‘Het internaat van TAZ’

Door SIEBER MARLY – “Of ik een kamer wil delen?” Ze vraagt het met kleine oogjes, een brede glimlach en koffie in de hand. Stephanie heet ze; zij runt de “peda” samen met haar broer Michael. Een directe uitnodiging in de familie. Ik schrik een beetje van die Oostendse directheid.

Ik voel me blozen. Het was geen persoonlijke vraag, veeleer organisatorisch. Openingszinnen zijn dat vaak. Het doel is om iets te bereiken. Wat dat juist is? Dat is vrij invulbaar en, vooral, open voor interpretaties. Voor je het weet heb je een awkward moment. “Als je een kamer deelt, dan krijg je een kleine studio en een luchtmatras.” Het klinkt uitnodigend. Ik kies toch voor een klein privaat nestje. Dat ik douche en toilet moet delen vind ik niet erg. Je kan niet alles voor jezelf houden.

Delen is duurzaam. Het “internaat-aan-zee”, de “peda” of “de blauwe ruiten” zoals ze in Oostende zeggen … Kijk eens vanaf op een afstandje naar het gebouw, zie de blauwe schijn op de ramen en je weet waar de klepel hangt. Deze plek heeft een lange TAZ-geschiedenis. Mike en Guy, twee bevriende militairen die jarenlang de peda met de nodige correctheid en discipline hebben geleid, worden sinds enkele jaren vervangen door Guy’s kinderen. Een familie met vrijwilligersbloed. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Martine, zus van Guy, leidt de schoonmaakploeg, bestaande uit haar beste vriendin Lorenza en diens man Urbain. Tot vorig jaar liep ook Martines moeder Christiane nog elke dag mee met de poetskar. “We herdenken haar hier vaak.”

Familiemomenten worden ook hier gecreëerd. Ik denk aan Full House een tv-serie uit de jaren 90. De gemoedelijke sfeer deed me altijd glimlachen. Voller kan dit huis niet zijn. Net wel of niet overboekt. Samen slapen wordt hier een beetje aangemoedigd. “We willen niet weten wat er in de kamers gebeurt – als ze maar hun kamer stofzuigen bij het uitchecken.” Dagelijks worden de sanitaire blokken van deze 181 kamers schoongemaakt en voorzien van toiletpapier. Bij het uitchecken worden ook de kamers gepoetst, maar dat werk is haalbaarder als de gasten het verzamelde zand en verloren haartjes verwijderen.

Ik vul twee emmers met water; de rode is voor de douche, de blauwe voor het toilet. Een proper toilet daar houden we allemaal van. Het is soms onbegrijpelijk hoe ze dan zo vuil kunnen worden. In een toilet vind ik een restje van Café Koer; het kan ook de Langestraat zijn geweest. Was het nu blauw of rood?Het brandalarm gaat af. “’t Is weer van dat.” Een geniepige roker dacht het rookverbod en de rookdetector te slim af te zijn door die laatste te demonteren. Maar dan gaat het alarm óók af.

Deze familie woont in Oostende, op amper 1 km van deze plek, maar ze blijft er slapen om het brandalarm te kunnen afzetten. Waar rook is, is vuur. Hier niet. Hier is er vooral familiale warmte. Ik ga naar huis, naar mijn eigen toekomstige familie.

Dit is aflevering 6 in de reeks ‘Waar is Sieber?’, waarin onze vliegende reporter Sieber Marly een kijkje neemt achter de schermen van het festival.


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: