Iemand zijn lichaam teruggeven en zachte pornografie

Aantekeningen, deel 1.

Er lijkt niets veranderd, althans in Amsterdam en Caïro, tussen Peda en Café Koer waar ik dagelijks op en neer peddel met mijn huurfiets. De huizen staan er hier en daar nog even haveloos bij, terwijl andere met veel geld tot überhippe woonstede worden verbouwd. De zelfde meneer zit nog in zijn deur, half op straat. Er zijn nog zwervers achter de kerk. Ik hoor meeuwen krijsen en klokken luiden.

Vrijdag was ik, nog voordat ik na zevenen de Peda in mocht, al bij de Heilig-Hartkerk. Een neo-neo geval, met fijne, dubbele zuiltjes in het koor, Toscane en de veertiende eeuw gekruist met Lourdes en de zoveelste kersteningsgolf, denk ik. Timo Tembuyser heeft een hele groep zangers en een fluitiste rond het altaar verzameld, midden in de kerk. Ze hebben vragen over waarheid en oorsprong, lijken god de vader te willen vervangen door een moederfiguur. De zangers zingen ieder in hun eigen taal, refereren aan verschillende religies, mono- of pantheïstisch. Er doemt een soort oecemene op en nu galmt het niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk in mijn hoofd. Ik snap ook niet waarom je in deze religieuze klankkast nog aan versterking doet. Mijn oren lopen vol en verdrinken.

Dan stelt Tembuyser ineens een heldere vraag: kunnen we verhalen als die van Jezus doen zonder al dat geweld? Over zijn schouders kijk ik naar relatief kleine kruiswegstaties die aan de muren hangen van het transept. Fumiyo Ikeda, die ooit een gezichtsbepalende danseres bij Rosas was en al jaren eigenzinnige projecten doet, verbeeldt de rol van de oermoeder. Zoals de zangers samen kunnen zingen, kan zij met tijd en beweging werken. Ze vertraagt, laat haar lichaam rusten en aankomen in de etherische ruimte van wit marmer, stralend zonlicht, blauwe luchten die vanuit de nok meedoen en hemelse stemmen.

De eenvoud van haar keuzes geeft mij mijn oriëntatie terug. En dan keert ze ook nog de mater dolorosa om. In plaats van te lijden met Christus – dat beeld van de oudere vrouw met haar benen wijd, Jezus languit over haar schoot gedrapeerd – geeft ze de zangers een voor een hun lichaam terug, met een eenvoudig gebaar, een ritueel, een oefening rond het altaar. Het doet mij denken aan de herschrijvingen van de Sacre du Printemps. Laurent Chetouane haalde het offer uit de Sacre. Bij Dada Masilo was het de moeder die haar dochter offerde, niet de gemeenschap waarvan zij de geestelijk leider is. Met Masilo vraag ik mij af of een matriarchaat zoveel beter is dan het heiligen van die verdomde vaderlijke lijn. Maar goed, moeder aarde, moederschap als metafoor voor zorg, multitasking en onzelfzuchtigheid, daar is niets tegen. Sterker, daar is iets voor.

In de avond zie ik Lisi Estaras in een zwart doosje met een orka dansen. Heel indirect, via allerlei understatements, verwijzingen naar Wittgensteins taalspel, en de ritmische patroontjes die ze uit haar lichaam tovert, komt Estaras uit bij de menopauze, een verlangen naar seks, angst om dat te verliezen. Half entertainer, half personage, semi-autobiografisch en toch fictie, beschrijft ze uiteindelijk een wilde vrijpartij vanuit het perspectief van een man. De ‘ik’ heeft een lul en kan niet ophouden haar te nemen.

Die omkering heeft een enorm effect. De voorstelling wordt op een zachtaardige manier pornografisch, iets dat je zelden zo meemaakt. Maar je weet het niet, het zou toch ook nog steeds om een verkrachting kunnen gaan, iets waar Estaras en passant iets over opmerkt aan het begin van de voorstelling en nooit meer op terugkomt. Het is ontwapenend en ontroerend, zoals Estaras seksuele ervaringen een plek geeft midden op het podium. Een aantal toeschouwers laten luid hun enthousiasme horen en gaan meteen rechtop staan bij het applaus.

Behalve stoere provocatie inruilen voor het tonen van kwetsbaarheid, en daar een goede vorm voor vinden, valt op TAZ ook op dat veel makers het theater niet gebruiken als  spectaculaire kijkdoos, maar er veeleer een luisterplek van maken. Het lijkt alsof het vanzelfsprekende van de dingen beter ondergraven kan worden met geluid dan met beeld. Alsof we zachtaardiger zijn in het donker luisterend, dan bij daglicht kijkend. Daarover volgende keer meer.

Fransien van der Putt is dramaturg en schrijft o.a. voor theaterkrant.nl. Tijdens deze editie van TAZ maakt ze aantekeningen, speciaal voor de TAZette.

Foto’s: Maya Wilsens (#THISISBEAUTY, onderaan) en Delphine Lebon.


,

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: