Eenheid in de verscheidenheid

Terugblik op tien dagen Jong Theater 

Programmatoren Mats Van Herreweghe en Oshin Albrecht toetsten afgelopen jaar voortdurend af wat Jong Werk op Theater Aan Zee is of kan zijn. Ze kozen elf stukken. Het is geen lijstje, geen best of, het zijn geen tips. De voorstellingen zijn gekozen omdat ze iets urgents te zeggen hebben, omdat er interessante vormkeuzes zijn gemaakt, omdat de stem van een bijzondere artiest doorklinkt. Het zijn verschillende stemmen en perspectieven die in het theater resoneren. 

In de TAZette van 8 augustus schreef programmator Mats Van Herreweghe een column waarin hij een aantal vragen opwerpt – vragen die zich aandienen bij het programmeren van Jong Werk en “het verbeelden van hoe kunst er in de toekomst kan uitzien”. Het zijn open vragen, waarbij we in onze bespreking van de voorstellingen van Jong Werk #2019 hierbij alvast een aanzet tot dialoog willen geven. Van Herreweghe vroeg zich in de eerste plaats immers af hoe we een plaats kunnen creëren waarbij niet alleen het resultaat maar ook het gesprek belangrijk is, met de bijkomende vraag: hoe we dat gesprek kunnen delen met een breed publiek. 

Twee voorstellingen die inhoudelijk hetzelfde thema aansnijden zijn Anne meets Jeffrey van theatermaker Emma Berendsen in samenwerking met Tiffany Murphy, en The Journey van Anna Luka da Silva. Beide gaan over verkrachting(en) die zij zelf meemaakten. Dat doen ze echter op een radicaal verschillende manier. Anne meets Jeffrey doet het via representatie, reconstructie en research van die traumatische ervaring. Op een vernuftige manier behelst de voorstelling een onderzoek naar hoe je een voorstelling kunt maken over je eigen verkrachting. The Journey vertrekt juist vanuit het fysieke. In de solo deelt Luka da Silva een herinnering die haar hoofd maar al te graag zou willen vergeten, iets wat haar lichaam echter niet lijkt te kunnen. Het laat niets aan de verbeelding over en juist dat doet de zenuwknoop achter de maag samentrekken. Beide theatermakers schuwden dit loodzware onderwerp niet en toonden in cultuurcentrum De Grote Post hun werk. Het zijn voorstellingen waarbij het publiek stil achterblijft. En het zich niet eens de vraag durft te stellen of het ene werk beter is dan het andere, omdat dit werk duidelijk moest gemaakt worden. Onontkoombaar en nietsontziend. 

En dan heb je de hete hangijzers. Nachten/Ballet De La Nuit van Benjamin Abel Meirhaeghe, Shiraz, tell me about the revolution? van Farbod Fathinejadfard en Against the wall van Paula Chaves zijn drie voorstellingen die interveniëren met de wereld om zich heen. In Nachten/Ballet De La Nuit is dat op een abstracte manier. Door het gelijknamige ballet van Louis XIV uit 1653 als inspiratiebron te nemen, doet Meirhaeghe een uitspraak over de huidige samenleving: de koning is de nar geworden. Door het weelderige spektakel doet hij indirect een uitspraak over Berlusconi of Trump. Farbod Fathinejadfard pakt het in Shiraz, tell me about the revolution? helemaal anders aan. Door een autobiografische zoektocht illustreert hij op complexe wijze hoe discoursen onze identiteit op een dwingende manier beïnvloeden. In 2018, op het moment dat Farbod de voorstelling maakte, had hij een aanvraag lopen om Belg te worden. Hij schotelt het publiek de vragen voor die hem vaak gesteld worden en toont op pertinente wijze zijn zoektocht naar de manier waarop iemands identiteit gevormd wordt. En ten slotte Against the wall van Paula Chaves. Het is een guerrilla-performance op zoek naar alternatieven. Ze wil de relatie tussen kunst, propaganda en het neoliberalisme in het Westen onthullen. Het is een sociaal spel met het publiek en bloedspannend. Het lijkt een strijd op leven en dood: een politiek manifest waarin journalistiek, activisme en dans met elkaar verbonden zijn. Theater als kunstvorm die zich bij uitstek verhoudt tot de context waarin ze gemaakt wordt. Niet als in een mal gegoten, maar in de zoektocht naar een manier om stelling in te nemen. 

Tussen al dat jonge geweld vonden we ook rasecht spelers- en teksttheater terug. Verbazingwekkend genoeg komen deze makers voornamelijk uit KASK Gent, een school die er nochtans minder om bekendstaat teksttheatermakers voort te brengen, want veeleer inzet op fysiek theater. Het gaat in dit geval om twee jonge bendes die met hun voorstellingen mikken op de kunst van het acteren mét tekst. Aan de ene kant waren daar Mats Vandroogenbroeck, Nona Demey Gallagher en Timo Sterckx die met Through the looking glass (and what we found there) voortborduren op het gelijknamige werk van de Britse schrijver Lewis Carroll. De absurdistische dialogen, die geschreven zijn in een soort bastaardtaal, worden gevoerd door bastardi in een soort bastaardwereld. De bastardi weten niet in welke wereld ze terechtgekomen zijn, waarom ze daar überhaupt zijn of hoe ze daar zijn beland. Mats Vandroogenbroeck, die de tekst verzorgde, toont zich hier weer (net zoals bij FAUST, een mechanische komedie) een schrijver die zich weet te verhouden tot literaire klassiekers. Bovendien zijn zijn schrijfsels telkens weer geïnformeerd door de postmoderne literatuur en cinema: zijn personages blijken zich elke keer in een soort huis clos of mise en abyme te bevinden, iets waaruit ze geen uitweg vinden. Hij creëert werelden die eeuwig naar zichzelf verwijzen. Zijn dialogen bezitten ook ontegensprekelijk een hilariteit zonder weerga. Diezelfde hilariteit keert terug in het spel. Het trio speelt voortreffelijk in die overtreffende trap: grootst. 

Aan de andere kant waren daar Imke Mol, Naomi van der Horst, Flor Van Severen en Mitch Van Landeghem, eveneens een groep van jonge spelers die zich verenigde rond een klassieke tekst. Bij deze kliek gaat het niet om een roman, maar wel om een theatertekst: Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee, een drama waarin het ideaalbeeld van het gelukkige gezin compleet aan diggelen wordt geslagen. Zij kozen er echter niet voor om in de overtreffende trap te spelen, maar zorgen er wel voor dat zij op een heel subtiele manier ‘in hun rollen glijden’. Waar hun KASK-collega’s constant op het gaspedaal duwen, zet deze club in op een geraffineerde opbouw van hun stuk die erop gericht is slechts gradueel te verglijden in een compleet fictieve wereld. Daardoor slaagt deze bende erin om het ingeleefde acteerspel als theatervorm opnieuw geloofwaardig te maken. Dat is echt een bijzondere prestatie. Wie had ooit gedacht dat iemand vandaag de dag zou zeggen: “Lang leve repertoire! Leve teksttheater!”? Beide acteursgroepen slaagden er alleszins in om het enthousiasme aan te wakkeren bij de redactie van de TAZette

Ook dansliefhebbers konden zich dit jaar verlustigen in de programmatie van Jong Werk, maar evengoed fans van circus en fysiek theater konden hun gading vinden. De twee dansvoorstellingen die deel uitmaakten van deze programmatie, À travers l’autre en Farmer Train Swirl – Étude, van respectievelijk de zussen van Les Mybalés en Cassiel Gaube, delen beide een grote affiniteit met de dansstijl house. Waar Gaube uitpakt met een choreografie waarin hij deze dansstijl met een scherpe, analytische blik benadert en dit onderzoek tot onderwerp van zijn voorstelling verheft, maakt deze dansstijl een subtieler deel uit van het rijke bewegingsregister van Les Mybalés. In À travers l’autre ligt de nadruk meer op het narratief van deze voorstelling: een verbeelding van wat het betekent om deel te zijn van een identieke tweeling (zie elders in deze TAZette). Deze dans was dus veeleer een uitdrukking van een zoektocht naar identiteit. 

Diezelfde thematiek kwamen we overigens ook tegen in Physical Proof, de voorstelling van Rino Sokol en Hernán Mancebo Martinez. De identiteit die in dit stukje fysiek theater centraal staat, is die van zichzelf ontplooiende man. Via beweging en improvisatie trachten Sokol en Mancebo Martinez hun onderlinge relatie als speler op scherp te stellen voor het publiek. Maar het gaat ook over de man tout court, als onderwerp, over de man in de bloei van zijn leven. 

Een buitenbeentje dit jaar was de in situ voorstelling The Hangman Radioshow van The Hangman Radioshow. Deze circus-radio-performance speelde zich buiten af, bij zonsondergang op het domein Raversijde. Maar niet alleen dat feit maakte dit collectief tot een buitenbeentje: de combinatie van verschillende media, alsook de poëtische insteek, was ongezien in andere voorstellingen. In deze hybride performance luisterden we naar een radio waarop iemand vertelde een fascinatie te koesteren voor ‘obsolete technologie’. Via technologie werd gezocht naar verbinding met de hemel, de kosmos en de verre toekomst. The Hangman Radioshow bracht ons in vervoering en maakte verbindingen die we nooit eerder hadden gemaakt. 

Elke Huybrechts & Xandry van den Besselaar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.