‘Pure vorm doet mij niet zoveel’

Door WOUTER HILLAERT – Veeldoener en veeldanser, ziedaar Zoë Demoustier. Zevenentwintig is ze, toch draait ze al twintig jaar mee in de professionele podiumkunsten. Op TAZ danst ze nu haar eerste eigen creatie: Unfolding an Archive. En daar zal het niet bij blijven. ‘Ik ben van nature nogal zenuwachtig, alsof alles nu moet gebeuren.’

Zoë Demoustier bekent het met enige schroom: het is ook nog maar haar eerste keer op Theater Aan Zee tout court. ‘Vorige jaren heb ik er altijd voor gekozen om in de vakantie alles even helemaal af te sluiten en ver van de kunsten te detoxen.’ Maar niet deze zomer dus. Zoals Demoustier in Unfolding an Archive frenetiek heen en weer danst tussen de soundbites van de vele oorlogsreportages van haar vader, zo is ze ook altijd bezig geweest met kunst: van hier naar daar, als in een veelzijdig web, nooit in hetzelfde straatje.

In 2003 debuteerde ze op haar zevende in de dansvoorstelling Dromen hebben veters van kabinet k en fABULEUS; nu danst ze in veel verschillende contexten, geeft ze les, heeft ze voor 2023 alweer twee nieuwe eigen creaties op de plank, organiseert ze mee het jonge kunstenaarsplatform In De Maak én wordt ze straks een van de vaste choreografen bij Ultima Vez, het gezelschap rond Wim Vandekeybus. Bezig bijtje dus. Randje splinterbom.

‘Ik stel mij voor dat artiesten vroeger meer konden opgaan in één ding, maar dat lijkt niet meer van deze tijd. Door de weinige middelen én de vele makers die er zijn, lijk je nu meer een kameleon te moeten zijn. Dat riskeert altijd een soort oppervlakkigheid, net daarom was corona een zegen voor Unfolding an Archive: ik kon echt in de diepte graven. Maar tegelijk zorgt die voortdurende combinatie van dansen, repeteren, lesgeven en organiseren ook voor een steviger basis. Daarom is al dat schakelen toch vooral een kracht, vind ik.’

Zoë is ook gewoon ambitieus, zeggen veel mensen.

‘Ik noem het veeleer ‘ondernemend’. Of gretig om veel verschillende dingen te proberen, omdat ik gewoon nog aan het zoeken ben wat ik wil doen en wie ik ben. Ik weet niet of dat ooit zal uitmonden in één focus en of ik daar dan rust in zal vinden. Maar vandaag hou ik van meerdere rollen en genres. Ik ben van nature ook nogal zenuwachtig, alsof alles nu moet gebeuren. En dus push ik mezelf om veel te doen. Op één ding focussen vraagt bijna méér durf, en daar ben ik nog niet. Of ben ik bang van het besef dat er ook nog niet zoveel is? Leegte vind ik in elk geval een stuk confronterender dan je agenda vol zetten. Ook artistiek vind ik dat het allermoeilijkste: een lege ruimte binnenkomen en die vullen met alleen je lijf. Niet toevallig vertrek ik het liefst van externe bronnen, zoals dat archief van mijn vader.’

Wil je met Unfolding an Archive vooral het grote verhaal vertellen van onze recente oorlogsgeschiedenis, of toch veeleer het kleine verhaal van jouw relatie als kind met je vader? Waarvan is deze voorstelling voor jou precies het portret?

‘Mijn oorspronkelijke plan was wel echt een overzicht van wat er de jongste vijfentwintig jaar allemaal gebeurd is in de wereld, en hoe er hier naar gekeken is door een westerse camera. Eerst zou de voorstelling ook ‘Regarding the Pain of Others’ heten, naar het boek van Susan Sontag. Hoe kijk je naar al dat bloed, ga je het zelfs filmen en ben je dan weer weg? Ik heb lang gezocht naar de juiste vorm. Maar zodra ik beslist heb om van al die films de beelden weg te laten en alleen het geluid over te houden, moest ik ineens zelf die beelden verbeelden. Ik had altijd gedacht om mezelf volledig uit beeld te laten, omdat ik er zelf niet bij was in Irak of Kosovo. Maar op zeker moment kon het niet anders dan ook over mijn subjectieve ervaring gaan. Zo werd het vanzelf veel persoonlijker, over mijn eigen relatie met mijn vader.’

Waarom dans? Wat wil je daar precies mee? Dat lijkt toch iets anders te zijn dan die sterke traditie van hedendaagse dans in Vlaanderen vóór jou

‘Dans is een van de allerbelangrijkste dingen in mijn leven, maar wat is mijn positie? Ik ben daar nog zoekende in. In mijn studies ben ik het eerder naast de dans gaan zoeken die mijn kinder- en tienerjaren zo heeft gekleurd. Eerst deed ik in Amsterdam de Mimeopleiding, die heel anders omgaat met betekenis creëren met het lichaam. En daarna volgde ik nog een master Regie bij Drama op het RITCS in Brussel. Daar vroegen ze je de hele tijd: wat vertel je over de wereld? En daar mocht het ook nooit louter vorm zijn, waardoor ik een beetje schrik kreeg van pure esthetiek. Al die invloeden probeer ik nu te combineren: zowel ‘Dutch Mime’ als vertelling als hedendaagse dans. Ik omarm weer meer de vorm, maar tegelijk blijkt er ook een stukje van de journalistieke kant van mijn beide ouders in wat ik doe: verhalen van mensen in beeld brengen, maar dan al dansend. En hoe zorg je dan dat het niet louter uitbeelden wordt? Die grens is dun, dat maakt het net zo boeiend.’

Abstractie is niet jouw ding?

‘Als kijker ga ik soms liever naar theater dan naar dans, omdat ik me niet altijd kan verbinden met een pure vorm. Dat doet mij gewoon niet zoveel. Ik heb altijd een sleutel nodig voor hoe ik naar beweging moet kijken, en die sleutel wil ik ook mijn publiek bieden. Verschilt dat dan erg met andere choreografen? De oudere generatie vertrekt misschien iets meer van vorm, maar ook in het werk van Jan Martens – de generatie vlak vóór mij – zie ik net de grote kracht die uit vorm kan spreken, in combinatie met een meer politieke inspiratie. Wij proberen die twee samen te brengen, denk ik. Ik wil geen uitgesproken politiek theater maken, maar ben ook niet geïnteresseerd in super-abstracte dans. Ik wil een reflectie voelen op wat er rond ons gebeurt, zonder dat het er achteraf opgeplakt wordt. Het moet echt uit de beweging zelf vertrekken. Dat doordrijven en uitpuren, daar kan ik nog in groeien.’

Hoe voelt het op Theater Aan Zee, voor je eerste keer?

‘Het is eigenlijk veel leuker dan ik dacht. Het mooie is vooral dat ik voor het eerst een veel grotere verbinding voel met het publiek. Zo deed ik gisteren een dutje op de dijk en kwamen twee toeschouwers mij wakker maken om mij te vertellen hoe ze mijn voorstelling hadden ervaren. Dat vond ik zoiets moois! Net omdat je op een festival staat, blijf je je publiek tegenkomen en ga je in gesprek. Soms mis ik dat, zo tijdens het jaar. Hier zijn ook veel sectormensen, maar er is vooral een grote andere groep die geen incrowd is. Dat zijn de mensen waarvoor ik graag voorstellingen wil maken. Door voor dans te kiezen, lijk je soms een heel publiek uit te sluiten. Dat vind ik jammer, maar veel mensen zijn bang van dans. Net daarom maak ik wellicht graag verbindingen met verhalen en andere media. Als ik één utopie heb, is het dat mensen via mijn werk een opstapje krijgen tot ook andere dans.’

Wat worden je volgende projecten dan?

‘Met Ultima Vez ga ik in februari op het Krokusfestival in première met What remains, een voorstelling met heel jonge en heel oude dansers. Wat is het verschil tussen een lichaam dat een heel leven meedraagt, en een jong lichaam dat nog ongevormd is? En waar kunnen die elkaar toch ontmoeten? Over die ervaringen heb ik nu veel gesprekken met hen. En verder maak ik bij Bronks en het Canadese Théâtre Carrousel tegen april Beating Choir / Choeur Battant met drie jonge Belgische en drie jonge Canadese dansers, op basis van interviews met heel wat tieners over hoe het voelt om vandaag jong te zijn. Daar hebben we ook een hele website rond opgezet: Creative in Solitude. Er bleek een groot gevoel van eenzaamheid. Via sociale media zijn jongeren voortdurend met elkaar en met de wereld in contact, waardoor ze veel meer weten dan ik op die leeftijd en ook een groter maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Maar tegelijk zijn ze heel alleen. Enfin, die beide voorstellingen zo kort op elkaar, daar begin ik nu een beetje stress voor te krijgen. Maar zo hoort het zeker, als je gretig bent?’

Foto boven: Tom Herbots. Foto’s onder: Heidi Mares.


,

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: