‘Kleine maatjes en grote maatjes’

Door SIEBER MARLY – Het leren gebruiken van de tepel. Het proces van aanleggen. De baby leren aanleggen. Dat was het onderwerp in de prenatale lessen die ik kreeg terwijl ik met mijn hoofd op TAZ ben. Dat de baby moet happen, de tepel goed tot zich moet nemen.

Het is de basis van ons leven, goed leren drinken. Een cultuur.

Met mijn linkerhand houd ik een bierglas schuin onder de tap, met mijn rechterhand trek ik aan de tapkraan. Een beetje voorvocht schiet naast het glas weg. Het glas ontvangt de straal. Ik beweeg mijn glas zachtjes tot het verticaal is en schuim ontstaat op de bovenlaag. Tapkraan dicht. Glas recht op het aanrecht en afschuimen. Tony die naast me staat knikt en lacht bevestigend. “Perfect.”

Amber en Tony coördineren sinds 2008 de bar op TAZ; als koppel doen ze het al iets langer. Hun liefdesbaby heet Stella, het had de naam van een festivaldrankje kunnen zijn.

De drie bars op Café Koer worden ondersteund door 74 medewerkers van wie er elke avond 30 actief zijn, voor en achter de bar. Voor elke handeling die je ziet, is er een handeling die je niet ziet, en meer dan dat. Aanvullen, stockeren, koel houden – zowel het hoofd als de drank. Stuk voor stuk gebeurt het door vrijwilligers die het beste voorhebben met de klant. Ze serveren de drankjes alsof ze die voor zichzelf zouden serveren. 

Het ‘schoon verdiep’ van de feesttent op Koer herbergt de cocktailbar. Je hoeft je daarvoor niet beter te voelen dan anderen: je goed voelen gebeurt vanzelf als je de drempel oversteekt en de steile trap opgaat. Met wat extra witte lijnen op de grasgroene matten had deze bar ook een fancy voetbalkantine kunnen zijn. 

De cocktailwereld is nieuw voor mij. Ik ben immers geen cocktaildrinker. Dat komt door het hoge alcoholpercentage dat in een te lekkere mix binnensijpelt en mijn lichaam contradictorische richtlijnen geeft. Tot een aperitief, met een zonnetje dat glinstert op de verkoelende ijsblokjes, laat ik me wel graag verleiden.

Klanten spelen “1, 2, 3 piano” voor de bar. Ze komen de tent binnen en plots staan ze stil. Hun ogen glijden twijfelend over de drankkaart. Winnen doen ze sowieso, maar kiezen is iets moeilijker. Alcoholvrij of toch met alcohol: beide keuzes zijn hier dik oké. De bestellingen lopen binnen. Ik voel me wat ongemakkelijk, als tijdelijke medewerker in dit geoliede team. Ik heb nooit eerder een cocktail gemaakt.

Ik oefen met een cocktail voor mezelf. De handleiding is superhandig geschreven in halfzinnen. Er is geen ruimte voor twijfels over wat ik exact moet doen. De bar is goed georganiseerd en voorbereid. Ik maak een Bloody Harry. De vitamines van het tomatensap geven me een boost, maak ik mezelf wijs. Ik neem het grote maatje en maak een Storm and Carly, een verwijzing naar een TAZ-medewerker, zoals de Gilles Tonic. Je hebt kleine maatjes en grote maatjes; met deze maatjes maak je vrienden voor en achter de bar. Niet om elkaars deur plat te lopen, wel die van TAZ. Jaar na jaar keren medewerkers terug omdat het hier fijn vertoeven is, en dorstlessend.

Drankjes worden met liefde gemaakt en verdeeld. Het klinkt heerlijk simpel om het zo fijn te hebben. Zo simpel als een aperitief uit een tapkraan, een beetje bitter, lekker fris en bubbelend. Een Sieberol Spritz zou het kunnen zijn. Een klein feestje in je hoofd. Met mate. Met maten.

Babyborrel zou ook een naam kunnen zijn voor een aperitief. Als ie maar goed drinkt. Schol!

Dit is aflevering 9 in de reeks ‘Waar is Sieber?’ waarin onze vliegende reporter Sieber Marly een kijkje neemt achter de schermen van het festival.

Foto’s: Sieber Marly en Peter De Goignies.


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: