‘Cultuur voor én van de wijk’

Door STEVEN HEENE – Publiekswerking is, anno 2022, belangrijker dan ooit. Niet alleen op TAZ: je ziet het bij elke culturele organisatie – en in andere sectoren. Maar wat houdt het eigenlijk in? Het is een vraag bij uitstek voor Julie Van Goethem, een van de nieuwe gezichten achter de schermen.

“Ik werk sinds maart voor TAZ als publiekswerker. Dat wil zeggen, kort samengevat, dat ik vooral heel veel verschillende doelgroepen naar TAZ probeer te krijgen. Of anders gezegd: dat ik probeer, samen met het team en met onze partners, om voor iedereen de kans te creëren om van cultuur te genieten, tijdens of via het festival. On the side doe ik ook wat werk voor productie en communicatie, maar die publiekswerking is het belangrijkste.”

Hoe vertaalt die – nobele – ambitie zich concreet?

“We werken verschillende projecten uit waarvan we denken dat ze verschillende groepen in de samenleving zullen aanspreken. Zo is er Quartiers d’O, onze wijkwerking in samenwerking met vier culturele partners uit Oostende: kleinVerhaal, De Grote Post, FMDO en KAAP. Dit jaar vond die plaats in het Westerkwartier. In die context gaan we op zoek naar mensen in de wijk die willen meewerken – buurtbewoners die niet tot het reguliere publiek van TAZ behoren. Of beter gezegd: die van zichzelf denken dat ze daar niet bij horen. We creëren, samen met hen, een context om toch van cultuur te genieten, individueel en collectief. In de praktijk komt het dus vaak op hetzelfde neer: een vriendelijke uitnodiging formuleren én organiseren om te participeren. Bijvoorbeeld met organisaties uit de jeugdzorg.”

Het thema dit jaar is ‘zorg’. Is participatie nu belangrijker dan ooit?

“Het is altijd belangrijk, als je het mij vraagt. En TAZ is er ook al veel langer mee bezig he. De samenwerking met Paspartoe bijvoorbeeld is niet nieuw. Ook dit jaar ontvangen we tijdens TAZ een grote groep mensen via onze partnerorganisatie uit Brussel. Paspartoe is, voor de mensen die het niet zouden kennen, zowat de UITpas, maar dan voor de stad Brussel.”

“Maar om op je vraag te antwoorden: ik denk dat het thema ‘zorg’ van dit jaar een mooie stap is om mee te nemen naar volgende edities …”

Je bent begonnen in maart. Kende jij het festival al goed, als bezoeker?

Euh … Nee, helemaal niet zelfs, het is mijn eerste keer op TAZ. (lacht) En, ja, ik werk al direct mee achter de schermen. Maar goed, dat haal ik nog wel in, toch? Ik ben afgestudeerd in september vorig jaar en ik heb daarna nog eventjes voor de World Choir Games gewerkt – de Olympische Spelen voor koren, zeg maar. Daar draaide ik mee in de productie. En daarna ben ik meteen op zoek gegaan naar een job – ik wou heel graag in de cultuursector werken.”

Zijn er veel barrières te overwinnen? Ik kan me voorstellen dat niet iedereen zich aangesproken voelt om deel te nemen aan TAZ, of om naar Café Koer te komen?

“Mja toch wel. Iedereen heeft een beeld, bewust of onbewust, van cultuur. En ook van TAZ als festival. Daar dienen projecten als Quartiers d’O juist voor: om eventuele vooroordelen bij te stellen. Afgelopen weekend, tijdens Quartiers d’O op het Sint-Catharinaplein, was het een opmerking die ik wel vaker hoorde: “Café Koer is niet voor mij”. En inderdaad, het is niet voor iedereen evident om in deze festivalcontext te stappen, zelfs niet om even een glas te komen drinken in het Leopoldpark. Zeker als je weinig ervaring hebt met of in cultuur. Dus ja, er is soms een hoge drempel. Dan is het zaak om mensen persoonlijk aan te spreken, hen te verwelkomen in woord en daad, enzovoort. Zo kun je, als het meezit, het verschil maken.”

De persoonlijke aanpak is de beste, kortom? Dat is natuurlijk zeer intensief.

“Het vergt tijd, inderdaad, die persoonlijke benadering. Ik ben, zoals gezegd, pas begonnen in maart, en toen was het voortraject al bezig. Er gaat dus een lange aanloop aan vooraf. En omgekeerd: ook na het festival loopt het traject nog wel even door. Het is niet de bedoeling om, samen met onze partners, even in een wijk aan te kloppen en dan weer weg te gaan. We vatten het op als een jaarwerking waarbij de buurtbewoners ook inspraak krijgen in Chambres d’O dat in de winter plaatsvindt. En in een beeldhouwwerk dat nu gecreëerd wordt. Samenwerken, samen iets creëren. Iets van de wijk en voor de wijk. Co-creatie.”

Ben je tevreden over deze editie van Quartiers d’O?

“Best wel. Ik keek toch wel op van het effect: hoeveel het genereert. Je kunt vooraf mooie intenties en verwachtingen hebben, maar het is toch nog iets anders om te zien of en hoe het werkt in de praktijk. Veel buurtbewoners hebben er echt van genoten, de sociale mix was zeer divers. Dat gaf een boost. En het zonnetje heeft ook geholpen, niet onbelangrijk.”

Ben je zelf van Oostende?

“Nee, ik woon in Gent. En dat is niet altijd vanzelfsprekend, merkte ik al. De mensen van kleinVerhaal bijvoorbeeld, die zijn van Oostende en staan heel dicht bij de wijken, letterlijk en figuurlijk. Het zit ook in de taal he. Ik spreek het dialect niet, en soms is dat wel handig: voor al die informele contacten. Ik versta niet altijd alles wat er gezegd wordt, letterlijk (lacht). Daarom is het mooi dat er zo’n brede samenwerking is, met meerdere partners.”

Wat is de snelste manier om mensen samen te brengen, via eten of muziek? Want theater heeft doorgaans al een hogere drempel via de taal, allicht.

“Goh, een combinatie is eigenlijk ideaal. Maar als ik echt moet kiezen, kies ik voor eten. Afgelopen zondag in Quartiers was er De Langste Tafel, en daarmee breng je heel veel mensen samen, én hun verhalen. Samen eten, samen koken … Dat spreekt nog meer aan dan een concert of een theatervoorstelling, merk ik. Maar de combinatie is het fijnste.”

Je was daarstraks druk in de weer met tientallen goodie bags van TAZ. Voor wie zijn die bestemd, als ik zo vrij mag zijn?

“Die zijn voor de mensen van Paspartoe. Er komt een groep van 135 personen uit Brussel. En wij zorgen ervoor dat zij een leuke dag zullen beleven. Via een aangepast programma met een portie cultuur, maar ook met eten, jawel, en dan nog even naar het strand … Zoals ik al zei: het is een combinatie van verschillende dingen. Dat is uiteindelijk toch het fijnste. We dansen ook mee met Jotka om 11 uur aan de dijk, tijdens de initiatie van Zie je mij dansen?

Even checken: ken je de moves al?

“Jazeker. Ik ben er zowat elke dag. Dus het antwoord is: ja, ik ken de dans al (lacht). Ook dat is een fijn project: je ziet elke dag hoezeer mensen ervan genieten om dat samen te doen.”

Drukke dagen, kortom. Laatste vraag: wat mogen we jou nog wensen, voor deze editie?

“Dat ik toch nog een paar voorstellingen kan meepikken. Want dat is helaas nog niet gelukt.”

Foto’s: Ken Aelbrecht en Yvan Mahieu.

Hieronder een impressie van Quartiers d’O gemaakt door Studio RITCS:

Eén reactie op “‘Cultuur voor én van de wijk’”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: