‘Hier op TAZ durven ze uit hun comfortzone te treden’

Interview met jury Jong Muziek 

TAZ is natuurlijk theater, maar ook muziek. Negen dagen lang gaven acht jonge acts het beste van zichzelf. Aan het einde van de rit gaan er twee met een prijs naar huis, maar ook de zes andere bands nemen meer mee dan zand in hun schoenen. Zo klinkt het overtuigd bij juryleden Lieselotte Deforce (AMPLO), Niels Commeyne (De Grote Post) en Jade Corbey (PILAR/VUB-KultuurKaffee). 

Jong Muziek, een zoveelste muziekwedstrijd? 

Commeyne: “Nee, absoluut niet. Het grote verschil is dat ze hier allemaal vier keer spelen op heel diverse locaties. Zo worden ze uitgedaagd om iedere keer iets anders doen. Zo zie je hen ook groeien tijdens dat traject.” 

Deforce: “We hebben inderdaad al acts gezien die gaandeweg sterker worden – omdat ze uit hun comfortzone durven te treden.” 

Corbey: “Ze geven dat zelf ook aan: dat het voor hen echt aanvoelt als een bootcamp en een kans om veel bij te leren. De locatie ‘in de stad’ (dit jaar het stationsplein, red.) is daarbij een belangrijke factor. Muzikanten die bijvoorbeeld normaal elektronica spelen in een donkere setting moeten plots op klaarlichte dag, en met heel weinig middelen, toch iets klaar zien te spelen. Er is ook veel omgevingslawaai waar ze al dan niet op kunnen inspelen. Tegelijk vormt dat ook een afleiding, dus ze moeten echt wel focussen. Het mag ook eens mislukken, hé. Het gaat echt om het proces en wat ze doen met de omstandigheden van het moment.” 

Commeyne: “Het is ook al vaak gebeurd dat de combinatie tussen een locatie en een artiest echt verrast. Soms heb je een vermoeden: die band gaat daar tot zijn recht komen, of juist niet. En plots is het dan toch helemaal anders en verandert je kijk op een artiest compleet.” 

Deforce: “Als jonge muzikant heb je niet zoveel speelkansen en dan leef je des te meer toe naar dat ene optreden. Je bent zenuwachtig en maakt er op het moment zelf dan maar het beste van. Hier hoeven ze niet zenuwachtig te zijn voor dat ene moment en kunnen ze dus des te meer op hun muziek en creativiteit focussen.” 

Het is dus veeleer een traject dan een wedstrijd, maar wat nadien? Zelfs het winnen van een prijs betekent soms weinig voor een band, zeker op langere termijn. 

Deforce: “Iedere deelnemer krijgt sowieso twee opnames mee naar huis. In het Fort Napoleon nemen we hun hele set op en die plaatsen we online. Daarnaast krijgen ze opnametijd in De Grote Post die ze zelf mogen invullen. Er zijn groepen die zo een single overhouden aan TAZ. We organiseren ook samen met Poppunt een ‘sectordag’, bij ons is dat de ‘poppitchdag’. Daar kunnen ze zichzelf voorstellen en hebben we een panel met mensen van Poppunt, SABAM, een externe manager, AMPLO en wijzelf, om al hun vragen te beantwoorden.” 

En wat met de eigenlijk winnaars? 

Corbey: “De eerste prijs is de opname van een videoclip, gesponsord door SABAM, en een optreden op het muziekfestival Leffingeleuren. Daarnaast heb je nog de residentieprijs: zij krijgen een week studiotijd in De Grote Post en intensieve coaching.” 

Het zijn acht totaal verschillende bands, hoe kies je daar een winnaar uit? 

Commeyne: “Dat is weer een voordeel van het concept: ze spelen vier keer en dus kijken we echt naar het parcours. Mochten ze allemaal maar één keer spelen, zou ik het te moeilijk vinden. We hebben dat vorige jaren trouwens ook al gemerkt aan de reactie van het publiek bij het bekendmaken van de winnaar. Zij hebben de bands vaak maar één keer gezien, misschien juist een minder goed optreden, en hebben dan commentaar op onze keuze. Maar wij hebben ze wel vier keer én in de studio gezien.” 

Deforce: “Zoals gezegd, het is niet zozeer een wedstrijd als wel een parcours. En we beslissen ook echt pas op het einde. Dan wegen we af: kwaliteit, waar ze nu staan, potentieel, hoe gaan ze om met de opdrachten… Maar er is geen enkele act bij die slecht is, hé.” 

Corbey: “Inderdaad, we willen echt benadrukken dat het een heel goeie selectie is die Lode Pauwels en Wouter Vanmeenen van Muziekclub De Zwerver (Leffinge) gemaakt hebben. Zij houden echt wel vinger aan de pols: ze weten wat er in de muziekscene bezig is en proberen een mooi evenwicht tussen verschillende genres en achtergronden te vinden. Een voor een zijn het groepen waarvan je gelooft dat ze kans maken om door te stoten.” 

Zijn er groepen voor wie TAZ achteraf gezien een belangrijke springplank is geweest? 

Commeyne: “Susobrino stond hier bijvoorbeeld vorig jaar als vreemde eend in de bijt, als ik dat zo mag zeggen. Op de sectordag zei hij letterlijk: “Mijn droom is om ooit op Dour Festival te staan.” We zijn nog geen jaar verder en het is hem gelukt. Dat is de max.” 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.