Opbouw Café Koer

DOOR SIEBER MARLY ―

Niet alledaags voor mij: zo’n dagje handenarbeid in de buitenlucht. Ingesmeerd met factor 50, tuinwerkhandschoenen aan en veiligheidsschoenen die ik nog heb van een interimjob. Ik heb het lichaam van een kamerplant maar de intenties van een palmboom. Ik ben klaar om te zien hoe de opbouwploeg het hart van het festival – in het Leopoldpark – opnieuw leven zal inblazen. Het is woensdag 20 juli, een kleine week voor TAZ begint. Er staan al tien opbouwdagen op de teller. Kamiel leidt dit elfkoppige team al geruime tijd: hij draait al mee van toen Café Koer zijn naam kreeg op een koer, lees: speelplaats van een school.

Ik loop wat verweesd rond op de site die ik vooral afgewerkt ken. Op dit moment word ik omringd door een hoop materiaalkarren die nog geïnstalleerd moeten worden. Houten latten, planken, meubels, banken, togen, lampen, koelkasten. Alles dat vandaag vast staat, stond toen nog los. 

De ochtend begint met een koffiebriefing die weinig woorden nodig heeft. Het ervaren team kent elkaar en het doel, ze moeten die alleen tijdig zien te bereiken. Het werk is niet uit te stellen, want de startdatum staat vast. Als u dit leest, heeft niemand zijn werk kunnen uitstellen omwille van warmte, regen of wind.
Zoals je een huis bouwt of verbouwt: zo wordt deze site opgebouwd van nul, ieder jaar opnieuw. Mijn eenvoudige brein bedenkt dan dat het eenvoudig moet zijn om alles terug uit de kast te halen en “gewoon” uit te pakken. Maar mijn eigen ervaring in kleine klussen weet eigenlijk dat het nooit opnieuw past. Zelfs een eenvoudig Ikea-kast afbreken en opnieuw in elkaar steken, lukt bijna nooit zonder aanpassingen. En dat is duidelijk te zien hier. De mannen halen, alsof het hun tweede natuur is, op het juiste moment de figuurzaag boven, nemen er een pannenlat, CLS of valiezenplank bij, zagen die op maat, schroeven ze aan elkaar en, hop, het is gefikst.

Ik houd het bij de montage van de verlichting met hangende plastiek planten. Een soort bouwpakket in drie delen, waarin de planten manueel worden bevestigd. De volledige bak gaat dan met een heftoestel naar het plafond en wordt bevestigd. Het klinkt vlot, maar de menselijke geluiden klinken als vloeken in combinatie met uitroepende tekortkomingen. “Dat het niet past, dat ik er niet aan kan, dat het gat te klein is”. Doodgewone menselijke uitlatingen eigenlijk, die iedere doe-het-zelver al eens meemaakt. De mannen uiten zich hier al eens in bizarre klanken, in hun dialogen zijn ze heel lief.

Mocht je hen in hun habitat opzoeken, dan kun je hen tijdens het festival vaak vinden in de Klaas-corner: een vast hoekje ter ere van een overleden TAZ-vriend.

P.S. Om de gesprekken de juiste volumes te geven: een valiezenplank is 9×2,2cm, een pannenlat 4,5×2,2cm en een CLS 6x4cm.


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: