Een soort oerwoede

Door MARIJN LEMS – De beste muzikanten besteden net zo veel zorg aan hun persona op het podium als aan hun muziek – die les lijkt singer-songwriter Gerard Herman goed in zijn oren te hebben geknoopt. In de babbeltjes waarmee hij zijn songs aan elkaar breit toont hij zich afwisselend sullig (‘dat was het derde nummer, ik zal nu verdergaan met het vierde nummer’), vol bravoure (‘het volgende nummer is een monsterhit in wording’) en vol valse bescheidenheid (‘het zou nog een grotere hit worden als ik een betere muzikant was’), maar altijd buitengewoon innemend. Zijn ontwapenende nuchterheid sluit uitstekend aan bij zijn songs, die Johnny Cash-achtige ballades combineren met geestige teksten die het dagdagelijkse van een randje poëzie voorzien: een ode aan de Antwerpse straat waar Herman woont begint iedere zin met iets negatiefs dat dan verrassend naar iets liefdevols wordt omgedraaid tot het absurde vormen aanneemt, en een andere song loopt uit op een herhaaldelijke aanmaning om je toch maar bij de dingen neer te leggen.

Hermans optreden is onderdeel van Scè(e)ne 7: Wishing (you) well, een samenwerking van kunstenplatform Nein en kunstenaarscollectief 019. 019 verzorgde de scenografie van de avond: een ronde, met water en kroos gevulde constructie met daarin twee kleine verhogingen: eentje met een pianokruk en eentje met een drumstel. Nein nodigde vervolgens verschillende kunstenaars uit om een korte performance in deze ‘wensput’ te komen spelen, wat onvermijdelijk een clash tot gevolg had: iedere performance wordt immers anders als je die speelt als je tot je knieën in het water staat.

De interessantste bijdrages gaan de confrontatie met het water dan ook volledig aan. Danser en choreograaf Courtney May Robertson komt met een korte, intense headbangperformance waarin ze haar lange haar bij iedere uithaal steeds het water laat raken. De botsing tussen de cultuur van harde metal en de artificiële natuuromgeving roept associaties op met de trance waarin concertgangers kunnen raken als ze zich in de mosh pit storten, maar daarmee ook naar de spirituele staat van zijn die door rituelen in natuurreligies wordt nagestreefd (iets dat elders op het festival ook centraal staat in MAMBO, een van de voorstellingen in het Nomadenparcours).

Het absolute hoogtepunt van de avond is de performance van de Zweedse Stina Fors. Fors staat achter haar drumstel, verheven boven het water, maar ze buit de associatie met het haar omringende moeras desalniettemin goed uit: met haar witte kleed en meisjesachtige uitstraling roept ze in deze context associaties met Ophelia op. Haar kwetsbaarheid, die ze nog eens onderstreept door haar soms zenuwachtige presentatie, wordt echter volledig gelogenstraft door de elementaire kracht van haar performance: een combinatie van spookachtige of monsterlijke klankuitstoten, diepe zang en percussie die het karakter heeft van een duiveluitdrijving. De ongelofelijke schakels die Fors maakt tussen zachtheid en een soort oerwoede houden haar optreden van begin tot eind onvoorspelbaar en begoochelend.

Gezien op vrijdag 29 juli. Deze voorstelling speelt nog t/m zo 31/7, telkens om 20u, in Maritiem Instituut Mercator.

Foto’s: Leontien Allemeersch


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: