‘De tranen van Kamal’

Door RASHIF EL KAOUI – Dirigenten van mijn innerlijke zee(storm)

Excuseer?

Excuseer?

Mag ik even?

Mag ik heel even maar?

Even uw aandacht?

Ik wil graag met u delen.

Graag wil ik met u delen.

Waarom kamelen wenen.

Ik weet het. Ik weet het. Biologisch gezien zijn de tranen van dieren louter basaal of reflexmatig. Louter om het woestijnzand uit de ogen te tranen. Louter om de ogen te bevochtigen. Louter om de lenzen te reinigen. Ik weet het. Ik weet het.

Maar toch. Mag ik even?

Mag ik heel even maar?

Een andere verklaring voor het wenen van kamelen geven?

Er was eens een kameel. Een kameel genaamd Kamal. De naam Kamal kan in het Arabisch betekenen: perfectie, volledigheid, een volledigheid zonder enig gebrek.

Deze naam. Deze prachtige naam. Deze naam was de reden voor het wenen van Kamal de kameel.

Want Kamal de kameel voelde zich allesbehalve ‘volledig’. Dag in, dag uit betrad Kamal hetzelfde pad dat zijn ouders ook liepen. Dag in, dag uit onder de blakerende zonnestralen. Dag in, dag uit dezelfde karavaan, dezelfde plek in dezelfde karavaan.

De woestijn duldt geen sporen. Elk hoefspoor onmiddellijk gevuld door het vloeibare woestijnzand. Maar toch voelt Kamal bij elke stap de afdrukken van zijn ouders, zijn grootouders, zijn overgrootouders, zijn bed-overgrootouders en zijn voorouders voor hem. In het zand ingesleten, als ware het zand geen zand, maar nat cement. Onzichtbaar voor het blote oog waren de sporen van zijn voorouders helder voor Kamal. Helder als glas. Glas is uiteindelijk ook maar een soort van zand.

Nee, Kamal, voelde zich verre van volledig.

De naam Kamal was hem toebedeeld door zijn ouders.

En samen met deze naam voelde hij gewicht van de bulten op zijn rug.

Hij voelde het gewicht van generaties op zijn rug.

In de bulten op zijn rug droeg hij de miljoenen stappen van de kamelen die hem waren voorgegaan.

Dit stemde Kamal droevig. Deze miljoenen stappen die zich voor hem uitstrekten. Zowel voorwaarts als achterwaarts wogen deze stappen op zijn rug. Deze stappen deden de tranen parelen onder zijn lange wimpers. Deze stappen die hij steeds in stilte droeg deden zijn kaken klemmen en zijn lippen verharden. Zijn lippen werden zo hard dat geen doornstruik ze nog rood zou kunnen stiften.

Ik weet het. Ik weet het. Biologische gezien zijn de lippen van kamelen juist daarom zo hard. Zodat ze in de schaarse begroeiing toch de harde struiken kunnen knabbelen. Ik weet het. Ik weet het.

Maar toch. Mag ik even?

Mag ik heel even maar?

Kamal weende. Kamal de kameel weende beken, beken, wekenlang.  Maar zijn tranen verdampten nog voor ze het zand raakten. Kamal weende om zijn benen.  Kamal weende om zijn hoeven. Kamal weende om de bulten op zijn rug. Omdat ze niet anders konden dan de karavaan volgen. Dag in, dag uit. Hetzelfde pad dat zijn voorouders liepen dag in dag uit.

Tot op een dag. Tijdens een tocht hield Kamal de kameel plots stil. Alle andere kamelen waren geschokt omdat hun cadans was verstoord en schommelden ongedurig heen en weerom te zien wat er aan de hand was.

Opeens begon Kamal te brullen en te bulken. Kamal brulde luid genoeg om de stilte kapot te slaan. De stilte die eeuwen overbrugt. Kamal de kameel brulde.

Om het verdriet dat in zijn bloedbaan borrelt.

Om de onverwerkte tranen.

Om de genetische gebreken die stiekem zijn doorgegeven.

Om verdwenen vaders die zonder omkijken hun kalveren verlieten.

Om de foute keuzes.

In de liefde. In het spel. In het geld.

Om de armoede die erfelijk blijkt te zijn.

Om de kleur van zijn ogen.

Om de kleur van zijn vacht die een generatie overslaat.

Om de relatie met zijn eigen ongeboren kinderen.

Om die ene voorouder die het een goed idee vond om te verhuizen naar een land ver weg.

Om die ene voorouder die het een goed idee vond om te blijven waar hij was (rond de kerktoren).

Om de ontworteling en de gevolgen van dien.

Om die ene voorouder die koe en kalf mishandelde.

Om die ene die niet van de gefermenteerde bessen kon afblijven.

Om de geschiedenis en hoe die zich herhaalt, herhaalt en herhaalt.

Kamal de kameel gaf in één luide brul een stem aan al wat – verzwegen – wordt doorgegeven.

Van ouder op kind. Van voorouder op nazaat. Van kameel op kameel.

Het werd stil in de woestijn.

Ik weet het. Ik weet het. De woestijn is per definitie desolaat en minder rumoerig dan een oerwoud. 

Maar toch. Mag ik even?

Mag ik heel even maar?

Kamal de kameel voelde zich opgelucht. De bulten op zijn rug voelden minder zwaar. In zijn brul had hij beseft dat de bulten op zijn rug niet louter op hem drukken. Dat ze ook zijn tochten voeden. Dat hij teert op de miljoenen stappen die zich voor hem uitstrekken. Zowel voorwaarts als achterwaarts. Kamal stapt verder. De karavaan gaat weer in beweging. Maar de tranen onder zijn lange wimpers parelen nog steeds.

Rashif El Kaoui is acteur, rapper, podcastmaker en auteur. Hij schreef deze tekst voor de reeks ‘Dirigenten van mijn innerlijke zee(storm)’ op TAZ.

Morgen om 18.30 uur kunt u op Café Koer luisteren naar acteur Peter De Graef.

Foto: KVS.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: