‘Dat felbegeerde pasje’

DOOR SIEBER MARLY ―

“Ik ben onlangs aan je deur gepasseerd,” zei een vriend terloops.

“Waarom heb je niet aangebeld?” 

Ik doe het zelf ook nog zelden: ergens aanbellen zonder een waarschuwing vooraf. Een gast wil je graag gepast ontvangen, iets aanbieden en op de bots is dat niet altijd handig. Toch ben ik wel fan van het onverwachte als concept – de verrassing.

Op het festival wordt het onthaal van alle medewerkers en artiesten zorgvuldig voorbereid. Ilse Onthaalse, een bijnaam die ze tijdens haar TAZ-jaren kreeg, coördineert dit deel van de werking sinds 2013. In een klein kantoortje grenzend aan de lokettenzaal van de Grote Post wordt er, in aanloop naar het festival, ‘gedatabased’. Het zou een sport kunnen zijn. Het is vooral een werkwoord. De befaamde database wordt door een negenkoppig team in shifts in bedwang gehouden. De database: daar draait deze back-office op. En op koffie, met op tijd en stond een aperitiefje.

Database, backoffice, frontoffice. Kantoortermen om mee uit te pakken. Het woord ‘database’ valt zo vaak dat ik niet anders kan dan te herhalen. Database!

Deze database heeft een eigen geschiedenis en ontstond doordat Karen, Ilse’s voorganger en mentor de 1000ste lijn in excel had bereikt. Met argusogen keek toen, in tijden van Club Terminus, iedereen van de TAZ-office naar de computer. Nog geen rook te zien, ook nog geen vonkje, er verscheen nog geen zandloper. Toch was de angst gelijkaardig aan de millenniumbug. En zo geschiedde. Luc van ICT ontwierp de TAZ-database.

Alle jaarlijks veranderende info wordt handmatig ingevoerd. Met die info krijgen de festivalgasten eten, drinken en toegang – en de medewerkers nog een T-shirt. De database is een verzameling, geen robot, die na invoering van de gegevens zelf aan de slag gaat. Hier worden manueel de drankjes op het pasje gezet; soms al eens op een andere tijdstip, wat al eens voor verwarring durft zorgen. 

Een voor een worden de pasjes geprint. Ik krijg de uitleg, welke handelingen ik moet verrichten om tot dat felbegeerde pasje te komen. Ik duizel. Dit is een ambacht. De dames gaan er moeiteloos door, een geoliede machine. Terwijl ik de handelingen al terug vergeten lijk te zijn, komt dan toch een pasje uit de printer. Oef, een lucky shot. Ik ben geslaagd!

Het onthaal opent. De eerste medewerkers melden zich aan. Met veel geduld en rust ontvangen deze dames zelfs de meest onrustige en gehaaste medemens. Er valt een TAZ-plimentje. “Ik zie jou graag, je werk doen”. Alle gezichtjes lachen. Artiesten krijgen een voorbereid papieren zakje met pasjes, een houwtouw en een link naar ziTAZo, waar je alle nodige info terug kan vinden. 

Hier word je ontvangen, geholpen, doorverwezen, krijg je een antwoord, een glimlach, een schouderklopje. Zelfs als je iets, of jezelf, bent verloren, kun je hier terecht.

Deze hechte groep groeit steeds aan, met vriendinnen via vriendinnen, maar heet ook vrienden meer dan welkom. Lees het als een uitnodiging en kom hier even onverwacht piepen, zwaaien en glimlachen – dan krijg je dat dubbeldik terug. Heb je een reden nodig om langs te gaan? Dat kan altijd met deze vaak gebruikte openingszin:

“Goeiendag, k’en e vraagsje.”

“Goeiedag, ik heb een vraagje.”

Sieber, over


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: