‘Ik neig steeds meer naar christelijke waarden’

Hoeveel duistere sentimenten kan onze prestatie- en presentatiesamenleving aan? Naomi Velissariou mixt ze in haar drie straffe theaterconcerten Permanent Destruction zonder mededogen tussen de beats: woede, haat, zelfverlies. ‘Die kwade gevoelens moeten een plek krijgen, maar zijn uiteindelijk niet de oplossing.’

Door WOUTER HILLAERT – Of we haar konden bellen in de auto, op de snelweg van Amsterdam naar Oostende? Sinds Naomi Velissariou moeder werd, is handenvrije tijd schaars geworden. Naar TAZ heeft ze wel erg uitgekeken. ‘Het is altijd superleuk en retespannend in Oostende!’

Hier won ze in 2014, twee jaar na haar afstuderen in Maastricht, de Jong Theater Prijs voor A Tragedy (simplified): het relaas van haar jeugd in Genk, maar dan in de vorm van een Griekse tragedie. Niet alleen pijn en lijden zijn terugkerende thema’s in haar werk, ook zoekt ze er steeds een vorm voor waarin die breekbare zelfpresentatie iets heel dubbels krijgt.

‘Ook daarna is TAZ mijn werk blijven programmeren. Ik heb me er dus altijd heel welkom en omarmd gevoeld. Oostende is nu echt mijn touch base in België, bijna meer dan Limburg of Antwerpen.’

Intussen is Velissariou al vele prijzen verder. Voor Permanent Destruction – The SK Concert won ze in 2019 de Regieprijs. En na opvolger The HM Concert kreeg ze ook de prestigieuze Theo d’Or 2020 (beste actrice van Nederland) voor deel drie, Pain Against Fear. Op TAZ is nu voor het laatst de integrale trilogie te zien. “Die drie delen samen spelen voelt als de afsluiting van een paar heftige jaren van mijn leven. Ze zijn nog veel te weinig opgevoerd, of voor amper 30 man per avond door corona.’

Stuk voor stuk zijn het theatrale popconcerten met bezwerende beats en visuals, maar wel op tekst van lang niet zo toegankelijke kunstenaars als Sarah Kane en Heiner Müller. Permanent Destruction is repertoire met een zweterig clubgevoel. ‘Het is theater voor mensen die niet vaak naar theater gaan.’

Müller voelt heel erg jaren tachtig, Kane als iets van rond de eeuwwisseling. Wat zeggen ze voor jou dan over vandaag?

‘Ja, dat is hoe men er nu naar kijkt: Kane heet met haar suïcidale versplinterde teksten “hysterisch vrouwentoneel” en de moeilijke stukken van Müller doe je één keer op de toneelschool om intellectueel uit te pakken, maar daarna nooit meer. En toch zit er iets in hun pijn, haat en depressie wat in onze stralende instagram-reality jammerlijk ondergesneeuwd is geraakt. Er is nu wel een retrohype rond de nineties, maar daarin blijken vooral de kapsels en buffalo’s weer hip, niet de duistere grunge eronder. Net die inhoudelijke onderstroom boort Permanent Destruction aan.

En uit de publieksreacties leer ik dat daar ook behoefte aan is. In je naveltruitje shinen op sociale media en thuis alleen met je pijn achterblijven: het gaat niet langer. Mijn boutade is: ‘make pain sexy again’. We moeten onze pijn weer collectief leren bezweren, in plaats van ze weg te poetsen. Ik wil die gevoelens niet verheerlijken, maar ze ook niet wegrelativeren.’

Riskeert de vorm van een pompend concert niet dat die inhoud gewoon mee weggepompt wordt?

‘Dat vind ik niet. Ik heb Kane en Müller natuurlijk wel gesimplificeerd toen ik ze op muziek zette, maar hun core blijft spreken. En samen met mijn artistieke team (sound producer Joost Maaskant, beeldende kunstenaars Frederik Heyman en Jan Hoek en lichtontwerper Bart van den Heuvel, wh) heb ik het geheel zo geritmeerd dat je duidelijke inhoudelijke accenten  binnenkrijgt in plaats van alleen een woordenstroom.

 Ik geloof zelfs dat een concert een betere vorm kan zijn om inhoud in te verstoppen. In theater zit iedereen heel nauwgezet op de finesses te letten, maar als je bijvoorbeeld op Down the Rabbithole voor een festivalpubliek speelt dat al drie dagen aan de pillen zit, dan slaat het ineens toch rechtstreeks naar binnen. Net door de muziek en de feestroes raken sommige momenten misschien wel méér. De combi van een loodzware inhoud en de sexy vorm van een concert creëert een nieuwe betekenis die ik moeilijk kan uitleggen. Daarvoor moet je komen kijken.’

Je derde deel, Pain Against Fear, is wel minder hard?

‘Ja, de hele trilogie maakt een boog die parallel liep met mijn eigen biografie in die jaren. Bij deel één was het net gedaan met mijn geliefde, en gaf Kane woorden aan die tristesse. Bij deel twee was ik hoogzwanger én woest na #metoo: ik maakte van Müller extremistisch feminisme op death metal. Deel drie creëerde ik thuis in volle lockdown, met een pasgeboren kind. Het werd minder pop en rock, meer techno, house en drum ’n base, de genres waar we ons op gingen toeleggen als band. Een kind maakt je ook wat rustiger. Er kwam nood aan zelfacceptatie, zin om de pijn te omarmen samen met het publiek. Ik zet me nu ook bewust op een nieuwsdieet, anders word ik zo boos!

Voor deel drie heb ik me dus afgevraagd: wat ligt er voorbij de woede? Het antwoord weet ik niet, maar het heeft te maken met een combinatie tussen meer zelfliefde en meer ‘samen’. Ik heb in het derde deel ook enkele trucs weggehaald: het is eerlijker en simpeler. Minder theatraal, meer brechtiaans. Niet dat mijn wezen nu helemaal in evenwicht is, want ik kan altijd nog terug naar dat gevoel van verterend verdriet of intense woede. Maar ik wil me er niet meer zo in verliezen. De zorg voor een kind geeft daar een goede aanleiding toe.’

Deze wereld heeft meer collectiviteit nodig?

‘Dat vind ik wel, ja. Het poststructuralisme en het cyberfeminisme hebben ons van veel scheve toestanden bevrijd, maar tegelijk lijken we nu een situatie te zijn verzeild waarin iedereen zegt: “dat is nu eenmaal mijn waarheid”. Sociale media hebben daar niet aan geholpen: iedereen houdt vast aan de waarheden van zijn eigen peergroup. Ik voel weer meer nood aan het ouderwetse zoeken naar een waarheid die we samen delen. Wat geldt voor ons allemaal? Ik neig weer naar christelijke waarden (lacht).

Als je helemaal in die gevoelens van woede duikt, dan kom je uiteindelijk uit bij ressentiment: tegenreactie op tegenreactie. Dat is de sfeer van The HM Concert. Die kwade gevoelens moeten een plek krijgen, maar ze zijn uiteindelijk niet de oplossing. Veel mensen kunnen daar nog niet aan, omdat de wereld hun woede nog niet erkent. Die moet eerst gehoord worden en een plaats krijgen. Maar er zit meer toekomst in toenadering dan in boosheid. Dat is de sfeer van deel drie.’

Heb je, acht jaar na je jongemakersprijs op TAZ, nog een tip voor jonge kunstenaars nu?

‘In België haat men het, maar ik zeg het toch: wees niet vies van cultureel ondernemen! Maak je niet te afhankelijk van instellingen. Veel aanvragen schrijven, creative producing, zelf de boer opgaan om je idee te verkopen: het is heel hard werken, maar je zit tenminste niet eindeloos te wachten op kansen van mensen die op een kantoor zitten. Je moet niet proberen te veel in het systeem passen.

Zelf ben ik systeem-moe. Je kan het beter zelf forceren. Daar zijn honderden manieren voor: hele commerciële of eerder activistische, of je werk bewust klein houden… Ik heb gewoon geleerd mijn eigen plan te maken, en dan pas naar instellingen te bellen: doe je mee of niet? Wij kunstenaars hebben de vinger aan de pols. Het systeem is veel trager.’

Foto boven: Robyn Alysha Clemens. Foto onder: Sanne Peper.

De voorstelling Permanent Destruction speelt vanavond, tot en met maandag 1/08. Telkens om 21 uur in Spoor 2. Meer info en tickets vind je hier


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: