Alle berichten door Sam Ecker

‘Hier op TAZ durven ze uit hun comfortzone te treden’

Interview met jury Jong Muziek 

TAZ is natuurlijk theater, maar ook muziek. Negen dagen lang gaven acht jonge acts het beste van zichzelf. Aan het einde van de rit gaan er twee met een prijs naar huis, maar ook de zes andere bands nemen meer mee dan zand in hun schoenen. Zo klinkt het overtuigd bij juryleden Lieselotte Deforce (AMPLO), Niels Commeyne (De Grote Post) en Jade Corbey (PILAR/VUB-KultuurKaffee). 

Jong Muziek, een zoveelste muziekwedstrijd? 

Commeyne: “Nee, absoluut niet. Het grote verschil is dat ze hier allemaal vier keer spelen op heel diverse locaties. Zo worden ze uitgedaagd om iedere keer iets anders doen. Zo zie je hen ook groeien tijdens dat traject.” 

Deforce: “We hebben inderdaad al acts gezien die gaandeweg sterker worden – omdat ze uit hun comfortzone durven te treden.” 

Corbey: “Ze geven dat zelf ook aan: dat het voor hen echt aanvoelt als een bootcamp en een kans om veel bij te leren. De locatie ‘in de stad’ (dit jaar het stationsplein, red.) is daarbij een belangrijke factor. Muzikanten die bijvoorbeeld normaal elektronica spelen in een donkere setting moeten plots op klaarlichte dag, en met heel weinig middelen, toch iets klaar zien te spelen. Er is ook veel omgevingslawaai waar ze al dan niet op kunnen inspelen. Tegelijk vormt dat ook een afleiding, dus ze moeten echt wel focussen. Het mag ook eens mislukken, hé. Het gaat echt om het proces en wat ze doen met de omstandigheden van het moment.” 

Commeyne: “Het is ook al vaak gebeurd dat de combinatie tussen een locatie en een artiest echt verrast. Soms heb je een vermoeden: die band gaat daar tot zijn recht komen, of juist niet. En plots is het dan toch helemaal anders en verandert je kijk op een artiest compleet.” 

Deforce: “Als jonge muzikant heb je niet zoveel speelkansen en dan leef je des te meer toe naar dat ene optreden. Je bent zenuwachtig en maakt er op het moment zelf dan maar het beste van. Hier hoeven ze niet zenuwachtig te zijn voor dat ene moment en kunnen ze dus des te meer op hun muziek en creativiteit focussen.” 

Het is dus veeleer een traject dan een wedstrijd, maar wat nadien? Zelfs het winnen van een prijs betekent soms weinig voor een band, zeker op langere termijn. 

Deforce: “Iedere deelnemer krijgt sowieso twee opnames mee naar huis. In het Fort Napoleon nemen we hun hele set op en die plaatsen we online. Daarnaast krijgen ze opnametijd in De Grote Post die ze zelf mogen invullen. Er zijn groepen die zo een single overhouden aan TAZ. We organiseren ook samen met Poppunt een ‘sectordag’, bij ons is dat de ‘poppitchdag’. Daar kunnen ze zichzelf voorstellen en hebben we een panel met mensen van Poppunt, SABAM, een externe manager, AMPLO en wijzelf, om al hun vragen te beantwoorden.” 

En wat met de eigenlijk winnaars? 

Corbey: “De eerste prijs is de opname van een videoclip, gesponsord door SABAM, en een optreden op het muziekfestival Leffingeleuren. Daarnaast heb je nog de residentieprijs: zij krijgen een week studiotijd in De Grote Post en intensieve coaching.” 

Het zijn acht totaal verschillende bands, hoe kies je daar een winnaar uit? 

Commeyne: “Dat is weer een voordeel van het concept: ze spelen vier keer en dus kijken we echt naar het parcours. Mochten ze allemaal maar één keer spelen, zou ik het te moeilijk vinden. We hebben dat vorige jaren trouwens ook al gemerkt aan de reactie van het publiek bij het bekendmaken van de winnaar. Zij hebben de bands vaak maar één keer gezien, misschien juist een minder goed optreden, en hebben dan commentaar op onze keuze. Maar wij hebben ze wel vier keer én in de studio gezien.” 

Deforce: “Zoals gezegd, het is niet zozeer een wedstrijd als wel een parcours. En we beslissen ook echt pas op het einde. Dan wegen we af: kwaliteit, waar ze nu staan, potentieel, hoe gaan ze om met de opdrachten… Maar er is geen enkele act bij die slecht is, hé.” 

Corbey: “Inderdaad, we willen echt benadrukken dat het een heel goeie selectie is die Lode Pauwels en Wouter Vanmeenen van Muziekclub De Zwerver (Leffinge) gemaakt hebben. Zij houden echt wel vinger aan de pols: ze weten wat er in de muziekscene bezig is en proberen een mooi evenwicht tussen verschillende genres en achtergronden te vinden. Een voor een zijn het groepen waarvan je gelooft dat ze kans maken om door te stoten.” 

Zijn er groepen voor wie TAZ achteraf gezien een belangrijke springplank is geweest? 

Commeyne: “Susobrino stond hier bijvoorbeeld vorig jaar als vreemde eend in de bijt, als ik dat zo mag zeggen. Op de sectordag zei hij letterlijk: “Mijn droom is om ooit op Dour Festival te staan.” We zijn nog geen jaar verder en het is hem gelukt. Dat is de max.” 

‘I used to feel so sad’

Jong Muziek: Ellen Steegen en BOLT RUIN 

Ze verschijnt helemaal in het zwart, tot haar gitaar toe. De 25-jarige Ellen Steegen verzamelde de afgelopen twee jaar een band rond zich, doopte die Homegirl, om onlangs de band en die naam weer los te laten. Ze stond er donderdagavond dus alleen voor in Café Manuscript, maar: ze stond er. Traag tokkelend begon ze aan haar set, om er dan meer vette grooves aan toe te voegen. “I used to feel so sad, but now it’s gone,” zo gaf ze ons mee. Vol kracht schudde ze haar zorgen van zich af, gedecideerd naar het publiek kijkend. Steegen laat haar gitaar graag de vrije teugels en legt stevige accenten. Nu weer open en incasserend, dan weer recht vooruit. Halverwege de set schakelde ze over op rustiger nummers. Maar zelfs op die meer kwetsbare momenten is haar présence onmiskenbaar. En vooral: wat een stem. Een man uit het publiek trok voor de laatste twee nummers zijn vrouw vanop het terras het café in. “Dit is fantastisch.” Inderdaad. 

God op het slagveld 

We zijn halverwege de set van BOLT RUIN en Café De Crayon heeft veel weg van een slagveld waarop alles aan flarden wordt geschoten. Slechts af en toe krijgen we een ‘staakt-het-vuren’ om de gewonden te tellen en even op adem te komen. De ruimte hangt vol rook en de stroboscoop flitst dreigend. Brecht Linden laat een spervuur van moddervette beats op ons los. Vol overgave hangt hij over de knoppen van zijn sample pads waarmee hij een duistere wereld creëert waarin alles verschroeid wordt. Met zijn gitaar scheurt hij er vervolgens nog eens meedogenloos doorheen. Laag na laag raast Linden zo in een ongenadig tempo voort, tot hij zich ineens abrupt, terugtrekt uit de strijd. “Merci,” zegt hij bescheiden. Zijn set had gerust wat langer mogen duren. BOLT RUIN? Een muzikale god op een slagveld waar het, jawel, fijn vertoeven was. 

Herkenning en erkenning in ‘RONJA’

Thema-avond Stichting Nieuwe Helden geeft armoede een stem 

We verzamelen buiten aan de glazen inkom van het stadhuis. Ik kijk naar binnen en zie chique gedekte tafels met flessen wijn. Dat belooft. Wanneer we naar binnen mogen, vraagt een van de medewerkers me of ik hier in groep ben. “Alleen.” Ze brengt me naar mijn plaats waar ik de drie tafelgenoten leer kennen met wie ik de komende twee uur zal delen. Met RONJA wil Stichting Nieuwe Helden niet enkel een statement maken, ze willen ook de daad bij het woord voegen: we moeten elkaar weer meer ontmoeten om zo meer om elkaar te geven. Volgens hen is het een deel van de oplossing van het armoedeprobleem in onze samenleving. Daarom werden veertig van de honderd tickets via partnerorganisaties aan mensen in armoede gegeven. Want het is belangrijk om niet alleen over die mensen te praten, maar ook met. Het is een knappe en terechte reflex, maar het moet gezegd dat dit mooie uitgangspunt in de praktijk wat verloren gaat. Het publiek dat via die partnerorganisaties aanwezig was, zit dinsdagavond namelijk vooral in dezelfde groep. Er ontbreekt dus nog iets in de mix van de tafelzetting om echt te praten met. 

Vooraleer we het voorgerecht voor onze neus krijgen, is er een interview door regisseur en host Isil Vos. Zo is er iedere avond een andere armoede-expert die aan het woord komt. Vanavond is het aan Patrick Blondé van CKG (centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, red.) ’t Kapoentje uit Oostende. Het centrum helpt jonge gezinnen bij het opvoeden van hun kinderen. Blondé houdt een vurig pleidooi tegen het labelen van mensen in armoede als ‘slechte ouders’ en voor het betrekken van die mensen bij de opvoeding van hun kinderen, tot en met het samen organiseren van kinderopvang. Blondé vertelt het met veel passie en een stukje woede – hij spaart daarbij de beleidsmakers en politici niet. In de zaal hoor je regelmatig het publiek instemmen. “Eindelijk iemand die het zegt zoals het is!” Helaas houdt de interviewster de teugels iets te weinig in handen, waardoor het betoog van Blondé bij momenten alle kanten uitschiet en zijn gegronde boodschap deels verloren dreigt te gaan. Een beetje zonde. 

‘Ik ben een leefloonmoeder’

Na het hoofdgerecht is het tijd om de tafels te verlaten en trekken we naar een conferentiezaaltje voor de eigenlijke voorstelling. Op het kleine podium zien we een buffetpiano met aan de achterkant een ingebouwd tv-scherm, een hoge kruk, en een kaartenmolen met flyers en brochures. Clara komt het podium op, stelt ons voor aan haar pianist en “rots in de branding” Francis en heet ons van harte welkom op de infoavond van RONJA – VILLAGE. Het zaallicht blijft aan. Dat past in de logica van een infomoment en houdt het tegelijkertijd laagdrempelig voor een publiek dat niet per se vertrouwd is met theater. Clara speelt meteen open kaart: “Ik ben een leefloonmoeder,” werpt ze het publiek toe. Ook over haar doel is ze duidelijk: een betere toekomst voor haar dochter Ronja. Op het scherm zien we een typisch – lees: klef – promofilmpje over een nieuw woonproject met de belofte van een idyllisch gezinsleven. Hier moeten we gaan wonen, zegt Clara. In dit project dragen de bewoners zorg voor elkaar, is er genoeg voor iedereen en het leven zorgeloos. Dit allemaal in groot contrast met haar situatie nu. 

Wat volgt, zijn een getuigenis en een aanklacht. Over hoe ze in de problemen geraakt is, en tegen het systeem dat haar in die miserie houdt. Voor het levensverhaal van Clara baseerde Stichting Nieuwe Helden zich op anderhalf jaar onderzoek waarvoor ze onder andere met heel wat mensen in armoede spraken. Oprechte hulde aan Stichting Nieuwe Helden dat ze zo een stem geven aan een groep die nog al te vaak stemloos moet blijven, niet alleen in de context van TAZ. Je voelt en hoort dat het resoneert in de zaal: herkenning en erkenning, eindelijk. “Wie heeft al eens schulden gehad?” Heel wat handen gaan de lucht in, een vrouw naast mij heeft tranen in de ogen. 

Dat het eigenlijk preken voor eigen kerk is, en de mensen – politici en beleidsmakers – die dit écht zouden moeten horen niet in de zaal zitten, deert niet. Het ‘Vierde Wereldlied’ dat Clara en Francis samen brengen, zorgt voor kippenvel. Maar in het willen overtuigen gaat soms wel juist dat verloren. Is het door de collage van getuigenissen? Of door de manier waarop die verteld worden? Clara wordt niet echt een personage van vlees en bloed. Dat valt des te meer op wanneer Francis na een tijd losbreekt vanachter zijn piano en de voorstelling zo ineens veel meer zuurstof geeft. 

In een gesprek over de voorstelling (zie TAZette #06) was regisseur Isil Vos duidelijk over de bedoeling met RONJA: we moéten het over armoede blijven hebben. Daar is Stichting Nieuwe Helden met deze avond zeker in geslaagd. Laat de oprechte bezorgdheid die curator Lucas De Man en de zijnen dit jaar naar TAZ brachten, met onder andere RONJA en The Village, geen eendagsvlieg zijn, maar de eerste stap van nog vele. Ja, we moeten het hierover blijven hebben.

Beeld:  Indy Mah

Jong Muziek: de liefde blijkt wederzijds

Wanneer Pompelmoes hun eerste nummer a capella inzet, had de binnenkoer van het Fort Napoleon evengoed die van een oude abdij kunnen zijn. Het spel van hun twee stemmen heeft bijna iets sacraals. Samen, maar ook apart, kunnen ze vocaal het hele spectrum aan. Het is een bijzonder duo: Tara Pasveer woont in Londen, Viktor Perdieus in Gent. Ze zien elkaar maar af en toe om dan heel intens te repeteren. Beide spelen ze verschillende instrumenten: retro keyboards, drums, banjo, saxofoon, xylofoon en zelfs een drinkfles worden ingezet. 

Even verschillend zijn hun nummers: van de wondermooie, feeërieke samenzang in het openingsnummer gaan ze naar elektronische folk-pop met een aanstekelijke cadans. In hun teksten zit het verlangen naar vrijheid. De falset en het saxofoonspel van Perdieus raken diep, de zang van Pasveer ontwapent. Ook hun enthousiasme overtuigt. Hier en daar loopt er iets mis, maar dat lijkt hun plezier alleen maar te vergroten. Speels en komisch, het publiek hebben ze op hun hand. De liefde blijkt wederzijds: “Fijn, zo’n luisterend publiek. We hebben nog nooit voor zoveel mensen gespeeld.” Fingers crossed dat nog velen na ons de frisse songs van Pompelmoes mogen horen! 

Bedachtzaam en intrigerend 

Of we nog wat dichter willen komen? In een halve cirkel zitten we op het stationsplein rond Jacobin – hijzelf zit in kleermakerszit voor zijn loopstation en sample pads. Met junglegeluiden van apen en vogels trekt de producer/mixer ons zijn wereld binnen. Twee werkelijkheden ontstaan zo parallel naast elkaar: de drukte van rollende trolleys, taterende toeristen en het alarmsignaal van een brug versus het eiland in de nacht dat Jacobin creëert. Het geluid van de meeuwen boven ons kan in beide werelden bestaan. Na een tijdje spoelt het gitaarspel over de samples en loops heen en haalt het af en toe rauw uit. Het heeft iets meditatief. 

Wanneer wat verderop een groepje op een djembé begint te spelen, gaat de omgeving van het stationsplein wel erg overheersen. Knap hoe Jacobin het niet aan zijn hart laat komen en zijn wereld verder blijft opbouwen. Bedachtzaam, intiem, intrigerend. Laat u vooral eens meevoeren. 

‘Iedere dag een lege brooddoos’

Isil Vos over de thema-avonden ‘RONJA’ 

Betrokkenheid is dit jaar het thema van TAZ. Maar wat als je niet betrokken kunt zijn? Wat als je aan de rand van de maatschappij belandt en niet mee mag doen? Het is de harde realiteit voor mensen in armoede. Met RONJA organiseert Stichting Nieuwe Helden vier avonden in evenveel wijken om die realiteit te bespreken. ‘Hoe kan het dat er in een rijk land als België nog steeds mensen uit de boot vallen?’ Regisseur en host Isil Vos licht toe. 

Vos: “Iets wat velen niet lijken te beseffen, is hoe dichtbij armoede is. We wanen ons in een wereld waarin we alle kansen en alle vrijheid hebben. Wie het niet maakt, is daar zelf verantwoordelijk voor. Dit terwijl we leven in een tijd waar je van het ene op het andere moment onder de armoedegrens terecht kan komen. Dat is het verhaal van Ronja. Ronja is een alleenstaande moeder die een droom had en die wilde verwezenlijken, net zoals wij dat allemaal willen. Ze begon als freelance schrijver, maar plots ging het mis en voor ze het wist zat ze in de problemen. Het is een personage dat zeer dicht staat bij ieder van ons. Zonder dat je het weet, zou het je buurvrouw kunnen zijn.” 

“Tijdens het onderzoek voor dit project hebben we ons regelmatig afgevraagd waarom we in godsnaam een theatervoorstelling over armoede wilden maken. Wat een ego en arrogantie dat we vanuit de kunsten met een antwoord zouden komen! We zien RONJA, de voorstelling, dan ook niet als het moment om met een grote oplossing te komen. We willen wel het debat openen, levendig houden. We moeten erover blijven praten! Daarom kan het publiek niet gewoon een kaartje kopen, in het donker naar de voorstelling kijken en achteraf weer vlug verdwijnen. De avond start met een gastspreker, er is een tweegangendiner, livemuziek, wijn… Belangrijk is ook dat we niet gewoon over de mensen praten, maar met. Van de honderd tickets gaan er iedere avonden veertig naar mensen in armoede. Hopelijk kan het zo dus echt een avond van ontmoeting worden.” 

“Want dat is volgens ons ook een deel van het probleem: we ontmoeten elkaar te weinig. Door een gebrek aan contact verliezen we het menselijke en daarmee onze empathie. Het probleem van iemand anders is het jouwe niet. Maar wanneer je wél met de ander gaat meevoelen, wil je er ook iets aan doen. En dat is onze bedoeling met RONJA. Bovendien is er nog een groot taboe en veel schaamte rond armoede. Al van op de schoolbanken wordt er verzwegen dat sommige kinderen in de klas iedere dag een lege brooddoos meekrijgen.” 

“Voor het verhaal van RONJA hadden we vooraf veel gesprekken met mensen in armoede. Zo was er een groepsgesprek met alleenstaande ouders uit Oostende. Daar waren ouders bij die ’s avonds niets aten zodat er toch genoeg zou zijn voor hun kinderen. “Het is oké. Mama heeft geen honger, ik heb al veel gegeten vandaag, het is voor jullie.” Zelf nooit nieuwe kleren, nooit naar de kapper, nooit iets lekkers… Om hun kinderen toch maar een verjaardagscadeautje te kunnen geven. Ik ben zelf moeder van twee en om dan te horen hoe die ouders, die het al ongelofelijk moeilijk hebben, zich zo wegcijferen voor hun kind… Dat heeft me heel hard gegrepen.” 

Filmische magie bij VENTILATEUR

Toegegeven: Café Crayon vullen is niet moeilijk, maar voor VENTILATEUR bezette het publiek ook een heel stuk van het terras. Balen voor wie er op zijn gemak een pintje wou drinken, maar ook zij raakten overtuigd door de landschappen die dit Brugse trio schildert: een instrumentale mix van jazz, rock & fusion die melancholisch deed wegdromen, dan weer wervelend om je heen raasde en het moeilijk maakte om stil te blijven staan. VENTILATEUR verspreidt, kortom, een filmische magie. Hoe deze drie muzikanten elkaar opzoeken en scherphouden via improvisaties… Het was een broeierige set die deed verlangen naar meer. 

Vanaf vandaag kun je vier nieuwe bands op TAZ aan het werk zien. Het duo Pompelmoes brengt alternatieve folkpop, met Homegirl krijgen we dromerige maar dansbare synthpop, Jacobin maakt atmosferische soundscapes en BOLT RUIN vuurt duistere elektronische muziek met de energie van hardcore-punk op ons af. Te zien en te horen op verschillende locaties.