Alle berichten door borloodaan

Inpluggen op de kabel

TAZ by night: een handleiding

Voor wie geen (schandalig vroege) laatste trein naar een ongetwijfeld niet minder interessant elders moet halen, of wie – om gelijk welke andere reden – om ‘iets voor middernacht’ geen assepoestertje hoeft te doen, rolt Theater Aan Zee elke nacht haar beloken charmes uit. Ons door het zonlicht gevoede schuchterheid maakt dan gewillig plaats voor warmbloedige ontboezemingen, beduidend meer fysiek contact en danspasjes waarbij al menig glazen muiltje werd gebroken. 

Waar het dagprogramma van TAZ soms aan Netflix doet denken — een ondoorgrondelijk groot aanbod waarvan je nooit alle recommended for you’s kunt meepikken en waarin iedereen zijn of haar eigen parcours moet bewandelen — is het nachtprogramma van TAZ eerder het equivalent van heerlijk ouderwetse en onvermoeid analoge kabeltelevisie: de draad erin, en weg ermee. U houdt niet van keuzestress, stelt de collectieve ervaring boven het individueel beleefde genot en heeft heimwee naar de hoogdagen van BRT 1 en 2? Welaan, dan is TAZ by night zeker en vast uw meug

Het principe is simpel: alles begint gezapig op Café Koer, goed voorzien van geelbruine tinten en schuimend bier, tot — nostalgie! — de al dan niet bebaarde waard rond 2 uur hyperlokale tijd met zijn of haar bel schudt om de last call aan te kondigen. Vanaf dat moment zapt de massa mondjesmaat naar De Grote Post, alwaar het echte feest kan beginnen. Niet toevallig prijken daar de letters PTT op de gevel: sommigen beweren dat die refereren aan het ministerie van Post, Telegraaf en Telefonie dat daar vroeger gehuisvest was, maar ik hoef u er uiteraard niet van te overtuigen dat dit in werkelijkheid een initiaalwoord betreft dat staat voor Party ‘Till Tomorrow

Eenmaal binnen wordt u ontvangen door Jan Ducheyne, TAZ’ hoogsteigen Hades, of één van zijn getalenteerde gezanten. Ze draaien plaatjes tot het ochtendgloren en de mensen: die dansen. Ze dansen alsof hun leven ervan afhangt. Boven hen hangt een grote klok die ongenadig voorttikt maar in de kopkes staat de tijd stil. Het is bon ton om even later met een dik aangezette verwondering dan wel verontwaardiging te zeggen: “Tiens, ’t is al 5 uur, ik dacht dat we nog maar een halfuurtje binnen waren!” En met dit citaat trapt u het af, schijnbaar nonchalant, als in een goeie western, richting bed of station, om de (schandalig vroege) eerste trein naar een ongetwijfeld niet minder interessant elders te halen. 

Tenzij u toch ook nog even het nachtleven buiten de TAZ-bubbel wilt ontdekken, hetgeen ik u ten zeerste kan aanbevelen. Oostende kent een rijke uitgaansgeschiedenis en de Langestraat is natuurlijk legendarisch — er is zoveel meer dan louter de Lafayette. Vijf uur is een goed uur voor een dandyeske stroll langs, bijvoorbeeld, de Twilight en de Spanish Inn, die dan ‘nog net wel’ of ‘net niet meer’ open zijn. Het leven is één grote verrassing en beide cafés zijn op hun best als het sluitingsuur nadert of — God verhoede! — overschreden wordt. 

Uiteindelijk zal alles eindigen bij waar het ooit begon: het water. Niets is constructiever dan lang na zonsopgang op het strand naar het tij te kijken met een fles Evian in de hand om de kater van morgen te bezweren. Er passeert een Antwerpenaar in onderbroek met wie u ‘Your Song’ van Elton John begint te zingen. Zomaar, zonder oefening. Deze is voor jou, man-wiens-naam-geloof-ik-Vincent-was-en-die-ik-wellicht-nooit-meer-zal-ontmoeten: “I hope you don’t mind; I hope you don’t mind, that I put down in words… How wonderful life is while you’re in the world.”

Kijken door een filter

‘Bloemen van een autist’ over (on)mogelijke liefde


Vintage TAZ: grote drommen toeschouwers die schuifelend De Grote Post vullen tot de nok en een paar ongelukkige achterblijvers voor wie zelfs de wachtlijst geen soelaas biedt. Theater is altijd een collectief gebeuren, maar op TAZ is het toch nog een tikkeltje collectiever. Het begint al op de trappen: de groep die ademt en slentert als één creatuur, verlangend en gulzig, blik en borst vooruit.

Op het podium, ons spiegelbeeld: de gigantische gevel van een grauw woonblok dat mondjesmaat volloopt met broeders en zusters van Tutti Fratelli. Er zit ook een orkestje in en rechtsboven, op een imaginaire vensterbank: een prachtige ruiker rode rozen. Bloemen van een autist is in de eerste plaats een verhaal over de (on)mogelijke liefde.

(c) Cuauhtémoc Garmendia

Het muzikale thema doet denken aan de soundtrack van The Shape of Water, een van mijn favoriete liefdesfilms, en ook de verhaallijn baadt in dezelfde magisch-nostalgische sfeer van moed die in de schoenen zinkt en het ‘willen maar niet kunnen zeggen’; een betoverende herkenbaarheid die stevig wordt uitgelicht door zware spots en dikke lagen maquillage. Wie verliefd is, kijkt door een filter naar de werkelijkheid.

Hoofdpersonage Matthias kijkt al zijn hele leven door een filter: hij classificeert alles, telt nauwgezet de minuten op de bus en herkende zijn schoolkameraadjes aan hun schoenen (omdat hij ze niet in de ogen durfde te kijken). Zijn autisme maakt verliefd worden er niet makkelijker op. Gelukkig is er de zaligmakend vernietigende kracht van de regen: “Mijn kop zit vol rommel, maar als het regent heb ik het gevoel dat alles wegstroomt.”

Zijn verhaal is ons verhaal. Leven is proberen, orde scheppen in de eigen chaos, en aan de zijlijn bulkt het van supporters, criticasters, luide buren en innerlijke stemmetjes. Het is tevens de poëzie van het woonblok, waar gedachten voortdurend overstemd worden door het sprezzatura van het nooit aflatende samenleven. We kunnen, in the end, niet ‘met’ maar ook niet ‘zonder’ elkaar, nie waar?

“Er worden talloze verhalen gemaakt over de liefde, maar er zijn er maar een paar die blijven plakken. Alles heeft te maken met hoe je het vertelt,” klinkt het in Bloemen van een autist. Welaan, dit stuk blijft plakken. Shout-out naar schrijver-regisseur Jan Sobrie, die de perfecte balans wist te vinden tussen verfijnde en grove borstelstreken. Shout-out naar de Fratelli, die opnieuw een prachtig en rijkgeschakeerd tableau vormen. En een zeer luide shout-out naar Reinhilde Decleir, die werkelijk de allermooiste kaders smeedt.