Een plek om te luisteren

Door FRANSIEN VAN DER PUTT – Aantekeningen deel 2.

Behalve stoere provocatie inruilen voor het tonen van kwetsbaarheid, en daar een goede vorm voor vinden, valt op deze TAZ-editie ook op dat veel makers het theater niet gebruiken als spectaculaire kijkdoos, maar er veeleer een luisterplek van maken.

Sebastien Hendrickx’ The Good Life en Luanda Casella’s Ferox Tempus/ Terror at its best zijn daar goede voorbeelden van. In beide voorstellingen zijn het teksten die de beelden oproepen en breng je lange tijd door in het donker of kijkend naar een leeg scherm. Het samen luisteren en lezen, van het geluid, van de ruimte, van de technische set-up, van de schaarse bewegingen van de performer – allemaal verschijnselen waar je minder acht op zou slaan was er meer te zien – maken de toeschouwer veel meer bewust van zichzelf.

In The Good Life liggen sommige mensen languit, terwijl anderen met moeite een zithouding vinden op de vloer. Het lijf van de toeschouwer telt ook dubbel omdat het op de vloer is, en Hendrickx rondom ons speelt. Het gefragmenteerde licht dat veel donker laat en de ruimte uiteen speelt in vage constellaties, roept van zichzelf al allerlei gemoedstoestanden op: van waken en slapen, van dromen en de concrete realiteit van de lichamen, van willen zien en je overgeven aan het luisteren naar de stemmen van mensen of die ene mens. Hendrickx citeert filosofen en verschijnt als een mislukte clown, doet beweringen over de wereld, praat met ons, maar geeft zichzelf niet prijs. Op de grens van onzichtbaarheid, verschijnt en verdwijnt hij als een zoekende figuur. Als toeschouwer, met mijn rug naar de speler liggend, in het halfduister, verdwijn en verschijn ook ik tussen de anderen op de vloer. Zo haakt de voorstelling in op een veel intiemer niveau, dan wanneer je rechtop in een stoel zit in een frontaal contact met de speler in het volle licht.

Luanda Casella doet iets heel anders, maar het is vergelijkbaar. Waar Hendrickx terugkijkt via het Oude Testament en Marinetti, om grip te krijgen op het heden, kijkt Casella vooruit, om uiteindelijk in het heden uit te komen. Ze speelt een speler in een dystopische game, maar de stemmen die die wereld bevolken zijn van nu, uit de media – ik herken alleen Greta Thunberg, maar het repertoire van TED- en andere talks is bekend. Een gestoord beeld houdt ons erbij, het kanaal staat open, de beelden kunnen terugkomen. Er is slechts zo nu en dan wat tekst te zien. Het zijn de zinnen die de speler als avatar uitbrengt, naast de conversaties met haar instructeur, ringleider en game master. Wat begint als een 19de-eeuws doemscenario eindigt in de vlucht uit een post-kapitalistisch resort naar een ‘natuurvolk’ dat kennelijk alle rampen heeft overleefd.

Concreter en dichter bij huis zijn de solo’s die tijdens de Nomaden te zien zijn, een prachtige triple bill in het kader van Jong Werk op TAZ. Ze gaan evengoed over de dagelijkse waanzin van het overleven in de rijkste landen van de wereld, maar in vorm zijn ze meer uit één stuk, voelen concreter daardoor, minder gefragmenteerd. Ze zoeken grond en de eenvoud van belichaming, meer dan dat ze via futuristische, intellectuele tijdreizen de tijd spiegelen. Ruim drie uur wandelen we rond de vissershaven van Oostende, langs kades en haveninstallaties, en oudbouw die op de nominatie staat om afgebroken te worden, om plaats te maken voor glorieuze hoogbouw (ik fotografeer een billboard waarop vijftien verdiepingen hoge woongebouwen worden gepromoot onder de titel Centralpark@Sea). De groepen doe, onder leiding van Oostendenaren die verhalen over de handel en wandel in de haven en op zee vertellen, drie voorstellingen aan: Crybaby, Dog en Mambo.

Emma Buysse en Luna Joosten nemen in Crybaby de hedendaagse, vercommercialiseerde kunstwereld op de hak en vragen zich af waar de aanraakbaarheid van dingen ook in kunst weer gevonden kan worden, dwars door de ironie en pretentie heen. Kazanga Jonathan Linga speelt in de openlucht Dog, op een binnenplaats tegen een bunker aan. Alles is zichtbaar, heel zijn lichaam, gehuld in een ruime, beige overall, doet mee.

Waar Buysse en Joosten eindeloos vergeefs proberen te benoemen, probeert de tekst van Linga eenheid te vinden in verwarrende en angstaanjagende ervaringen, zonder al te duidelijk aan te geven waar zijn lijden vandaan komt. Is hij als vluchteling in detentie, loopt hij als nieuwkomer verloren in de vooroordelen van zijn collega’s of is het misschien een combinatie? De tekst van Daniel Keene en het fysieke spel van Linga zijn buitengewoon indrukwekkend: in de manier waarop de man en de hond samenkomen en licht grommend hun relaas doen. Een lichaam dat ook vol verbazing zit en heel dicht op het publiek komt, voorzichtig maar dringend, in het volle daglicht, in de wind van een namiddag als alle anderen. Heel knap, en fijn ook, om dit werk buiten te doen, en niet in de zwarte doos van het theater.

Tenslotte, in de achterkamer van een oud café aan de haven doet Princess Isatu Hassan Bangura heel bijzondere dingen met haar stem en haar lichaam. Haar voorouders uit West-Afrika deden aan Vodun, een religie die via de slavenhandel over de wereld is verspreid en nu bekend is als voodoo, wat om allerlei redenen een uitgesproken negatieve bijklank heeft. Nauwelijks zichtbaar, in een prachtig lichtplan van Isa Kasten, maar sterk voelbaar in de kleine ruimte bereid Hassan Bangura het ritueel voor, waarbij ze licht hopt met haar lichaam en met haar stem en ademhaling zichzelf in trance brengt. Net als bij Dog is de toon in Mambo even zacht als intens. Van het volle licht naar het donker, na uren wandelen en reeds met twee intense verhalen achter de kiezen, laat het publiek zich geheel meevoeren in deze uiterst minimalistische voorstelling.

Er zijn heel veel solo’s op TAZ die met de eenvoud van het vertellen en tonen werken. Suzanne Grotenhuis en Laura van Dolron zijn storytellers en werken heel precies met de ruimte tussen dingen zeggen en dingen doen. Grotenhuis eindigt met dat ene beeld van een rots. Van Dolron komt binnen met te zeggen dat er niet meer komt dan alleen maar dit, haarzelf en de vloer en het publiek. Geen spektakel, geen grote rollen, geen kriskras van personages en plotten. Slechts het volgen van een stroom gedachten en daar iets van grond en rede vinden, pas op de plaats. Er lijkt grote behoefte aan.

Wat dit betreft valt het werk van Ritza Statia op. Haar solo, die ze bij Rightaboutnow Inc in Amsterdam maakte, en ook onder Jong Werk vertoont wordt, is lang heel stil, hardop zwijgend. Als ze uiteindelijk spreekt, heeft ze het over hoe dik ze is en tekent op haar zwarte lijf met witte stift de lijnen die niet bevallen. Haar solo is één grote weigering of uitdaging aan de dominante blik. Een jonge Antilliaanse vrouw die de disco-, house- en hiphopplaten van haar ouders en grootouders draait en genoeg heeft van hoop en volhouden. De platen zijn grijsgedraaid. Het is genoeg geweest. Bij haar neemt het tijdreizen een grappige en activistische wending. Enough is enough is de boodschap, loud and clear.

Fransien van der Putt is dramaturg en schrijft o.a. voor theaterkrant.nl. Tijdens deze editie van TAZ maakt ze aantekeningen, speciaal voor de TAZette. Haar foto’s maken deel uit van deze reflectie.

Nomaden speelt nog morgen/vrijdag om 10 en 14 uur. De reeks is helaas uitverkocht.


,

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: