. 

Bij het binnenkomen krijgen we een kleurenkaart. Groen, rood, blauw. We hebben de keuze om niet te weten of niet te kiezen. Niet erg dapper, wel comfortabel. Ook de moderatoren doen alvast hun uiterste innemende best om ons op het gemak te stellen. Vier geestige, charmante mensen die ons voorstellen om samen op zoek te gaan naar onze gemeenschappelijke horizon. Hoe zouden we kunnen weigeren. “Wie zijn wij en wat hebben we wel of niet met de democratie?” Dat mogen we om te beginnen in anderhalve minuut aan onze buur proberen uit te leggen. 

Het publieke verslag ervan geeft meteen aanzet tot wat debat. Een koppel heeft het gehad over de baten van stemplicht versus stemrecht en was het niet noodzakelijk met elkaar eens. “Dat stemplicht wel degelijk belangrijk is,” pikt een dame op de bovengelegen rij beslist in. “Jongeren zijn vaak niet geïnteresseerd in de democratie,” oppert ze. “Zo denken ze er tenminste over na.” Een meneer wat verderop vindt iets anders: stemplicht geeft aanleiding tot meer proteststemmen. “Dat in Nederland het tegendeel bewezen is,” pareert De Man. Geen gemaar, punt aan de lijn. Orde moet er zijn. 

(c) Moon Saris

Het gaat vooruit in deze onderzoeksperformance. We krijgen een aantal cijfers. Over hoe de verschillende nationaliteiten in Europa denken over het belang van de democratie en van sterke leiders. Over hoe die percentages zich verhouden tot leeftijd en het verloop van de tijd. Conclusie: de democratie is niet eeuwigdurend of vanzelfsprekend. We moeten eraan werken, net zoals aan een liefdesrelatie. Wat de sterke en zwakke punten zijn van die relatie, daarover zullen de makers de komende drie jaar onderzoek doen over heel Europa. Met onze hulp. Wat we zeggen is van belang – dat geeft de burger moed. 

We mogen eerst onze schoolkennis etaleren over de beginselen van de democratie, met behulp van een tijdlijn. Onze aandacht piekt als het discours een sprong maakt van het ‘wie en wanneer’ naar het ‘hoe’. Bijvoorbeeld wanneer even wordt aangeraakt hoe de oorspronkelijke inwoners van Australië omgingen met de vraagstukken in hun manier van samenleven. Daar willen we meer over horen. Maar voor creatieve oplossingen moeten we nog even geduld oefenen. En werken. Eerst gaan we het met elkaar hebben over de essentiële onderdelen van de democratie: wat vinden we écht belangrijk en wat willen we al dan niet veranderen? 

In geen tijd zit zowat iedereen met de hand omhoog. Dat is een verdienste, zelfs met een publiek dat bovengemiddeld onderlegd is in het palaveren over deze of gene kwestie. Mij komen alvast spontaan de talloze vergaderingen, denk-, focus-, participatie- of andere rondetafelgroepen voor de geest waarin ik, en mijn lotgenoten met mij, liever de vloer van het lokaal was gaan vegen dan een klinker te moeten uitbrengen. Kijk en leer. Aan niemand in het bijzonder. 

Het is absoluut een opwekkend spel om aan deel te nemen. Er worden boeiende dingen gezegd, zeker ook omdat we de gezichten zien die erbij horen. Niet heel verrassend: extreme meningen blijven uit. Goed en wel beschouwd zijn ook afwijkende opinies gering. We zitten attent op onze stoel als een lobbyist naar voren mag komen om te vertellen dat geld niet altijd de foute kwestie dient. Voor het eerst horen we spontaan gejoel. Dat de tijd er niet is om met de man uit te wijden, begrijpen we: the show must go on. Maar het had ons wel benieuwd. En we vragen ons stilletjes af welke wezenlijke inzichten dit onderzoek over drie jaar zal opleveren als het niet dieper kan spitten dan een vrij eenvoudig behaalde consensus. 

Op die bedenking anticiperen de makers zelf door te stellen dat “democratie niet gaat over nadenken of leren, je moet het doen”. We krijgen daarvoor een paar concrete ideeën mee. Daar steken we wat van op. “Ja, natuurlijk,” denken we een paar keer. “Daar moeten we inderdaad iets mee doen.” Uit het animo waarmee het publiek na de performance uit elkaar gaat, maken we op dat anderen er hetzelfde over denken. Nu alleen nog even kijken hoe we dat allemaal gaan inplannen. 

Op zoek naar verbinding

Over ‘The Hangman Radioshow’ (Jong Werk) 

Het is een eindje fietsen. The Hangman Radioshow van het gelijknamig collectief, bestaande uit Camille Paycha, Noortje Sanders en Thijs Veerman, speelt tussen de bunkers in Raversijde. Maar laat dat u niet tegenhouden. Terwijl de zon ondergaat en een prachtig zicht verschaft, klinken de krekels steeds luider. Het vormt het idyllisch decor van The Hangman Radioshow. Over technologische vooruitgang, menselijk verval en de duizelingwekkende oneindigheid van het heelal. 

Met een jonge jenever of een thee in de hand worden we gevraagd om nog even te wachten. “Voor een optimale ervaring van de voorstelling” moet het namelijk donker zijn. Als het begint te schemeren, volgen we de performers met een transistorradio in onze hand langs een route waarop technologie sciencefiction lijkt te worden en een dansend lichaam net een hemellichaam lijkt. Tijdens de route worden we onderhouden door Sanders koddige stem. Ze maakt radio. Niet via het internet, maar old school: voor wie de frequentie in kwestie kan ontvangen. Voor ons dus. Een enkele keer klinkt er plots pink noise, of een popnummer van een plaatselijk radiostation, en moeten we handmatig de juiste korte-golf terugvinden – op zoek naar de juiste verbinding. 

Sanders zit op een duintop en blijkt daar een improvisatorisch radiostation te bewonen. Ze neemt ons mee naar haar pubertijd, naar de walkman om precies te zijn. Op zich niet zo gek, ware het niet dat dit voorval zich in 2009 afspeelt. Ze heeft altijd al “een vreemd verlangen naar obsolete technologie” heeft gehad. Misschien komt dat verlangen voort uit het gevoel dat de techniek ons in toenemende mate van de wereld om ons heen vervreemdt? We communiceren alleen nog via de interface van onze computers, tablets en gsm’s. “Langzaam maar zeker verandert alles in magische, zwarte doosjes.” 

Even verderop hangt circusartiest Paycha aan linten in een torenhoge driepoot. Het is aardedonker nu. Volledig in het wit en met slechts een klein lampje op haar hoofd zien we Paycha klimmen, draaien, kolken en vallen in de linten. In het minieme licht wordt telkens slechts een deel van haar ledematen verlicht. En terwijl Sanders vertelt over de spaceshuttle Voyager I Probe, doet het fascinerende schouwspel denken aan het bewegen van de hemellichamen rond de aarde. We horen fragmenten van de Voyager Golden Record, het zijn grammofoonopnames die NASA in 1977 mee de ruimte instuurde. Opnames die de mensheid moesten samenvatten voor buitenaards leven. Opnames die de mensheid, als de aarde over biljoenen jaren ophoudt te bestaan, zo vertelt Sanders, zullen overleven. 

De dans van Paycha, de poëtische overpeinzingen van Sanders en de mooie beelden van scenograaf Thijs Veerman bieden ruimte voor eigen associaties. Toch hangen de verschillende onderdelen nogal losjes aan elkaar, waardoor niet duidelijk wordt waar het in The Hangman Radioshow daadwerkelijk om gaat. Of toch? Misschien is het juist de zoektocht naar verbinding. Misschien keek iemand tijdens de fietstocht terug naar Oostende even naar de hemel, waar de grammofoonopnames nog altijd zweven, en voelde hij zich plots niet meer alleen. Wie weet. 

Studie ter bevordering van emancipatie

‘Farmer Train Swirl – Étude’ is ode aan ‘house’ 

Met Farmer Train Swirl – Étude brengt Cassiel Gaube een innemende ode aan house. De farmer, de train en de swirl waarnaar de voorstelling vernoemd is, zijn danspassen die kenmerkend zijn voor dit genre. In zijn transparante solo geeft Gaube het publiek inzage in de geschiedenis, de techniciteit en de schoonheid van deze dansstijl. 

Bij aanvang van de voorstelling verschijnt Gaube in joggingbroek op scène en spreekt zijn publiek toe. Wat we te zien zullen krijgen, is het resultaat van een onderzoek naar house. Hij vertelt dat de dansstijl in de jaren tachtig ontstond in clubs te Chicago en New York, als een afgeleide van hiphop. Hij legde zich in Parijs en Chicago ter voorbereiding van het stuk toe op deze stijl en probeerde die zich ook eigen te maken. Op onze stoelen vinden we een A3-blad terug waarop de choreografie die hij zal brengen, gemapt is. Alle danspassen die aan bod zullen komen staan er schematisch op weergegeven. Er hoort zelfs een legende bij, waaruit afgeleid kan worden dat Gaube verschillende registers zal opentrekken. House wordt afgewisseld met hiphop, zelf bedachte danspassen, signature steps en variaties op bestaande passen. Gaube nodigt op die manier zijn publiek uit om samen met hem een analytische bril op te zetten, om via de ‘map’ schakeringen in het genre te ontwaren. 

Daarmee zet Gaube de krijtlijnen uit van Farmer Train Swirl: het is een étude. In de muziek wordt deze term gebruikt om een oefenstuk aan te duiden dat gespeeld wordt ter verbetering van de techniek van de muzikant. De stukken zijn dus per definitie niet bedoeld als materiaal voor een concert. Toch zijn er in de muziekgeschiedenis wel enkele études aan te duiden die bekendheid hebben verworven als concertstuk. Voor Farmer Train Swirl geldt hetzelfde principe: het is een weergave van zijn studie naar de taal van house, een stijl die hem technisch uitdaagt als danser. Want bij house wordt er bijvoorbeeld sterk ingezet op bliksemsnel voetenwerk en golvende bewegingen waarbij alle ledematen gebruikt worden. Vervolgens presenteert Gaube zijn étude bij wijze van statement als een volwaardige choreografie op scène, wat op zich geen vreemde parallel is aangezien house vaak gezien wordt als een urban dansstijl die niet ontstaan is voor op een podium. 

Dit gebeurt allemaal in volledige transparantie. We lijken ons in een repetitiezaal te bevinden, een volledig witte speelvloer ontdaan van alle attributen. Terwijl Gaube zijn passen omvormt tot één langgerekte, spiraalvormige dansfrase, volgt het publiek hetzelfde traject als de danser: van leek tot ingewijde, van onkunde naar kunde. Datzelfde groeiproces wordt bovendien gereflecteerd in het gebruik van muziek tijdens deze voorstelling. Aanvankelijk danst Gaube zonder muziek – we horen enkel zijn ademhaling. Pas tegen het einde van de voorstelling schalt er dan toch een nummer door de boxen. Het lijkt het punt te markeren waarop wij, de toeschouwers en Gaube, eindelijk het punt bereikt hebben waarop we de mechanismen beginnen door te hebben, waardoor we vrijer kunnen kijken/dansen en er ons compleet aan kunnen overgeven. Alles vloeit nu beter. Waar Gaube in het begin met zijn ‘map’ tracht de blik van de toeschouwer te choreograferen, kunnen we na een tijdje loskomen van deze opsomming van danspassen om met meer kennis naar de voorstelling te kijken. Heel slim is dat: hoe Gaube zijn eigen leerproces in het genrel terugkaatst naar de toeschouwer. Farmer Train Swirl is in al zijn geledingen een boeiende studie ter bevordering van de emancipatie. 

HET IS AAN… Selm Wenselaers

HET IS AAN…
SELM WENSELAERS

Hoop is het omarmen van het onbekende. Het zijn de woorden van de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit. Als je wilt dat er iets verandert, dan is hoop het begin. Je mag woedend zijn op de werkelijkheid, maar wees niet blind voor de complexiteit ervan.

Deze editie van Theater Aan Zee ademt hoop. Het festival begon met een belangrijk stuk van Wouter Hillaert in rekto:verso. In “De smalle portemonnee van Theater Aan Zee” fileert hij met veel precisie en liefde het kunstenveld en dit festival. Het moet anders, maar door de inkijk die artistiek leider Luc Muylaert en zakelijk leider Hans Rabaey van TAZ geven, kunnen we begrijpen welke moeilijke evenwichtsoefening zij elk jaar opnieuw maken. Die transparantie voelt als een keerpunt. Het maakt een nieuw gesprek mogelijk – voorbij het cynisme dat steeds meer de bovenhand kreeg.

Ook al wordt ze niet altijd correct verloond, de jonge generatie podiumkunstenaars draagt op haar manier hoop uit. Brandend actuele thema’s als migratie en seksueel geweld worden aangesneden en in alle complexiteit getoond. Er wordt verbeeld en gespeeld zoals het al jaren niet meer gezien is. 

Hoop is overal op TAZ aanwezig. Curator Lucas De Man organiseerde Avonden van Hoop en schreef mee aan “de meest hoopvolle Knack ooit”. Programmator Mats Van Herreweghe schetste gisteren op deze plek in de TAZette enkele utopische ideeën. Maandag was er de zogenaamde ‘sectordag’ waarop de cultuurwerkers gezamenlijk nadachten over een hoopvolle toekomst. En wat te zeggen over de vele vrijwilligers die zich jaar na jaar belangeloos inzetten, of het publiek dat steeds weer het experiment omarmt?

Hoop wordt vaak verward met optimisme. Net als pessimisme is het een vorm van zekerheid over de toekomst. De toekomst is onzeker, enkel dat is zeker. Wat ons rest is hoop.

Selm Wenselaers is dramaturg en conservator en is een van de mentoren voor Jong Werk op TAZ.

Illustratie: Janice Feryn