‘De zen van podiumtechniek’

Door SIEBER MARLY – Heerlijk in de buitenlucht onder een boom. Ik hoor bladeren gezellig ritselen. Het is van korte duur. De buren zoemen en zuchten. Een bladblazer blaast bladeren. Technologie als vervanging voor de hark, voor dezelfde handelingen. Het is een op zichzelf staande theatervorm. Je kunt er een scène mee maken. En toch zie je ze niet in het theater. 

Theatertechniek blijft een moeilijk te beschrijven item. Dit beroep staat ten dienste van de voorstelling en blijft daardoor het liefst onzichtbaar – om de magie van de scène te behouden. Op TAZ zie je het team gelukkig wel opduiken: op locatie en na het werk op Café Koer. Je herkent ze aan hun donkere kledij (om zich makkelijker te onttrekken aan het theaterlicht), de handige tools aan hun riem en vaak nog een spot of kabel in de hand. Dat laatste is niet standaard. En ook niet als cliché bedoeld. Het is traditioneel op een festival om zelf te zoeken naar ontbrekend materiaal en dat vooral niet meer los te laten. Technici hebben hun beroepseer en willen dat een voorstelling technisch af is; dus als daar een extra lamp voor nodig is, lopen zij die extra mijl.

Jaarlijks wordt deze ploeg gevormd uit vele jonge, net afgestudeerde en beloftevolle technici. De organisatie zet graag in op de nieuwe generatie. Het team wordt geleid door 50 jaar levenservaring, bestaande uit de twee jongemannen Lars en Gilles die elk nog net een GO-pass kunnen gebruiken en in hetzelfde jaar als dit festival evenveel kaarsjes mogen uitblazen.

Dagelijks lopen ongeveer 55 diverse theatertechnici mee op dertig locaties. Tussen 9 en 10 uur ’s ochtends telt Gilles al 26 telefoongesprekken op zijn mobieltje. Beide heren stralen zen uit. Ik krijg bijna stress in hun plaats. “Met de technische leiding van Theater Aan Zee, waarmee kan ik u helpen?” 

Gilles lacht zachtjes terwijl hij het zinnetje uitspreekt, luistert aandachtig, knikt en kijkt ondertussen naar zijn onaangeroerde maaltijd.

“Er zouden nog wel wat van die kabels moeten zijn, maar waar weet ik ook niet.”

Theater op locatie: dat wil zeggen dat er niets is en dat alles moet aangevoerd worden.

In een cultuurcentrum als De Grote Post heb je de luxe dat er achter een deur nog wel iets bruikbaar staat. Op locatie niet. 

Drie grote vrachtwagens met materiaal komen naar één distributiepunt en van daaruit wordt alles – per locatie – overgeladen in kleinere wagens, tot bakfietsen toe voor de moeilijk bedienbare punten. 

“Er zouden nog pootjes van 20 moeten zijn, er zou een bak moeten staan. Wacht, ik ben in de buurt, ik check het even.” Als het materiaal zelf geen poot is, dan krijgt het vaak pootjes. Stappen tellen doen ze daar al niet meer. Pootjes wel en er is altijd wel een exemplaar te kort. De pootjes dienen om de podiumelementen – ook gekend als praktikabel – in hoogte te verstellen. Met dit wonderlijk middel maak je in combinatie met pootjes van 20, 40, 60, 80, 100 of 120 cm, een tribune of een podium of, als je wil, een gewone tafel. En daar zitten we op om van daaruit te kijken naar het licht en alles wat er in dat licht gebeurt.

Kijk gerust eens waar je op zit of wie er achter je zit, achteraan op de hoogste warmste plek. Daar zie je ze voor de voorstelling vaak bijna niet zitten. Je ziet enkel twee pretoogjes fonkelen en ongeduldig wachten: om het zaallicht uit te doen en de spots aan. En als je toch wat gezoem hoort, dan is het een dimmer. Al een geluk dat het geen bladblazer is!

Dit is de vijfde aflevering in de reeks ‘Waar is Sieber?’


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: