‘Het goddelijke is (in) alles’

Door PETER DE GRAEF – Dirigenten van mijn innerlijke zee(storm)

Aan wie, die nu onzichtbaar blijft, zou je een stem willen geven?

Ik heb daar niet lang over moeten nadenken.

G O D !

Of ‘Het goddelijke’.

De gelegenheid leent zich er toe. Vele mensen luisteren niet op ’t ogenblik. En onder degenen die wel luisteren zijn er velen die het niet horen. Een voor God vertrouwd gegeven.

Waarom ik God beklaag – wat ik dus Gods’ geklaagd vindt – is dat Het werd afgeschaft, het goddelijke. Het kreeg te horen dat Het niet bestond. Probeer u dat ’s in te beelden dat ge te horen krijgt: Gij bestaat niet meer. Wij gaan vanaf nu doen alsof ge d’r niet zijt. We gaan u negeren, niet langer op U letten, ontkennen. Terwijl … It’s all over the place! Waar ge ook kijkt, wat ge ook doet, Of het nu om fantasie gaat of om harde wetenschap. Het is allemaal Het Goddelijke in actie. Het Goddelijke is alles. Zelfs die gasten die zeggen Het bestaat niet. Dat is het ook! Het Goddelijke is een wezen met als lichaam: Alles!

Alles wat er is.

Ah! God is dus gewoon een concept zeggen ze dan. Waarmee ze bedoelen: een construct. Waarmee ze bedoelen: een soort verzonnen niks

… ehm. Ja! Ook.

Alles! Zei ik al. Dus ook een concept.

Maar een concept is niet ‘niks’. ‘De vrije markt’ is net zo goed een concept. Maar de vrije markt  heeft recent miljoenen Chinezen uit de armoede getild en ze zorgt voor ongelijkheid en opwarming. Dat is niet niks. Dat is niet alleen maar ‘een ideetje.’  Het is ook ‘een ideetje’ maar daarnaast nog veel meer dan dat. Het Goddelijke ook. Dat is onder meer ‘een ideetje’, ‘een concept. ‘

Ja maar … In de naam van God zijn er toch al zo veel verschrikkelijke dingen gedaan, inquisitie en sharia, onderdrukking van vrouwen en … Afschaffen die handel! Weg daarmee! Stoppen.

‘in de naam van God’. Het Goddelijke heeft die dingen niet gedaan. Het voltrekt zich wel binnen de werkelijkheid die het Goddelijke is, maar het Goddelijke doet dat niet. Niet persoonlijk? Het Goddelijke heeft geen persoonlijkheid. Een persoonlijkheid is een vernauwing van bewustzijn rond het concept ‘ik’. Het Goddelijke heeft geen ‘ik’. Het heeft al die dingen niet gedaan. Wij hebben dat gedaan. Wij hebben dat allemaal zelf gedaan. Wij mensen met onze ego’s; met onze meningen, onze overtuigingen, ons gelijk. Een gelijk dat we altijd willen bewijzen en onderbouwen door er een autoriteit bij te slepen. ‘Ja want Einstein zegt ….’ en ‘Marx schrijft …’ en ‘in dieën boek staat dit!’ En ‘in dat geschrift staat dàt.’ En God is de hoogste autoriteit die we kunnen verzinnen. En dan schrijven we nen boek, de Bijbel of de Koran of de Talmoed en we zeggen dat God die geschreven heeft. Maar dat is zever. God schrijft niet. Niks! Geen woord!

Rumi, de Iraanse dichter uit de 12de eeuw die heeft daarover iets zinvols gezegd. Over de taal die God gebruikt. Hij heeft het over ‘Ha’mushi’ … Dat is ‘stilte’ in het Urdu. ‘Ha’mushi’. De stilte is de Taal van God.  

En de stilte is altijd aanwezig. Zit overal onder. Het minste da’k ik hier mijne mond hou, komt ze te voorschijn, de stilte. Ge kunt geen symfonie spelen zonder stilte. De stilte is ’t geraamte van de muziek.  

Maar wij kunnen de stilte niet meer beluisteren. Wij horen niks als ’t stil is. Dan zeggen zeggen we: God zwijgt! In alle talen!

Exact!

Als ge God wilt horen moet ge niet één van die boeken lezen.     

Niet gewoon de radio afzetten, maar stil worden.

Niet alleen uwe mond houden,

Maar ook het innerlijk gekwebbel in uwe kop doen ophouden. Daar bestaan technieken voor.

Uw innerlijke commentator, uw controleur, uw criticus, uw ego doen zwijgen.

Kost veel tijd en oefening. Wij brengen dat niet op. Maar het kàn.  

En dan … als het werkelijk stil is … als en geen gedachte meer wordt waargenomen, als uw persoonlijkheid als een blad in de herfst van u afvalt … dan gaat ge misschien, heel in de verte, God horen … blaten.

Want hij zegt niks.

Niks van betekenis.

Niks dat onderbouwd kan worden.

Of gedogmatiseerd.

Hij zegt bijvoorbeeld: (doet een vogeltje na.) Dat zegt God.

Niemand, gaat op grond van (doet weer vogeltje na) iemand anders de kop inslaan.  

En Hij zegt ook: ‘Meheu-heu’ en ‘Bèèèèèèhèhèhè’.

En hij zegt ook: ‘Als we de aftrek op de hypotheek terugbrengen naar het niveau van voor 91, dan kunnen we met de rente op het verschil de huidige begroting met twaalf procentpunten naar beneden halen … Op jaarbasis.’ Dat zegt hij soms ook. Door middel van een mens die Hij van een ego heeft voorzien en die middels dat ego de weg totaal is kwijtgeraakt en die ook dingen gaat zeggen als. ‘Ge weet toch dat het de CIA is, die samen met de maffia al die klimaattoppen organiseert om de brandstofprijzen op te krikken.’ Maar dat is niet erg. Want het hele idee achter het concept ‘mens’ is juist dat die zich compleet verloren loopt in Gods schepping om dan, na lang lang zoeken en dwalen, veel vallen en opstaan, op eigen kracht, toch weer thuis te geraken. En thuis dat is: Bij God. Geborgen in Het Goddelijke. En dat Goddelijke is niet ergens een plek die te bereiken valt. Thuis/God is: een toestand. Waar ge woorden op zou kunnen plakken als ‘vrede’ of ‘vriendelijkheid’, ‘geduld’, ‘discipline’, ‘volharding’ enzovoort.

Maar nu ga ik al weer te ver. Want ‘Der Feind hört mir’ . Het ego. Die weet wel raad met zulke woorden. Het woord ‘Vrede’ valt heel makkelijk te institutionaliseren. Kijk maar naar de kerk. Gaan ze allemaal met een licht nasale keelstem, beate dingen zeggen – ‘vrede zij met U’ – en na afloop de misdienaars betasten. Daar moeten we niet naar terug. Dat bepleit ik niet.

Het punt is dat het totaal geen zin heeft om God af te schaffen als ge het ego ongemoeid laat.

Sterker zelfs: dat hele idee om God te schrappen is van het ego afkomstig. Het is een briljante zet van het ego om zelf keurig buiten schot te blijven. En wij, wij trappen daar in.

We denken: da’s eigenlijk waar, religie heeft ons niks dan ellende gebracht, laten we d’r mee ophouden.

Maar religie, ‘re-ligere’ betekent letterlijk ‘opnieuw’, -re- ‘verbinden’ -ligere-. Terug naar huis gaan betekent dat. Yoga betekent hetzelfde. Verbinden. Terug thuis geraken

Dus als ge God af schaft, schaft ge ook uwen thuis af. Einde van de zoektocht. En dan blijft ge zoals nu verweesd achter in een holle wereld waarin alleen maar dingen voorkomen met afmetingen en gewicht, verplaatsbaar in de ruimte, de fysieke werkelijkheid. Een lege wereld. ‘Heb maar plezier’, zeggen ze dan. Werk maar! Vergaar! Geniet. D’r zijn hamburgers en frietjes. Cola. Wart wilt ge nog meer. En niemand merkt op dat ‘plezier’ dat we moeten hebben ook niet bestaat dan. Je kan het niet meten of verplaatsen, ‘plezier’ weegt niks, het bevindt zich nergens. Het is net als God, een concept, meer niet.

Weet ge waar de belangrijkste afslag hebben gemist?

In 1637.

Ik weet niet ge u dat nog herinnert.

Descartes! ‘Je pense, donc je suis.’

Dat is en dikste zever die er ooit uit iemand zijn hoofd is gekomen en dat wordt nog altijd volop onderwezen op onze scholen. D’r loopt hier niemand rond die dat zinnetje niet kent en niemand die het in vraag stelt. We verstaan het geen van allen goed. Ik denk dus ik ben, goh ja. Ik twijfel was het eigenlijk, dus ik ben. Want twijfel was het laatste dat er over bleef en waaruit hij met zekerheid kon afleiden dat hij bestond. Wanneer hij al het onzekere elimineerde … dan bleef de twijfel, onverwoestbaar overeind … zo iets was’t toch, he!?    

Nu zitten wij hier in een cultuur waarin niemand ooit geprobeerd heeft om het denken te doen stoppen. We hebben altijd onze gedachte gebruikt om ons eigen interessant te maken. Om ons te profileren. Ons te onderscheiden van anderen. Met de bedoeling achting, bewondering en respect; af te dwingen, of met de bedoeling geld te verdienen. Onze samenleving is nog altijd vergeven van de bullshitjobs. Banen waarin kletsmajoren voor veel geld dingen zeggen waar anderen niet direct iets op kunnen terug zeggen. Consultancy, noemen ze dat dikwijls. Een externe audit. Ze hebben daar allemaal woorden voor verzonnen.

Moest Descartes in India geboren zijn, of in Tibet, hij zou niet eens aan een uitkering geraken met zijn ‘Cogito ergo sum’. Want in die culturen lopen er talloze figuren rond die het denken wel kunnen doen ophouden. Yogi’s, guru’s, monniken allerhande. Zij hebben ervaren dat het stoppen der gedachten nul invloed heeft op de kwaliteit van het bestaan. NUL! Het bestaan wordt daar op geen enkele manier door aangetast. Wel is het zo dat met het verdwijnen van het denken het ego als ervaring weg valt. Want dat is wat Descartes heeft ontdekt. Het gaat niet om de relatie tussen ‘pense’ en ‘suis’. Maar om de relatie tussen ‘pense’ et ‘Je’. Maar in het latijn zit die ‘je’ verstopt in de vervoeging. Cogito ergo sum. Ge hoort de ‘je’ niet. Zoals de meesten onder ons ook denken dat ze geen ego hebben. Of toch geen groot. Een misvatting. Maar de ervaring een ‘ik’ te zijn ontstaat door het denken. Door het waarnemen met een innerlijk zintuig, van een gedachte. Je kan geen rationele gedachte waarnemen zonder ego. De gedachte is een object. Dus moet er ook een subject zijn.

Toch je kunnen we dingen weten los van het ego. Los van de ratio. Veel. Dat ge moet gaan pissen bijvoorbeeld. Dat weet ge niet omdat er een gedachte in u op komt die u aan maant een lavatory op te zoeken. Dat ge verliefd zijt. Dat ge honger hebt? Dat iets onrechtvaardig is etc. allemaal dingen die zich in eerste instantie manifesteren als een gevoel. Het atoommodel van Rutherford, het Higgsdeeltje, de relativiteitstheorie … Allemaal dingen die zich in eerste instantie hebben gemanifesteerd als een een intuïtie. Rutherford ontwaakte uit een middagslaapje, Higgs liep op zondag wat door het bos te stommelen, Einstein heeft gezegd, ‘de intuïtie is de keizerin, de ratio haar dienaar. Wij hebben de keizerin van de troon verjaagd en er de dienaar op gezet. ‘

Wat ge ook alleen maar met uw gevoel kunt weten, maar daarvoor moet ge voorbij uw ego tasten, voorbij de ratio, tot bij uw wezen, uw kern dat is het feit dat God bestaat. Voorbij goed en kwaad. Voorbij juist en fout. Hij is het allemaal. Alleen is hij geen hij. God heeft geen een ego. God is louter subject. Nergens in Gods beleving is er een object. Iets buiten hem. En hij heeft geen bedoelingen. Geen plan. Geen verantwoordelijkheid. Hij IS alleen. Zoals ook gij fundamenteel alleen maar ‘zijt’.

Hoe het ook met u gaat. Of ge nu succes hebt of tegenslag, verdrietig zijt of euforisch, onverschillig, ziek, hoopvol, moe, geamuseerd of melancholisch … Één ding blijft altijd onverwoestbaar overeind, valt altijd vanuit al die gemoedstoestanden onmiddellijk te ervaren, namelijk het feit dat ge bestaat. En dat is geen gedachte. Dat is een ervaring. Zoals God een ervaring is.

Zijn er nog vragen?

Acteur Peter De Graef sprak deze tekst gisteren uit op Café Koer in de reeks Dirigenten van mijn innerlijke zee(storm). Vanavond om 18.30 uur is er Febe Coysman; morgen een duo: Louisa Bogaerts en Fikry El Azzouzi. Een overzicht vind je hier. De lezingen zijn gratis.

Foto’s: Heidi Mares.


Eén reactie op “‘Het goddelijke is (in) alles’”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: